Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-04
ECLI:NL:RBROT:2025:9067
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,629 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11380188 CV EXPL 24-27000
datum uitspraak: 4 april 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: [plaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. J. Groot Koerkamp,
tegen
1V.V.E. [adres 1] ,
vestigingsplaats: [plaats] ,
gemachtigde: mr. E.J. Lichtenveldt,
2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [plaats] ,
die zelf procedeert,
3. [gedaagde 3] ,
woonplaats: [plaats] ,
gemachtigde: mr. L.M. Bisschop,
gedaagden.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’, ‘VvE’, ‘ [gedaagde 2] ’ en ‘ [gedaagde 3] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de vonnissen van de rechtbank Rotterdam, team handel en haven, van 18 september 2024 en 16 oktober 2024 en de daarin genoemde stukken (zaaknummer / rolnummer: C/10/674308 / HA ZA 24-171);
het exploot tot oproeping van [gedaagde 2] na verwijzing (na verstek) van 23 oktober 2024;
het antwoord van [gedaagde 2] .
1.2.
Op 5 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
[eiser] en een niet-beëdigde tolk, bijgestaan door mr. S. Hameling namens de gemachtigde;
namens de VvE mevrouw [persoon A] , werkzaam bij [woningcorporatie] , bijgestaan door de gemachtigde;
[gedaagde 2] en zijn ouders;
[gedaagde 3] en de gemachtigde.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde 3] woont aan het [adres 2] in [plaats] . Zij heeft daar samengewoond met [gedaagde 2] , die inmiddels uit de woning vertrokken is. [eiser] woont in dezelfde woontoren op [nummer] en is de bovenbuurman van [gedaagde 3] . Toen de vader van [gedaagde 3] op 27 oktober 2018 aan het klussen was in de woning, heeft hij tijdens het boren in het plafond een gemeenschappelijke centrale verwarmingsleiding (hierna: de CV-leiding) beschadigd en is er schade aan de woning van [eiser] ontstaan. Een deel van de schade is inmiddels hersteld via de verzekering van de vader van [gedaagde 3] , maar de radiator in de slaapkamer werkt nog steeds niet waardoor [eiser] deze kamer niet kan verwarmen.
2.2.
Omdat het conflict nog steeds niet opgelost is, eist [eiser] in deze zaak de VvE te veroordelen om binnen een maand na de datum van dit vonnis de CV-leiding in de betonvloer van het appartement van [eiser] voor eigen rekening en risico vanuit het appartement van de onderburen in oude toestand te laten herstellen op de wijze zoals voorgeschreven door een deskundige op straffe van een dwangsom. Verder eist [eiser] dat de VvE, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk worden veroordeeld om de kosten van deze deskundige te betalen (€ 2.057,- met rente) en om hen hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 4.332,- te vermeerderen met € 69,- per maand vanaf december 2023 voor iedere maand dat de CV-leiding nog niet in de oude toestand is hersteld. [eiser] eist ook een vergoeding van buitengerechtelijke- en proceskosten.
2.3.
De VvE, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn het niet eens met de eisen. Op de stellingen van de partijen zal hierna, voor zover dat van belang is voor de beoordeling, verder worden ingegaan.
Eerdere procedure
2.4.
Bij beschikking van deze rechtbank van 4 november 2022 (zaaknummer: 9223298 VZ VERZ 21-8568) is [deskundige] van [bedrijf 2] tot deskundige benoemd om (onder meer) de vraag te beantwoorden of herstel van de radiator in oude toestand mogelijk is. De deskundige heeft, kort gezegd, aangegeven dat dit niet mogelijk is vanuit het appartement van [eiser] , maar wel vanuit het appartement van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] door de geraakte leiding door middel van hakwerk bloot te leggen, een mof te plaatsen en een en ander weer aan te helen. De kosten daarvan bedragen ongeveer € 2.700,-. De deskundige heeft verder aangegeven dat er vanuit het appartement van [eiser] wel een andere oplossing mogelijk is, maar die is esthetisch minder fraai en brengt de situatie ook niet terug in de oude staat. Deze oplossing is om een directe verbinding te maken met de radiator in een andere kamer. De kosten daarvan bedragen ongeveer € 1.000,-.
Uitkomst
2.5.
De eisen van [eiser] worden afgewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.
Herstel (in oude toestand) en wijze waarop
2.6.
Partijen zijn het erover eens dat het aan de VvE is om de CV-leiding, die deel uitmaakt van het gemeenschappelijke leidingwerk van het appartementencomplex, te laten herstellen. De VvE heeft gedurende deze procedure meermaals aangegeven dat zij daar inderdaad voor verantwoordelijk is en dat ook wil doen. Zij heeft echter geen aannemer bereid gevonden die de CV-leiding in oude staat kan herstellen vanuit het appartement van [gedaagde 3] (de 1e optie die in het deskundigenbericht wordt genoemd). [eiser] heeft vervolgens [bedrijf 1] voorgesteld, maar omdat onenigheid bestond over de voorwaarden waaronder deze (voor de VvE onbekende) partij kon worden ingeschakeld zijn partijen het ook daarover niet eens geworden.
