Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-03
ECLI:NL:RBROT:2025:8800
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,119 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf
Parketnummer 10-051033-23
Datum uitspraak 3 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum 1] 1982,
wonende in Duitsland op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. W.E.R. Geurts, advocaat in Amsterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 3 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewijswaardering
4.1.1.
Standpunt verdediging
De verdachte moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van steunbewijs voor de aangifte. De verklaringen die door de getuigen zijn afgelegd, zijn namelijk allemaal de auditu-verklaringen die uit één bron komen: de aangeefster. Getuige [naam getuige 1] (hierna: [naam getuige 1] ) heeft weliswaar op een later moment emoties waargenomen bij de aangeefster toen zij vertelde over het misbruik, maar dit kan niet het vereiste steunbewijs opleveren omdat dit gesprek niet kort na het misbruik heeft plaatsgevonden. Ook de verklaring van [naam getuige 2] (hierna: [naam getuige 2] ) kan niet worden gebruikt als bewijsmiddel nu deze verklaring niet betrouwbaar tot stand is gekomen. Zij is een nichtje en goede vriendin van de aangeefster en daardoor geen onafhankelijke getuige.
4.1.2.
Beoordeling
De aangeefster woont in Engeland en was van 9 tot en met 17 augustus 2022 met haar ouders en broertje op familiebezoek in Capelle aan den IJssel. Hier waren meerdere familieleden op bezoek, waaronder haar oom [verdachte] (hierna: de verdachte) uit Duitsland. Begin september heeft de aangeefster aangifte gedaan en een uitgebreide verklaring afgelegd over het misbruik dat in de periode van het familiebezoek door de verdachte heeft plaatsgevonden. Zo heeft zij verklaard dat toen zij aan het videobellen was met haar nichtje [naam getuige 2] , de verdachte haar schouders en nek begon te zoenen. In de nachten daarna werd zij telkens op haar borsten en vagina betast, waarbij de verdachte een keer ook in haar vagina is gegaan. De aangeefster is op verzoek van de verdediging op 15 augustus 2024 bij de rechter-commissaris gehoord en heeft daar opnieuw hetzelfde verhaal verteld. De rechtbank stelt vast dat zij telkens gedetailleerd en consistent en daarmee betrouwbaar heeft verklaard.
Haar verklaring vindt steun in de verklaringen van haar nichtje [naam getuige 2] . Zij heeft immers het videobellen bevestigd en verklaard dat zij heeft gezien dat de verdachte de aangeefster aanraakte en haar vlakbij haar mond kuste. Ook heeft zij gezien dat hij haar schouder en nek begon te kussen. Zij heeft gezien dat de aangeefster bang en ongemakkelijk was en verklaard dat de aangeefster kort daarna aan de telefoon huilend aan haar vroeg of dit normaal was. Ook [naam getuige 2] is op verzoek van de verdediging op 15 augustus 2024 gehoord bij de rechter-commissaris en ook zij heeft opnieuw hetzelfde verhaal verteld. Gelet op haar consistente en gedetailleerde manier van verklaren acht de rechtbank haar verklaringen, in tegenstelling tot de verdediging, betrouwbaar. Die verklaringen zijn dus ook bruikbaar voor het bewijs. Dat zij een nichtje en vriendin van de aangeefster is, doet niets af aan dat oordeel.
Tot slot wordt de verklaring van de aangeefster ook ondersteund door de verklaring van haar neef [naam getuige 1] . Hij heeft verklaard dat hij de aangeefster drie tot vier dagen nadat zij terugkwam uit Nederland heeft gesproken en dat zij vertelde over het misbruik. Terwijl zij hierover vertelde barstte ze in tranen uit en begon te huilen. De rechtbank vindt dat dit gesprek relatief kort na het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden en gebruikt daarom ook deze verklaring als steunbewijs.
4.1.3.
Conclusie
De verweren worden verworpen.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij in de periode van 09 augustus 2022 tot en met 17 augustus 2022 te
Capelle aan den IJssel, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2006, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het
- kussen van die schouders en/of nek van die [slachtoffer] en
- wrijven en/of knijpen in de (blote) borsten van die [slachtoffer] en
- wrijven over de (blote) vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en
- brengen van zijn, verdachte ’s, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] .
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met zijn toen vijftienjarige nichtje. Zij is in de woning van haar oma, waar zij met haar eigen familie sliep, meerdere dagen achter elkaar misbruikt door haar eigen oom. Dit terwijl zij op een plek en bij een persoon was waar ze zich bij uitstek veilig en vertrouwd zou moeten voelen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten hier lang last van houden en dat dit grote schade kan toebrengen aan hun ontwikkeling. Dat dit feit grote impact op de aangeefster heeft gehad blijkt niet alleen uit haar aangifte, maar ook uit het feit dat zij bij de rechter-commissaris, twee jaar na het misbruik, nog steeds heel emotioneel was.
7.2.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.2.1.
Strafblad
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 6 januari 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Dat betekent dat het strafblad niet strafverzwarend werkt.
7.3.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Onduidelijk is gebleven waarom verdachte tot dit feit is gekomen. Om hem te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten zal een deel van de straf voorwaardelijk worden opgelegd.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 245 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelde, groot 6 (zes maanden) niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. E. IJspeerd en P.T. Verweijen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I.M. Sinon, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2022 tot en met 17 augustus 2022 te
Capelle aan den IJssel,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2006, die de leeftijd van twaalf jaren
maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] ,
te weten het
- kussen van die schouders en/of nek van die [slachtoffer] en/of
- wrijven en/of knijpen in de (blote) borst(en) van die [slachtoffer] en/of
- wrijven over de (blote) vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- brengen van zijn, verdachte ’s, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] ;
( art 245 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2022 tot en met 17 augustus 2022 te
Capelle aan den IJssel,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2006, die toen de leeftijd van zestien
jaren nog niet had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- kussen van die schouders en/of nek van die [slachtoffer] en/of
- wrijven en/of knijpen in de (blote) borst(en) van die [slachtoffer] en/of
- wrijven over de (blote) vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] ;
( art 247 Wetboek van Strafrecht )