Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-27
ECLI:NL:RBROT:2025:9850
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,992 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-651042-18
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Tegenspraak
Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
bijgestaan door mr. O. Saki, advocaat te Rotterdam (ter zitting waargenomen door
mr. T. Altindag).
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdachte wordt – kort gezegd – beschuldigd van het in vereniging handelen in
verdovende middelen, het voorhanden hebben van een hoeveelheid harddrugs (35,2 gram) en – gedurende een relatief korte periode – de deelname aan een criminele organisatie.
3Procesafspraken
Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van deze strafzaak en de ontnemingsprocedure. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, zijn raadsvrouw en de officier van justitie is ondertekend in februari 2025. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt.
De procesafspraken houden onder meer in dat de verdachte geen bewijs- en/of strafmaatverweren voert en afstand doet van de in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan en dat het Openbaar Ministerie een schuldigverklaring zonder strafoplegging zal vorderen.
4Bewezenverklaring
4.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie, mr. R.P.L. van Loon, heeft gerekwireerd overeenkomstig de procesafspraken. Hij heeft de bewezenverklaring gevorderd van alle ten laste gelegde feiten.
4.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweer gevoerd.
4.3.
Bewezenverklaring
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist, worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen. Nu de verdediging geen (bewijs)verweren heeft gevoerd, zullen deze feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september 2018
tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of
verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 05 november 2018 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 29,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne,
ongeveer 5,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij in of omstreeks de periode van 25 september 2018 tot en met 05 november 2018
te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van
misdrijven,
namelijk het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of
verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) hoeveelhe(i)d(en)
van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
3. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Dictum
7.2.
Procesafspraken
De rechtbank heeft tijdens de zitting met de verdachte de procesafspraken besproken die hij en zijn raadsvrouw met de officier van justitie zijn overeengekomen. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld. Volgens beide partijen heeft ten behoeve van het opstellen van de procesafspraken uitvoerig overleg plaatsgevonden. De rechtbank is geen partij bij de procesafspraken en is niet gehouden tot naleving daarvan.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is hij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.
7.3.
Eis van de officier van justitie en standpunt van de verdediging
De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel. De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweren gevoerd.
7.4.
Feiten
De verdachte heeft met anderen gehandeld in verdovende middelen, ongeveer 35,2 gram harddrugs in gripzakjes voorhanden gehad en – gedurende een relatief korte periode – deelgenomen aan een criminele organisatie. De verdachte heeft op bestelling verdovende middelen afgeleverd aan druggebruikers. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de drugshandel. Harddrugs vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de handel daarin gaat vaak gepaard met andere vormen van ernstige (gewelds)criminaliteit. De verdachte heeft zijn eigen belangen laten prevaleren boven de schadelijke gevolgen die de handel in harddrugs veroorzaakt.
7.5.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
20 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapporten over de verdachte van 8 november 2018 en 6 februari 2019.
7.6.
Conclusie
De rechtbank heeft acht geslagen op de procesafspraken. De verdachte heeft ernstige strafbare feiten begaan. In zijn voordeel is echter rekening gehouden met de (zeer) ruime overschrijding van de redelijke termijn voor berechting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Ook is rekening gehouden met het feit dat de verdachte afstand doet van alle goederen die bij hem in beslag zijn genomen. Verder heeft de verdachte 47 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht.
Daarom acht de rechtbank het raadzaam te bepalen, dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Hiermee zijn alle belangen van strafvordering voldoende gediend.
8In beslag genomen voorwerpen
De officier van justitie en de verdediging zijn in de procesafspraken overeengekomen dat de verdachte afstand zal doen van de onder hem in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan.
Nu de verdachte afstand heeft gedaan, zal een beslissing van de rechtbank op dit punt achterwege blijven.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
bepaalt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mr. R.H. Kroon en mr. E.M. Rocha, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 juni 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september
2018 tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of
verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
(artikel 2 onder B jo 10 Opiumwet)
art 2 ahf/ond B Opiumwet
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 4 Opiumwet
2.
hij op of omstreeks 05 november 2018 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 29,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne,
ongeveer 5,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(artikel 2 onder C jo 10 Opiumwet)
art 2 ahf/ond C Opiumwet
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek va n Strafrecht
art 10 lid 3 Opiumwet
3.
hij in of omstreeks de periode van 25 september 2018 tot en met 05 november
2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van
misdrijven,
namelijk het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of
verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) hoeveelhe(i)d(en)
van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
(artikel 11b Opiumwet)
art 10 lid 4 Opiumwet :
art 2 ahf/ond B Opiumwet
art 11b lid 1 Opiumwet
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-651042-18
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Tegenspraak
Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
bijgestaan door mr. O. Saki, advocaat te Rotterdam (ter zitting waargenomen door
mr. T. Altindag).
