Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-13
ECLI:NL:RBROT:2025:8788
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,335 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/693771 / JE RK 25-233
Datum uitspraak: 13 maart 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 februari 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder;
een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten bij de [naam kliniek] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [minderjarige] bij beschikking van 19 april 2024 onder toezicht gesteld tot 19 april 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2024 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot verlengd 19 april 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van drie maanden.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen weken heeft de GI niet veel contact gehad met [minderjarige] . [minderjarige] was erg gemotiveerd voor [naam kliniek] . Het lijkt nu echter niet zo goed met hem te gaan. Dat is jammer. Bij de intake is gezegd dat hij na [naam kliniek] terug naar huis zou gaan, maar dat lijkt niet mogelijk. De moeder heeft vanmorgen nog gebeld, maar er is nog geen antwoord over het vervolg na [naam kliniek] . De GI zal bij de behandelcoördinator aangeven dat [minderjarige] zoals de situatie nu is niet terug naar huis kan en dat zij mee moeten denken over het vervolg. De GI heeft het met de moeder gehad over het vervolg en zij zijn uitgekomen op een gezinshuis. Er zijn twee gezinshuizen die geschikt zouden kunnen zijn, namelijk een vlakbij Brielle en een in Dordrecht. De GI zal die gezinshuizen gaan benaderen.
4De standpunten
De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij [minderjarige] gisteren voor het eerst gezien heeft nadat hij is opgenomen bij de [naam kliniek] . Kort daarvoor werd haar pas verteld dat het niet zo goed met hem ging. [minderjarige] was aan het vermijden en kiest ervoor om met ‘de boefjes’ op de groep om te gaan. De moeder heeft veel geprobeerd en gedaan, maar [minderjarige] moet het uiteindelijk zelf doen. [minderjarige] heeft nu nog vijf weken te gaan om het te laten zien en het zich eigen te maken. Dat is nog een korte tijd. De moeder zal gaan kijken naar een nazorgtraject. De stap naar huis na de opname bij [naam kliniek] is te groot. Op 16 april 2025 is zijn geplande ontslag. De eerste diagnose bij [naam kliniek] was ODD en misschien CD. Life-events en faalangst kunnen meespelen. [minderjarige] kent oorzaak en gevolg onvoldoende. Hij heeft grenzen nodig. Het is niet duidelijk wat het vervolg zal zijn. Aan het einde van het traject volgt pas een advies. [minderjarige] moet hard aan zichzelf gaan werken.
Beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit is ook niet weersproken. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.2.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.4.
[minderjarige] is een aantal weken geleden begonnen bij de [naam kliniek] . Het traject verloopt tot nu toe niet zoals gehoopt. [minderjarige] vertoont vermijdingsgedrag en zoekt contact met jongeren die geen positieve invloed hebben op zijn ontwikkeling. In eerste instantie was het de bedoeling dat [minderjarige] na [naam kliniek] thuis zou gaan wonen, maar zoals het er nu naar uitziet is dat niet haalbaar. De komende tijd zal worden gekeken wat een passende vervolgplek is voor [minderjarige] . Op dit moment wordt gedacht aan een gezinshuis (met mannelijke opvoeders). Gelet op de onduidelijkheid over de vervolgstappen en om de GI langer de gelegenheid te geven eventueel een nieuw verzoek in te dienen is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek met betrekking tot de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing moet worden toegewezen tot 15 juli 2025. De moeder en de GI kunnen zich hierin vinden. Het overig verzochte zal worden aangehouden. De kinderrechter verzoekt de GI een week voor de na te noemen zittingsdatum schriftelijk te rapporteren over de laatste stand van zaken, met afschrift aan de moeder.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 19 april 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 15 juli 2025;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
6.4.
en alvorens verder te beslissen:
houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat de verdere behandeling van het verzoek van de GI zal plaatsvinden op 9 juli 2025 om 10:00 uur in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam.
6.5.
De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
6.6.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI en de belanghebbende;
6.7.
gelast de oproeping van [minderjarige] voor het kindgesprek tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip;
6.8.
verzoekt de GI een week voor de zittingsdatum de kinderrechter de verzochte rapportage (met afschrift aan de belanghebbende) te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 26 maart 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:260, eerste lid, BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.