Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-27
ECLI:NL:RBROT:2025:9653
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,718 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van: 27 januari 2025
op het verzoek van:
[verzoekster]
,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen.
Procesverloop
1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 13 januari 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ;
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener;
- Mevrouw M. Brouwer en mevrouw M. Van Oorschot, beschermingsbewindvoerder.
Beoordeling
De toelating
2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
Mevrouw [verzoekster] voldoet aan de eisen en wordt toegelaten tot de WSNP. Voor een eerdere ingangsdatum dan vandaag ziet de rechtbank bij ontbreken van de daarvoor benodigde informatie geen aanleiding.
Goede-trouw-toets
2.3.
Mevrouw [verzoekster] heeft een schuld aan de belastingdienst van in totaal € 23.174,--. Van deze schuld ziet een bedrag van € 21.839,-- op terugvordering kinderopvangtoeslag. Daarnaast heeft mevrouw [verzoekster] een schuld aan het CJIB van € 5.705,84. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw is ontstaan, althans onbetaald gelaten en staan in beginsel toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg.
Hardheidsclausule
2.4.
Ondanks het ontbreken van de goede trouw, kan een verzoek wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat mevrouw [verzoekster] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden onder controle heeft gekregen en een wending ten goede is ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. Mevrouw [verzoekster] heeft ter zitting verklaard dat zij een roerige periode in haar leven heeft gehad. Zij heeft door stress en depressieve klachten verzuimd haar kinderopvangtoeslag stop te zetten, terwijl er van kinderopvang geen sprake meer was. Mevrouw [verzoekster] heeft de ontvangen kinderopvangtoeslag echter wel uitgegeven. De schuld aan het CJIB betreffen boetes wegens onverzekerd rijden, aldus mevrouw [verzoekster] . Deze zijn ontstaan doordat er beslag lag op de auto en zij de auto niet van haar naam kon halen.
2.5.
Mevrouw [verzoekster] heeft haar situatie ingrijpend veranderd. Zij heeft zich onder beschermingsbewind laten stellen. Het beschermingsbewind is uitgesproken op
8 maart 2022. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de kinderopvangtoeslag na het uitspreken van beschermingsbewind direct is stopgezet. Mevrouw [verzoekster] heeft ook geen auto meer op haar naam. Mevrouw [verzoekster] wil graag van haar schulden af. Zij heeft ter zitting blijk gegeven van een serieuze en saneringsgezinde houding. Hierdoor is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat mevrouw [verzoekster] haar verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.
Verplichtingen
2.6.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de WSNP verder moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspannings- (of: sollicitatie) verplichting voor 36 uur per week (tenzij er sprake is van aantoonbare medische ongeschiktheid), de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.7.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen.
2.8.
De eerste dertien maanden van het traject geldt een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] . Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt ook de postblokkade.
2.9.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster]
,
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema,
en tot bewindvoerder R.I de Jong,
gevestigd te Postbus 2022,
4200 BA Gorinchem;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 27 januari 2025 en de einddatum op 27 juli 2026;
- draagt de bewindvoerder op om de komende dertien maanden de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025.