Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-16
ECLI:NL:RBROT:2025:9066
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,536 tokens
Dictum
[ter beschikking gestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
verblijvende in [instelling] (de instelling),
raadsvrouw mr. M. Nentjes, advocaat te Rotterdam.
1Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank (locatie Dordrecht) van 4 juli 2023 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 6 juli 2023.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 20 mei 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 16 juli 2025 behandeld. De officier van justitie mr. B.J. Berton, de ter beschikking gestelde (via een videoverbinding), bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Nentjes, en de deskundige [psycholoog] (via een videoverbinding), werkzaam als GZ-psycholoog en hoofd behandeling bij de instelling, zijn gehoord.
3Advies
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 7 mei 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van zwakbegaafdheid, een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, een ander gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken, en stoornissen in het gebruik van alcohol, cocaïne, en een hypnoticum of anxioliticum (in remissie onder gereguleerde omstandigheden). Ook sociaal emotioneel functioneert hij op laag niveau.
Momenteel bevindt de ter beschikking gestelde zich nog midden in de delictgerelateerde behandeling. Op 3 april 2025 is begeleid verlof aangevraagd. Vrijheden zullen stapsgewijs uitgebreid worden om zo te toetsen tot welk niveau externe structuur kan worden afgebouwd. Het ziektebesef en inzicht van de ter beschikking gestelde is beperkt en de verwachting is dat hij, gezien zijn beperkingen, afhankelijk zal blijven van externe begeleiding, structuur en medicatie om niet terug te vallen in delictgerelateerd gedrag of anderszins maatschappelijk disfunctioneren. Gezien de gemaximeerde tbs is enige voortvarendheid in het traject gewenst. Het verdere traject moet nog worden vormgegeven, maar omdat duidelijk is dat de ter beschikking gestelde nog langdurig begeleiding en toezicht zal behoeven om zijn stabiliteit te behouden, ligt het aanvragen van een zorgmachtiging voor na afloop van de gemaximeerde tbs in de lijn der verwachting. Zonder externe structuur en toezicht zal de ter beschikking gestelde vrijwel zeker snel vervallen in probleemgedrag. Het risico op recidive bij het wegvallen van de maatregel (zowel bij voorwaardelijk als onvoorwaardelijk ontslag) wordt als hoog ingeschat.
De deskundige, [psycholoog] , heeft dit standpunt op de terechtzitting bevestigd. Zij deelt in aanvulling daarop mede dat er verloven van de ter beschikking gestelde zijn ingetrokken, omdat zijn functioneren onvoldoende was en hij zich minder goed liet aanspreken en aansturen.
4Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.
Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
De rechtbank stelt vast dat de ter beschikking gestelde het afgelopen jaar positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en de nodige stappen heeft gezet. Hij bevindt zich echter nog midden in zijn delictgerelateerde behandeling. In de komende periode wordt beoogd zoveel mogelijk stappen binnen het tbs-dwangkader te doorlopen, zodat de ter beschikking gestelde op verantwoorde wijze ingebed kan worden in een vervolgsetting. Volgens vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geldt als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de ter beschikking gestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank zal dan ook de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengen.
Dictum
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is genomen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. S. Zuidwijk en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.