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdachte wordt – kort gezegd – beschuldigd van het in vereniging handelen in
verdovende middelen, het voorhanden hebben van een hoeveelheid harddrugs (35,2 gram) en – gedurende een relatief korte periode – de deelname aan een criminele organisatie.
3Procesafspraken
Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van deze strafzaak en de ontnemingsprocedure. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, zijn raadsvrouw en de officier van justitie is ondertekend in februari 2025. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt.
De procesafspraken houden onder meer in dat de verdachte geen bewijs- en/of strafmaatverweren voert en afstand doet van de in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan en dat het Openbaar Ministerie een schuldigverklaring zonder strafoplegging zal vorderen.
4Bewezenverklaring
4.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie, mr. R.P.L. van Loon, heeft gerekwireerd overeenkomstig de procesafspraken. Hij heeft de bewezenverklaring gevorderd van alle ten laste gelegde feiten.
4.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweer gevoerd.
4.3.
Bewezenverklaring
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist, worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen. Nu de verdediging geen (bewijs)verweren heeft gevoerd, zullen deze feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september 2018
tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of
verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 05 november 2018 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 29,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne,
ongeveer 5,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij in of omstreeks de periode van 25 september 2018 tot en met 05 november 2018
te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van
misdrijven,
namelijk het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of
verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) hoeveelhe(i)d(en)
van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
3. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Dictum
7.2.
Procesafspraken
De rechtbank heeft tijdens de zitting met de verdachte de procesafspraken besproken die hij en zijn raadsvrouw met de officier van justitie zijn overeengekomen. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld. Volgens beide partijen heeft ten behoeve van het opstellen van de procesafspraken uitvoerig overleg plaatsgevonden. De rechtbank is geen partij bij de procesafspraken en is niet gehouden tot naleving daarvan.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is hij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.
7.3.
Eis van de officier van justitie en standpunt van de verdediging
De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel. De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweren gevoerd.
7.4.
Feiten
De verdachte heeft met anderen gehandeld in verdovende middelen, ongeveer 35,2 gram harddrugs in gripzakjes voorhanden gehad en – gedurende een relatief korte periode – deelgenomen aan een criminele organisatie. De verdachte heeft op bestelling verdovende middelen afgeleverd aan druggebruikers. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de drugshandel. Harddrugs vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de handel daarin gaat vaak gepaard met andere vormen van ernstige (gewelds)criminaliteit. De verdachte heeft zijn eigen belangen laten prevaleren boven de schadelijke gevolgen die de handel in harddrugs veroorzaakt.
7.5.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
20 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapporten over de verdachte van 8 november 2018 en 6 februari 2019.
7.6.
Conclusie
De rechtbank heeft acht geslagen op de procesafspraken. De verdachte heeft ernstige strafbare feiten begaan. In zijn voordeel is echter rekening gehouden met de (zeer) ruime overschrijding van de redelijke termijn voor berechting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Ook is rekening gehouden met het feit dat de verdachte afstand doet van alle goederen die bij hem in beslag zijn genomen. Verder heeft de verdachte 47 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht.
Daarom acht de rechtbank het raadzaam te bepalen, dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Hiermee zijn alle belangen van strafvordering voldoende gediend.
8In beslag genomen voorwerpen
De officier van justitie en de verdediging zijn in de procesafspraken overeengekomen dat de verdachte afstand zal doen van de onder hem in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan.
Nu de verdachte afstand heeft gedaan, zal een beslissing van de rechtbank op dit punt achterwege blijven.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
bepaalt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mr. R.H. Kroon en mr. E.M. Rocha, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 juni 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september
2018 tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of
verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of
(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
(artikel 2 onder B jo 10 Opiumwet)
art 2 ahf/ond B Opiumwet
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 10 lid 4 Opiumwet
2.
hij op of omstreeks 05 november 2018 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 29,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne,
ongeveer 5,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(artikel 2 onder C jo 10 Opiumwet)
art 2 ahf/ond C Opiumwet
art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek va n Strafrecht
art 10 lid 3 Opiumwet
3.
hij in of omstreeks de periode van 25 september 2018 tot en met 05 november
2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van
misdrijven,
namelijk het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of
verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) hoeveelhe(i)d(en)
van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne,
zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
(artikel 11b Opiumwet)
art 10 lid 4 Opiumwet :
art 2 ahf/ond B Opiumwet
art 11b lid 1 Opiumwet