Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-26
ECLI:NL:RBROT:2025:8671
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,835 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
[insolventienummer]
vonnis van: 26 februari 2025
op het verzoek van:
[verzoeker]
,
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast zal de rechtbank een beslissing nemen over de mogelijkheid van een alternatief aanvangsmoment van de WSNP. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Procesverloop
1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 19 februari 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener van de [gemeente] .
Beoordeling
De toelating
2.1.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.4.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen.
2.5.
Tijdens het traject geldt een tijdelijke postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
De ingangsdatum
2.7.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
2.8.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.9.
De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] in het verzoekschrift niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Uit het dossier en het behandelde ter zitting is echter gebleken dat de heer [verzoeker] zich in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan alle verplichtingen heeft gehouden. Van belang daarbij is dat (i) de heer [verzoeker] vanaf juli 2024 een bedrag van € 322,14 heeft gespaard waarmee is voldaan aan de in dat traject geldende afdrachtverplichting, althans tot en met de maand januari 2025 en dat (ii) de heer [verzoeker] al vanaf 1 mei 2024 (en tot in ieder geval 4 augustus 2025) is vrijgesteld van de sollicitatieverplichting waardoor hiermee ook is voldaan aan de in dat traject geldende inspanningsverplichting. Daarnaast brengt de heer [verzoeker] nog een extra gespaard bedrag in van € 1.713,90 dat ten gunste van de gezamenlijke schuldeisers zal komen.
2.10.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op de maand waarop de eerste aflossing is gedaan, derhalve op 26 juli 2024.
2.11.
Indien uit het door de bewindvoerder summier uit te brengen verslag van de wijze waarop de schuldenaar tijdens het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan zijn uit dat traject voortlvoeiende verplichtingen heeft voldaan anders blijkt, dient de heer [verzoeker] rekening te houden met de mogelijkheid dat de rechtbank of rechter-commissaris de regeling zal verlengen (conform artikel 349a Fw).
Dictum
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker]
,
geboren op [geboortedatum] -1967 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder P.H.L. Adam,
gevestigd te Postbus 7441,
3284 ZG Zuid-Beijerland;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 26 juli 2024 en de einddatum op 26 januari 2026;
- draagt de bewindvoerder op om de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/12e deel van de overeenkomstig artikel 2 van dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Franken, rechter, in samenwerking met mr. C. Hulsegge, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2025.
De griffier is buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen