Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-11
ECLI:NL:RBROT:2025:9301
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,464 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/689824 / JE RK 24-2514 en C/10/611181 / FA RK 21-169
Datum uitspraak: 11 februari 2025
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
en
[de vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. A.C.M. van Lieshout, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
en
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
Ten aanzien van C/10/689824 / JE RK 24-2514
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 2] ,
advocaat mr. M. Jonkman, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. A.C.M. van Lieshout, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel.
Ten aanzien van C/10/611181 / FA RK 21-169
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 2] ,
advocaat mr. M. Jonkman, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,
In zijn adviserende en/of toetsende taak is in deze procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de Raad.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 16 december 2024, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
het e-mailbericht van de moeder van 10 februari 2025 in de zaak C/10/689824 / JE RK 24-2514, met bijlage;
het aanvullend verzoekschrift met producties van de moeder in de zaak C/10/611181 / FA RK 21-169, ingekomen op 30 januari 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .
1.3.
Namens de Raad is niemand verschenen. De rechtbank stelt vast dat de Raad wel is opgeroepen.
1.4.
De rechtbank heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. De moeder heeft namens [minderjarige 1] hierover een brief gestuurd. In de brief staat dat [minderjarige 1] de brief heeft geschreven bij [zorginstelling] , in aanwezigheid van zijn behandelaren. Tijdens de zitting heeft de rechtbank samengevat wat er in de brief staat. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd voor de duur van een maand, te weten tot 18 februari 2025, en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de behandeling van de verzoeken in de zaak C/10/611181 / FA RK 21-169, daaronder begrepen de nieuwe/gewijzigde verzoeken van de vader en het zelfstandige verzoek van de moeder tot benoeming van een bijzondere curator, aangehouden en met het verzoek tot ondertoezichtstelling verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.
3De (aangehouden) verzoeken
Ten aanzien van C/10/689824 / JE RK 24-2514
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen
voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Omdat bij beschikking van 16 december 2024 de ondertoezichtstelling reeds met een maand is verlengd, bedraagt het resterende deel van het verzoek elf maanden.
Ten aanzien van C/10/611181 / FA RK 21-169
3.2.
De vader verzoekt:
- de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken dan wel de verzoeken van de moeder af te wijzen; - primair: te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader;
- subsidiair: dat de kinderen uit huis worden geplaatst en meer specifiek bij de vader;
- meer subsidiair: een zorg- en contactregeling vast te stellen, waarbij de kinderen bij de vader verblijven: - in januari, februari, maart 2025: één dagdeel per veertien dagen, zulks enkel
onder begeleiding van de jeugdbeschermer; - in april, mei, juni 2025: één dagdeel per veertien dagen (onbegeleid); - in juli en augustus 2025: één weekenddag per veertien dagen (onbegeleid); - in september en oktober: éénmaal per veertien dagen van zaterdag 09:00 uur tot
zondag 19:00 uur;
- vanaf november 2025: om het weekend van vrijdagmiddag 15:00 uur dan wel uit school tot zondag 19:00 uur;- waarbij de vader brengt en haalt;- tijdens de schoolvakanties loopt de omgangsregeling door;- verdeling van de schoolvakanties bij helfte;
- de vader mede te belasten met het gezag over de kinderen en de griffier te gelasten om hiervan aantekening te laten maken in het gezagsregister.
De zelfstandige verzoeken van de moeder
3.3.
De moeder verzoekt:
- dat een bijzondere curator wordt benoemd;
- de vader niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken dan wel de verzoeken van
de vader af te wijzen;
- Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te ontslaan uit de functie als
jeugdbeschermer over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
- de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen van de
gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
Ten aanzien van de laatste twee gedachtestreepjes heeft de advocaat van de moeder ter zitting aangegeven dat deze dienen te worden opgevat als een verzoek tot vervanging van de GI als bedoeld in artikel 1:259 van het Burgerlijk Wetboek. Dit verzoek wordt gehandhaafd indien de huidige GI niet kan toezeggen dat een andere jeugdbeschermer bij het gezin betrokken raakt.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen. De strijd tussen de ouders is onverminderd aanwezig en de kinderen worden belast met volwassenzaken. De kinderen komen daardoor onvoldoende toe aan hun eigen ontwikkeling. Voor beide kinderen is voortzetting van therapie en behandeling nodig om stagnatie in hun ontwikkeling tegen te gaan. Verder zijn de kinderen het contact met de vader volledig verloren. Van belang is dat in het kader van de ondertoezichtstelling kan worden gewerkt aan een neutraal vaderbeeld en dat vervolgens opnieuw wordt bezien of er mogelijkheden zijn tot contactherstel. Daarnaast dient in het kader van de ondertoezichtstelling te worden onderzocht op welke wijze de ouders kunnen worden begeleid, gestuurd en gesteund in het verminderen van hun strijd.
De GI verzet zich niet tegen het verzoek van de moeder tot vervanging van de GI. De GI is tot de conclusie is gekomen dat het de voormalige jeugdbeschermer niet is gelukt om onpartijdig regie te voeren in het gezin. Het gezin is de afgelopen periode ook onvoldoende begeleid door de GI. Om deze redenen kan de GI achter het verzoek van de moeder staan om de huidige GI te vervangen door de gecertificeerde instelling het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, als er geen andere jeugdbeschermer betrokken raakt. De GI kan op dit moment nog niet toezeggen of een andere jeugdbeschermer bij het gezin zal worden betrokken. Wel zijn daarover gesprekken gaande. Het is belangrijk voor de kinderen dat op korte termijn stappen worden gezet. Het maakt de GI niet uit welke gecertificeerde instelling hier zorg voor draagt, zolang het maar gebeurt. De GI heeft geen contact gehad met een mogelijke vervangende gecertificeerde instelling. De GI is van mening dat het huidige beleid goed is onderbouwd en verwacht dan ook niet dat het beleid bij een andere GI anders zal zijn.
