Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-20
ECLI:NL:RBROT:2025:8793
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,119 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/693867 / JE RK 25-240
Datum uitspraak: 20 februari 2025
Beschikking
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. L.A. Middelkoop, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.S. Boonstra, kantoorhoudende te Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 31 januari 2025, ontvangen op 6 februari 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, voornoemd;
twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
de advocaat van [voornaam minderjarige] , voornoemd.
1.3.
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Marokkaanse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van Z. Agowram, tolk in de Marokkaanse taal.
Feiten
2.1.
De vader heeft het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] is vermist.
2.3.
Bij beschikking van vandaag is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 28 februari 2026.
3Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
4De standpunten
4.1.
De GI brengt naar voren dat [voornaam minderjarige] op 11 februari 2025 is weggelopen van de groep bij Schakenbosch en nog altijd vermist is. Het is hierdoor niet gelukt om met haar te spreken over dit verzoek. Ook de gedragswetenschapper heeft door de vermissing geen verklaring kunnen opstellen, waardoor zich geen instemmingsverklaring in dit dossier bevindt. Desondanks handhaaft de GI het verzoek voor een gesloten groep. Een open groep is nog niet passend, omdat [voornaam minderjarige] binnen de open setting zichzelf en anderen in gevaar brengt. [voornaam minderjarige] heeft baat bij de stabiliteit en regels van de gesloten groep. Vanuit die stabiliteit zal de komende tijd worden toegewerkt naar een plaatsing binnen een open setting. Daarvoor wordt een stappenplan opgesteld met duidelijke veiligheidsafspraken. Het doel is om met een diagnostisch onderzoek de opvoed- en ontwikkelbehoeften van [voornaam minderjarige] in kaart te brengen, zodat de hulp daarop kan aansluiten. Op die manier hoopt de GI dat [voornaam minderjarige] de motivatie vasthoudt om op de gesloten groep te blijven. Daarnaast wil de GI de samenwerking met de vader verbeteren, om gezamenlijk te kijken wat nodig is om toe te werken naar een thuisplaatsing.
4.2.
Door en namens de vader wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De vader maakt zich grote zorgen over [voornaam minderjarige] . Vanaf het moment dat [voornaam minderjarige] uit huis is geplaatst is het alleen maar slechter met haar gegaan. [voornaam minderjarige] verzet zich tegen de gesloten plaatsing en onttrekt zich aan elke vorm van hulpverlening. De gesloten jeugdhulp werkt niet. Er moet gekeken worden naar een passende oplossing waarbinnen [voornaam minderjarige] wel de juiste hulp krijgt. De vader wil dat [voornaam minderjarige] terug naar huis komt, zodat hij voor haar kan zorgen. Als [voornaam minderjarige] naar huis komt, is de vader bereid om mee te werken aan de hulpverlening in de thuissituatie. Wel uit de vader zijn onvrede over de wisseling in hulpverleners. Hij ziet elke twee weken een nieuw gezicht. Tot slot mist de instemmingsverklaring, wat noodzakelijk is voor een machtiging gesloten jeugdhulp.
4.3.
De advocaat van [voornaam minderjarige] brengt naar voren dat zij geen contact heeft kunnen krijgen met [voornaam minderjarige] . Al bij de vorige zitting heeft de advocaat haar zorgen geuit over het wegloopgedrag van [voornaam minderjarige] en het feit dat de gesloten jeugdhulp dat gedrag van [voornaam minderjarige] lijkt te verergeren. [voornaam minderjarige] is amper op de groep geweest en is op dit moment al een tijd vermist. De gesloten setting werkt contraproductief en bij een verlenging van de machtiging bestaat het risico dat [voornaam minderjarige] weg blijft. Het patroon van de afgelopen periode zet zich dan voort en er komt geen opening bij [voornaam minderjarige] . Een plaatsing bij de vader is beter dan een bestaan op straat. Het is eerst belangrijk dat [voornaam minderjarige] terug komt, zodat samen met haar naar een passende plek kan worden gekeken en er traumabehandeling kan worden ingezet. Er moet rust komen. Daarbij komt dat [voornaam minderjarige] niet is gesproken over het verzoek en er geen instemmingsverklaring is.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp. Hierna legt de kinderrechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
5.2.
De kinderrechter stelt vast dat niet wordt voldaan aan een belangrijke voorwaarde om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen. De GI dient een instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper te overleggen die de jeugdige met het oog op het verzoek van de GI kort van tevoren heeft onderzocht. Deze verklaring ontbreekt, omdat [voornaam minderjarige] vermist is. Er is evenmin een verklaring opgesteld op basis van de schriftelijke stukken. Doordat [voornaam minderjarige] geruime tijd vermist is, is er geen zicht op haar situatie en op wat zij nodig heeft wanneer zij weer terug is. Een zover strekkende maatregel als een machtiging gesloten jeugdhulp kan daarom niet worden verleend.
5.3.
De kinderrechter spreekt de hoop uit dat [voornaam minderjarige] snel weer terecht is en dan in ieder geval contact zal hebben met haar advocaat om te bespreken wat het meest in haar belang is.
Dictum
De kinderrechter wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. de Pater als griffier, en op schrift gesteld op 14 maart 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet.
Artikel 6.1.2, vijfde lid, Jeugdwet.