Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-18
ECLI:NL:RBROT:2025:9565
Bestuursrecht; Belastingrecht
Proces-verbaal
938 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/2495
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2025 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam
(gemachtigden: [persoon A] en [persoon B] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 februari 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiser op 27 oktober 2023 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de heffingsambtenaar deelgenomen. Eiser is zonder bericht van verhindering niet verschenen. De griffier heeft het Track & Trace-systeem van PostNL geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de kennisgeving van de zitting als onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd is. Vervolgens is de Basisregistratie Personen geraadpleegd en is de kennisgeving per normale post verzonden. Gelet hierop is eiser correct voor de zitting uitgenodigd.
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. De heffingsambtenaar heeft de bestreden naheffingsaanslag op 3 juli 2025 vernietigd. Dat betekent dat eiser met deze procedure niet meer in een betere positie kan worden gebracht. Hij heeft dus geen procesbelang meer. Omdat de heffingsambtenaar tijdens het beroep tegemoet is gekomen aan eiser, moet de heffingsambtenaar wel het betaalde griffierecht vergoeden.
Conclusie
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. De heffingsambtenaar moet wel het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt.
4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025 door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Veth, griffier.
De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.