4.2.
Namens en door de vader wordt ingestemd met het verzoek van de GI. Het is belangrijk dat er goed zicht blijft op de kinderen. De vader staat niet achter een vervanging van de GI, nu de wachtlijst bij het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering negen maanden bedraagt. Een nieuwe GI moet zich bovendien weer inlezen in de zaak en dit kost ook tijd. Een vervanging van de GI moet in het belang van de kinderen zijn, maar dat is het in dit geval niet omdat de zaak dan alleen maar vooruit wordt geschoven. De vader vindt het belangrijk dat de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig is ter zitting als zijn verzoeken worden besproken.
4.3.
Namens en door de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Het liefst ziet de moeder dat de ondertoezichtstelling wordt afgesloten, zodat de kinderen rust kunnen ervaren. Echter, het is op dit moment nog belangrijk dat er een instantie betrokken blijft die naar de kinderen kan luisteren en weet wat zij nodig hebben. De GI heeft toegegeven dat zij fouten heeft gemaakt. De moeder heeft daarom weinig vertrouwen meer in deze GI. Het is onduidelijk wanneer een nieuwe jeugdbeschermer kan worden toegewezen aan het gezin, nadat de vorige is weggegaan. De moeder is van mening dat als een nieuwe jeugdbeschermer op korte termijn wordt toegewezen, de ondertoezichtstelling kan worden gecontinueerd bij de huidige GI. Als de GI deze toezegging niet kan doen, handhaaft de moeder het verzoek ten aanzien van de vervanging van de GI.
Beoordeling
Ten aanzien van C/10/689824 / JE RK 24-2514
5.1.
Op basis van de stukken en hetgeen is besproken op de zitting is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er is sprake van hardnekkige systeemproblematiek. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden door de volwassenen om hen heen belast met volwassenzaken en zij hebben last van de strijd tussen de ouders. De kinderen komen op deze manier niet toe aan hun eigen ontwikkeling en zitten klem tussen de ouders. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben behoefte aan rust. Het is van belang dat de komende tijd stappen worden gezet door de ouders om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen. Daarbij is van belang dat individuele hulpverlening voor de kinderen in de vorm van therapie en behandeling wordt voortgezet en dat het beeld dat de kinderen van de vader hebben en de mogelijkheden tot contactherstel de blijvende aandacht hebben. De betrokkenheid van de GI is daarbij noodzakelijk, omdat de ouders daar op dit moment zelfstandig niet toe in staat zijn.
5.2.
Gelet op het feit dat ter zitting geen verweer is gevoerd tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de rechtbank op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden voor de ondertoezichtstelling, zoals gesteld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek aanwezig zijn, zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden verlengd en wel voor de duur van vijf maanden. De behandeling van het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden tot de hierna te noemen pro forma datum. De komende periode is het van belang dat er meer duidelijkheid ontstaat over het verloop van de ondertoezichtstelling. De rechtbank verzoekt de GI alsdan te rapporteren over de laatste stand van zaken en daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet gehandhaafd wordt. Ook dient duidelijk te worden in hoeverre de huidige GI de uitoefening van de ondertoezichtstelling voortzet dan wel dat vervanging van de GI aan de orde dient te zijn.
5.3.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Ten aanzien van C/10/611181 / FA RK 21-169
5.4.
Gelet op de aard en de complexiteit van de verzoeken en het feit dat de Raad voor de Kinderbescherming -ondanks daartoe te zijn opgeroepen- niet ter zitting is verschenen om advies uit te brengen, is de rechtbank van oordeel dat de behandeling en de beoordeling van de verzoeken moet worden aangehouden.
5.5.
De verzoeken van de vader en de moeder zullen worden aangehouden en door de meervoudige kamer van de rechtbank worden behandeld op de hierna te noemen zittingsdatum.
5.6.
De kinderrechter verzoekt de Raad alsdan te rapporteren en advies uit te brengen over de lopende verzoeken van de vader en de moeder.
Dictum
De rechtbank:
Ten aanzien van C/10/689824 / JE RK 24-2514
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 18 juli 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
bepaalt dat de behandeling van de zaak met kenmerk C/10/689824 / JE RK 24-2514 voor het overig verzochte wordt aangehouden tot 1 juni 2025 pro forma;
6.4.
bepaalt dat de GI, de belanghebbenden en hun advocaten op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;
6.5.
verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum aan de rechtbank (met afschrift aan de belanghebbenden en hun advocaten) de verzochte rapportage te doen toekomen.
Ten aanzien van C/10/611181 / FA RK 21-169 en de zelfstandige verzoeken van de moeder
6.6.
houdt de beslissing op de verzoeken voor het overige aan en bepaalt dat de verdere behandeling van de verzoeken van de vader en de moeder zal plaatsvinden bij de meervoudige kamer op 8 april 2025 te 09:00 uur; in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam.
6.7.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI, de belanghebbenden en hun advocaten;
6.8.
gelast de oproeping van [minderjarige 1] voor het kindgesprek tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;
6.9.
verzoekt de Raad één week voor de zittingsdatum de rechtbank een schriftelijk advies (met afschrift aan de GI, de belanghebbenden en hun advocaten) te doen toekomen.
6.10.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025 door mr. M.P.G. Rietbergen, mr. A.M.I. van der Does en mr. J.C.M. Persoon, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 25 februari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.