Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-18
ECLI:NL:RBROT:2025:9693
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,450 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 18 juli 2025
[verzoeker]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 26 juni 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter terechtzitting van 11 juli 2025 zijn verschenen en gehoord:
[verzoeker] , verzoeker;
[naam] , werkzaam bij Antes;
de heer M.M. Draer en mevrouw M. van der Schee, schuldhulpverleners;
de heer J.M. Guijt, beschermingsbewindvoerder.
Ter zitting zijn aanvullende stukken overgelegd.
De uitspraak is bepaald op heden.
Feiten
Verzoeker heeft zich ziekgemeld en ontvangt volgens het verzoekschrift tot en met augustus 2025 inkomsten uit arbeid. Daarna zal verzoeker via het UWV of de gemeente een uitkering moeten aanvragen. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet (Fw) € 38.930,26. Aangezien de verhuurder de ontruiming van de woning had aangezegd, heeft schuldhulpverlening in overleg met de (voormalig) advocaat van verzoeker geen aanbod aan de schuldeisers kunnen doen. Schuldhulpverlening heeft verzoeker daarom doorgeleid naar de wettelijke schuldsaneringsregeling en gelijktijdig een verzoek ex artikel 287, vierder lid Fw, ingediend.
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
Naar het oordeel van de rechtbank weegt in dit geval mee dat op verzoeker zeer recent een wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, waarin een aanzienlijke tekortkoming is ontstaan. Dit geeft in beginsel aanleiding om de vraag of de schulden van verzoeker te goeder trouw onbetaald zijn gelaten en de vraag of verzoeker zijn verplichtingen na zal komen, kritisch te toetsen.
Goede trouw toets
De rechtbank stelt in dat kader allereerst vast dat verzoeker op 3 juli 2024 is toegelaten tot de WSNP. De rechtbank heeft de WSNP circa drie maanden geleden tussentijds beëindigd, te weten op 23 april 2025. Reden hiervoor was – kort gezegd – dat verzoeker herhaaldelijk in gebreke bleef met het verstrekken van essentiële informatie die wel door de wsnp-bewindvoerder was opgevraagd (waaronder bankafschriften). Ook heeft hij de wsnp-bewindvoerder niet geïnformeerd over zijn cryptorekeningen en stortingen van derden, wat binnen minder dan een half jaar tot een geschatte boedelachterstand heeft geleid van
€ 6.533,86. Dit bedrag had aan de schuldeisers, waarvoor die schuldsaneringsregeling werkte, toe moeten komen. Nu dit niet is gebeurd zijn de schuldeisers (grotendeels dezelfde als waarvoor de vorige schuldsaneringsregeling werkte), niet te goeder trouw onbetaald gebleven.
De rechtbank ziet in het feit dat er inmiddels (sinds 27 juni 2025) een beschermingsbewindvoerder is benoemd geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, nu deze situatie zich pas recent heeft voorgedaan. Datzelfde geldt voor de behandeling bij Antes die inmiddels is gestart voor psychische klachten (somberheidsklachten). Dit zijn positieve ontwikkelingen, maar van een voldoende bestendige gedragsverandering van de zijde van [verzoeker] is nog niet gebleken. Indien het leven van verzoeker zich (verder) stabiliseert zal een volgend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk meer kans van slagen hebben.
Verplichtingen
Mede gelet op het voorgaande is de rechtbank evenmin nog onvoldoende overtuigd dat [verzoeker] deze keer wel zijn verplichtingen zal nakomen.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.