Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-31
ECLI:NL:RBROT:2025:9261
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,431 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/5435
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
(gemachtigde: mr. F. Berger-Smeets),
en
de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. D.W. Gerritsen).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een bestuurlijke boete van € 1.200,- die de staatssecretaris met het boetebesluit van 14 december 2023 aan eiseres heeft opgelegd vanwege een overtreding van bij of krachtens de Tabaks- en rookwarenwet (Trw) gestelde voorschriften. Eiseres is het niet eens met deze boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Nadien heeft de staatsecretaris het boetebesluit herroepen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 30 april 2024 op het bezwaar van eiseres is de staatssecretaris bij het boetebesluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Op 28 mei 2025 heeft de staatssecretaris een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, die inhoudt dat de staatssecretaris het bestreden besluit intrekt, het bezwaar alsnog gegrond verklaart en het boetebesluit herroept.
2.3.
De rechtbank heeft eiseres bij brief van 2 juni 2025 gevraagd of zij de rechtbank binnen twee weken wil laten weten of zij het eens is met het nieuwe besluit.
2.4.
Eiseres heeft bij e-mail van 19 juni 2025 gereageerd en gesteld dat zij het beroep handhaaft.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2025 op zitting behandeld, tezamen met het beroep met kenmerk ROT 24/5019 van het College van Bestuur Universiteit Utrecht. Aan de zitting hebben deelgenomen: namens eiseres haar gemachtigde en [naam] (hoofd Facility Services) en de gemachtigde van de staatssecretaris.
Beoordeling
3. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres de opgelegde boete niet hoeft te betalen, nu de staatssecretaris het boetebesluit heeft herroepen. Met deze stand van zaken ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag welk procesbelang eiseres nog heeft bij dit beroep.
3.1.
Het is vaste rechtspraak dat er alleen sprake is van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van alleen een formeel of principieel belang bij een oordeel van de bestuursrechter is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
3.2.
Eiseres heeft in haar reactie van 19 juni 2025 naar voren gebracht dat in het nieuwe besluit nog steeds staat dat sprake is van een overtreding van de Trw omdat eiseres het rookverbod onvoldoende handhaaft. Eiseres is het met die overwegingen niet eens. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres erkend dat zij met haar beroep niets meer kan bereiken, maar dat zij van de staatssecretaris een toelichting wil op wat eiseres nog meer zou kunnen doen om het rookverbod te handhaven en dat zij ter zitting graag haar verhaal wil doen.
3.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kan wat eiseres heeft aangevoerd enkel worden aangemerkt als een principieel belang bij een oordeel van de rechtbank. Dat is echter onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
Conclusie
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. De staatssecretaris heeft aangeboden in het begeleidend schrijven bij het nieuwe besluit op bezwaar om het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.J. Bos, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.