Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-13
ECLI:NL:RBROT:2025:9904
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,262 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11546435 CV EXPL 25-3395
datum uitspraak: 13 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres]
,
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder [gemachtigde 1] , gerechtsdeurwaarder [gemachtigde 2] en gerechtsdeurwaarder [gemachtigde 3] ,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
woonplaats: [plaats 2]
gedaagde sub 1,
die zelf procedeert,
en
2 [gedaagde sub 2]
woonplaats: [plaats 2]
gedaagde sub 2,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 10 februari 2025, met bijlagen;
de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde sub 1] ;
de specificatie ten behoeve van de mondelinge behandeling van 8 mei 2025.
1.2.
Op 8 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens de gemachtigde van [eiseres] [naam] aanwezig. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn, hoewel zij daarvoor op de juiste wijze zijn opgeroepen, zonder bericht niet verschenen. Ook is niet gebleken dat [gedaagde sub 1] gemachtigd is om [gedaagde sub 2] te vertegenwoordigen.
1.3.
Tegen [gedaagde sub 2] is verstek verleend (artikel 139 Rv). Dat brengt mee dat op grond van artikel 140 lid 3 Rv één vonnis wordt gewezen dat voor alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] huren vanaf 22 maart 2018 een woning van [eiseres] . De huur is nu € 844,12 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. [eiseres] eist dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] die huurachterstand betalen en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning ontruimen en verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten € 7.324,51 aan Huurachterstand betalen
2.2.
[eiseres] heeft ter zitting een recent overzicht van de huurachterstand overgelegd. Uit dat overzicht volgt dat de huurachterstand tot en met mei 2025 € 7.324,51 is. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben, door niet op de zitting te verschijnen, de huurachterstand niet weersproken zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat deze klopt. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden veroordeeld om € 7.324,51 aan [eiseres] te betalen. De huur tot en met de maand mei 2025 zit hier dus bij.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.3.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] verplicht waren om de huur op tijd te betalen en dat niet hebben gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De huurachterstand is op dit moment acht maanden. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben geen omstandigheden naar voren gebracht die maken dat de betalingsachterstand in dit geval niet ernstig genoeg is om ontbinding te kunnen rechtvaardigen.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.4.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moeten [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de woning met al hun spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. Tot en met de dag van de ontruiming moeten [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een gebruiksvergoeding van € 844,12 per maand betalen (artikel 7:225 BW).
Oneerlijke bepalingen
2.5.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van [eiseres] oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. [eiseres] mag die bepaling dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht.
2.6.
Hierna zal worden besproken welke bepaling(en) oneerlijk zijn en wat het gevolg is van de vernietiging van die oneerlijke bepalingen voor de eis van [eiseres] .
Incassokosten en rente
2.7.
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. In de algemene voorwaarden van [eiseres] staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling. Omdat die bepaling oneerlijk is, mag [eiseres] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een boete van € 50,00 moeten betalen als zij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoen. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zouden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als zij te laat betalen alleen de wettelijke rente en (nadat een zogenaamde 14-dagen brief is gestuurd) incassokosten moeten betalen. [eiseres] wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast direct een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
Verder geen oneerlijke bepalingen
2.8.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] moeten de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aan [eiseres] moeten betalen op € 146,43 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.502,43. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om aan [eiseres] te betalen € 7.324,51;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter algehele beschikking van [eiseres] te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om vanaf vandaag tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan [eiseres] te betalen € 844,12 per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.502,43;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
62574
Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia).
Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68.
Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia).