Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-10
ECLI:NL:RBROT:2025:837
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,752 tokens
Inleiding
Rechtbank ROTTERDAM
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-122608-22
Datum zitting en uitspraak: 10 januari 2025
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, feitelijk verblijvende op het adres: [adres 1] .
Advocaat van de verdachte: K.C. van de Wijngaart
Officier van justitie: W.B.J. ten Have
Tenlastelegging
De verdachte wordt door de officier van justitie beschuldigd van het voorhanden hebben van een revolver met munitie en een pistool met munitie. De volledige beschuldiging houdt in dat de verdachte:
op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 14 mei 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, (een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten (een) vuurwapen(s) in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet, te weten
een revolver van het merk/type Smith & Wesson 357 Magnum, kaliber .357 mm, en/of
een pistool van het merk/type Zoraki 906, kaliber 7.65mm, en/of
daarbij voor dat/die wapen(s) geschikte munitie,
voorhanden heeft gehad.
Bewijs
Vordering officier van justitie
De officier van justitie vindt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte een revolver van het merk Smith & Wesson, met de daarbij behorende munitie, voorhanden heeft gehad. Voor het pistool en de daarbij behorende munitie vordert hij vrijspraak.
Oordeel rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
op 14 mei 2022 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet, te weten een revolver van het merk/type Smith & Wesson 357 Magnum, kaliber .357 mm en daarbij voor dat wapen geschikte munitie, voorhanden heeft gehad.
Bewijsmotivering en bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande aanvullende bewijsmotivering.
1. Bevindingen van de politie
Op 14 mei 2022 werd aan [adres 2] een revolver ( [nummer] ) en kogelpatronen van het kaliber .357 magnum ( [SIN-nummer 1] ) in beslag genomen (spooridentificatienummer).
2. Bevindingen van de politie
Vuurwapen (Revolver)
Smith & Wesson 357 Magnum
[SIN-nummer 1]
Kaliber .357 magnum
Het voorwerp is een revolver geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige
ontploffing of een andere scheikundige reactie. Deze revolver is een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.
Munitie (kogelpatronen)
Smith & Wesson .357 Magnum
[nummer]
Kaliber .357 magnum
Het betreft kogelpatronen van het kaliber .357 magnum. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM. Deze munitie is geschikt om te worden afgevuurd met het voornoemde vuurwapen Revolver Smith & Wesson .357 Magnum.
3. Verhoor van [naam]
[verdachte] en ik maakten tot 14 mei 2022 gebruik van de woning aan [adres 2] en van het postvak van die woning. Wij hadden de sleutel daarvan.
4. Bevindingen van de politie
Vuurwapen (revolver)
Smith & Wesson
[SIN-nummer 1]
Ik heb de binnenzijde van de loop bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb de sporen veiliggesteld, gewaarmerkt met [SIN-nummer 2] (binnenzijde loop), verpakt en verzegeld.
5. Deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek
SIN Beschrijving
[SIN-nummer 2] Bemonstering binnenzijde loop
Het onderzoeksmateriaal is onderworpen aan DNA-onderzoek.
Bemonstering Mogelijke donor van celmateriaal
[SIN-nummer 2] Onbekende man A.
6. Deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek
Sin Persoon Geboren op
[SIN-nummer 3] Verdachte [verdachte] [geboortedatum] 1984
Het DNA-profiel van verdachte [verdachte] komt overeen met het eerder gerapporteerde DNA-profiel van onbekende man A [SIN-nummer 2] .
Aanvullende bewijsmotivering
De blote stelling van de verdediging dat het op de revolver aangetroffen DNA ook door secundaire overdracht op het wapen terecht zou kunnen zijn gekomen, wordt gepasseerd. Dat daarvan sprake zou kunnen zijn, volgt niet uit het dossier en ook de overige bewijsmiddelen wijzen in de richting van de verdachte.
Partiële vrijspraak
Het aan de verdachte ten laste gelegde voorhanden hebben van het pistool van het merk Zoraki, met de daarbij behorende munitie, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. Omdat zowel de verdediging als de officier van justitie vrijspraak van dit deel van het ten laste gelegde hebben betoogd, wordt deze partiële vrijspraak verder niet besproken.
Verboden gedraging en de strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
Straf
Eis officier van justitie
De officier van justitie vindt dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden moet worden opgelegd.
Oordeel rechtbank
Ernst en gevolgen van het feit
De verdachte heeft een vuurwapen met daarbij behorende munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Illegaal wapenbezit dient, gelet op de uitwerking bij (dreigend) gebruik daarvan, dan ook te worden bestreden. Het stijgend aantal slachtoffers van vuurwapengeweld in de samenleving onderstreept de noodzaak hiervan.
Persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad van 10 december 2024 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor eens strafbaar feit. De verdachte heeft inmiddels een vaste verblijfplaats in Nederland en - zo verklaarde hij op de zitting - een werkvergunning.
Passende straf
Gelet op de omstandigheid dat het bewezen verklaarde feit dateert van mei 2022 en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zal aan de verdachte, anders dan door de officier van justitie geëist, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd. In plaats daarvan wordt aan de verdachte een taakstraf opgelegd in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw stafbare feiten te plegen.
Aan de verdachte zal een taakstraf van honderdvijftig uur, te vervangen door vijfenzeventig dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden worden opgelegd.
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
Strafbaarheid en kwalificatie
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;
Dictum
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
de revolver van het merk Smith & Wesson en de daarbij behorende 30 stuks munitie;
het pistool van het merk Zoraki en de daarbij behorende 5 stuks munitie.
Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door J.H. Janssen, voorzitter, en E.M. Rocha en
J.C. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van R. Meulendijk, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 januari 2025.
De hieronder weergegeven bewijsmiddelen zijn steeds kort weergegeven. De exacte vindplaatsen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Wanneer deze bewijsmiddelen afkomstig zijn uit hetzelfde zaaksdossier/proces-verbaal, zal dit zaaksdossier/proces-verbaal in de volgende voetnoten nog slechts verkort worden aangeduid.
Pagina 38 en 39 (proces-verbaal [proces-verbaalnummer 1] ) van het eindproces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] .
Pagina’s 48 tot en met 50 (proces-verbaal [proces-verbaalnummer 3] ) van het eindproces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] .
Pagina’s 63 tot en met 72 (proces-verbaal [proces-verbaalnummer 4] ) van het eindproces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] .
Pagina’s 56 tot en met 60 (proces-verbaal [proces-verbaalnummer 5] ) van het eindproces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] .
Pagina’s 91 tot en met 93 (deskundigenverslag van The Maastricht Forensic Institute) van het eindproces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] .
Pagina’s 126 tot en met 129 (deskundigenverslag van The Maastricht Forensic Institute, inclusief bijlage) van het eindproces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] .