2.7.
Ook tijdens de zitting is geen oplossing gevonden. De VvE heeft verklaard wel een aannemer te hebben die de schade via het appartement van [eiser] kan herstellen en dat zij dat aanbod ook aan [eiser] heeft gedaan, maar zij stelt geen aannemers bereid te hebben gevonden die dit via het appartement van [gedaagde 3] , dus via de onderzijde, aandurven. [eiser] heeft op zijn beurt verklaard dat [bedrijf 1] ook niet meer bereid is dit te doen en hij ook geen andere aannemers meer kunnen en inmiddels willen vinden die de herstelwerkzaamheden op de wijze zoals onder optie 1 in het deskundigenbericht is beschreven willen uitvoeren. Kortom, [eiser] en de VvE zijn in een impasse beland en het lukt niet om deze te doorbreken.
2.8.
Waar [eiser] en de VvE het wel over eens zijn is dat de VvE verantwoordelijk is voor het herstel van de CV-leiding. Het is echter niet aan [eiser] om voor te schrijven op welke wijze dat zou moeten gebeuren. Hij kan daarom niet aan de VvE tegenwerpen dat zij geen aannemer gevonden heeft die het herstel op de door [eiser] gewenste wijze wil uitvoeren. Als de VvE de werkzaamheden aan de gemeenschappelijke CV-leiding wil laten uitvoeren via het appartement van [eiser] , welk voorstel door de VvE ook al is gedaan, maar door [eiser] (ook desgevraagd nogmaals tijdens de zitting) niet is geaccepteerd, moet hij daar op grond van artikel 5:132 BW in beginsel zijn medewerking aan verlenen. Dat zijn appartement mogelijk in waarde daalt als voor de alternatieve oplossing (de 2e optie die in het deskundigenbericht wordt genoemd) wordt gekozen, heeft [eiser] niet onderbouwd en is dus niet vast komen te staan. Deze omstandigheid staat dus vooralsnog niet aan het verlenen van medewerking door [eiser] in de weg.
2.9.
[eiser] heeft ook geen andere reden genoemd waarom het herstel zou moeten plaatsvinden op de manier die zijn voorkeur heeft (dus via het appartement van [gedaagde 3] ). De kantonrechter ziet daarom geen juridische grond voor toewijzing van dit deel van de eis.
2.10.
Gelet op het voorgaande is alleen het deel dat ziet op het door de VvE laten herstellen van de CV-leiding in het appartement van [eiser] voor toewijzing vatbaar (maar niet het deel dat ziet op de wijze waarop, noch dat het in de oude staat hersteld moet worden). Wel zal de kantonrechter aan het laten herstellen een wat langere termijn verbinden dan door [eiser] geëist, nu de ervaring leert dat met het vinden en inschakelen van een aannemer meestal iets meer tijd dan een maand is gemoeid. Nu de VvE bovendien erkend heeft en ook bereid is de CV-leiding te laten herstellen bestaat geen aanleiding voor het eveneens door [eiser] geëiste opleggen van een dwangsom.
Kosten deskundige
2.11.
Dit deel van de eis komt evenmin voor toewijzing in aanmerking. In de voornoemde beschikking van 4 november 2022 is bepaald dat de kosten van het deskundigenonderzoek voor rekening van [eiser] komen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om in dit vonnis van dit oordeel af te wijken.
Schadevergoeding
2.12.
Ook dit deel van de eis wordt afgewezen. Vast staat dat de schade aan de CV-leiding is veroorzaakt door de vader van [gedaagde 3] en dat zijn aansprakelijkheids-verzekeraar, [verzekeraar] , schriftelijk heeft bevestigd bereid te zijn de kosten van het herstel van de schade aan de woning van [eiser] te vergoeden, zoals zij ook met de reeds herstelde schade aan het laminaat heeft gedaan. In het licht van deze omstandigheden heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd waarom sprake zou zijn van een onrechtmatige daad van de VvE, [gedaagde 2] en/of [gedaagde 3] naar aanleiding waarvan zij eveneens gehouden zouden zijn om de (gevolg)schade van [eiser] te vergoeden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de VvE om, uiterlijk binnen twee maanden na betekening van dit vonnis, de centrale verwarmingsleiding in de betonvloer van het appartement van [eiser] te laten herstellen;
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van de VvE worden begroot op € 813,-, aan de kant van [gedaagde 2] op € 50,- en aan de kant van [gedaagde 3] op € 813,-;
3.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
43416