Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-13
ECLI:NL:RBROT:2025:9655
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,022 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 13 februari 2025
Bij vonnis van deze rechtbank van 2 februari 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: mr. N.N. van Klaveren.
Procesverloop
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 6 december 2024 met dit verzoek ingestemd. De rechtbank heeft de behandeling bepaald op 6 februari 2025.
GGN heeft namens Stichting Hef Wonen nadien ook verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
Op 24 januari 2025 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht over de laatste stand van zaken.
Op 3 februari 2025 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht dat zij niet ter zitting zal verschijnen en dat zij ten tijde van de zitting telefonisch beschikbaar zal zijn. Schuldenares is hoewel behoorlijk opgeroepen niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De standpunten
Bewindvoerder
Er is een tekortkoming in de informatieplicht, sollicitatieplicht, afdrachtplicht en er zijn nieuwe schulden ontstaan. Schuldenares heeft tot 8 juli 2024 een Ziektewetuitkering van het UWV ontvangen. De rechter-commissaris heeft schuldenares vrijgesteld van de sollicitatieplicht zolang zij een Ziektewetuitkering ontvangt. De bewindvoerder heeft via de beschermingsbewindvoerder vernomen dat het UWV de Ziektewetuitkering heeft stopgezet omdat schuldenares op 8 juli 2024 geen medische machtiging heeft afgegeven. Vanaf 8 juli 2024 rust er een sollicitatieplicht op schuldenares. De bewindvoerder heeft geen bewijsstukken van verrichte sollicitaties ontvangen.
Schuldenares heeft verder een tekortkoming in de nakoming van de informatieplicht aangezien er meerdere stukken ontbreken bij de bewindvoerder. Door het ontbreken van informatie bij de bewindvoerder kan er onder andere niet worden gecontroleerd waar de inkomsten van schuldenares uit bestaan. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of aan de afdrachtplicht is voldaan.
Ook heeft schuldenares een drietal nieuwe schulden laten ontstaan, namelijk een schuld aan GGN inzake Stichting Hef Wonen (verhuurder) ter hoogte van € 7.783,--, aan FBTO (zorgkostennota’s) ter hoogte van € 32,89 en aan de Belastingdienst met betrekking tot de zorgtoeslag over 2024 ter hoogte van € 564,--.
Via de dochter van schuldenares heeft de bewindvoerder begrepen dat schuldenares bij haar dochter in Portugal verblijft. Het beschermingsbewind is om die reden ook opgeheven met ingang van 5 augustus 2024.
Schuldenares
Schuldenares is hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder opgave van reden, niet ter zitting verschenen.
Beoordeling
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 91.806,61 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenares toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenares is tekortgeschoten in de nakoming van haar informatieplicht, sollicitatieplicht en afdrachtplicht. Daarnaast heeft zij diverse nieuwe (bovenmatige) schulden laten ontstaan. Schuldenares is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie bij de bewindvoerder aan te leveren. Vanwege het ontbreken van de benodigde informatie kan de bewindvoerder niet vaststellen of schuldenares aan haar afdrachtplicht heeft voldaan. De rechtbank is voorts van oordeel dat schuldenares een tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieplicht heeft laten ontstaan. De rechter-commissaris heeft schuldenares een ontheffing verleend van de sollicitatieplicht zolang zij een Ziektewetuitkering van het UWV zou ontvangen. Het UWV heeft op 8 juli 2024 de Ziektewetuitkering stopgezet omdat schuldenares geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek om een medische machtiging te verlenen. Schuldenares heeft vanaf 8 juli 2024 tot en met heden geen sollicitatiebewijzen overgelegd aan de bewindvoerder.
Daarnaast heeft schuldenares diverse nieuwe schulden laten ontstaan, te weten een schuld van € 7.783,-- aan Stichting Hef Wonen, een schuld aan het FBTO (met betrekking tot zorgkostennota’s) ter hoogte van € 32,89 en een schuld aan de Belastingdienst met betrekking tot de zorgtoeslag over 2024 ter hoogte van € 564,--. Schuldenares heeft niet aangetoond dat zij deze nieuwe schulden heeft voldaan, dan wel een betalingsregeling voor deze schulden heeft getroffen. Schuldenares heeft gelet op haar handelwijze gedurende de schuldsaneringsregeling geen blijk gegeven van een saneringsgezinde houding.
Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenares niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenares, in elk geval na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 1 juli 2024 van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.
De tekortkomingen rechtvaardigen in het licht van het voorgaande – nu schuldenares heeft laten zien niet saneringsgezind te zijn – op dit moment de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Nu schuldenares niet ter zitting is verschenen, heeft zij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om feiten en omstandigheden aan te voeren die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.
Nu bovengenoemde tekortkomingen reeds leiden tot een tussentijdse beëindiging, kan het verzoek tot tussentijdse beëindiging van GGN namens Stichting Hef Wonen verder onbesproken blijven.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
Dictum
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 5.227,00 (inclusief overnamevergoeding);
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van
I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.