Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-06
ECLI:NL:RBROT:2025:8323
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,398 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11580064 CV EXPL 25-5071
datum uitspraak: 6 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam],
vestigingsplaats: [plaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 26 februari 2025, met bijlagen;
het antwoord;
de repliek, met bijlagen.
2Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt een bedrijfspand aan [adres] in [plaats] . Stedin heeft geconstateerd dat op het adres geen leveringsovereenkomst voor energie is afgesloten maar wel energie wordt afgenomen. Daarom vordert Stedin dat [gedaagde] wordt veroordeeld
tot – zakelijk weergegeven – het verlenen van medewerking aan het afsluiten van elektriciteit en gas al dan niet met terugname van meters in het pand en het betalen van de kosten die gepaard gaan met de afsluiting. [gedaagde] is het hier niet mee eens. De vordering wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Beoordeling
3.1.
Vastgesteld wordt dat er vanaf 1 juli 2024 en op het moment van dagvaarden geen energieovereenkomst was voor het leveringsadres. Stedin is in dat geval wettelijk verplicht af te sluiten en meters weg te nemen. [gedaagde] voert aan dat hij de sleutels van het pand in januari 2025 heeft ingeleverd bij de eigenaar. Daarom moet volgens hem de eigenaar worden benaderd voor de afsluiting. De eigenaar verwijst echter naar de huurovereenkomst, die Stedin heeft overgelegd, waarin in artikel 10 staat dat het sluiten van een energieovereenkomst voor rekening van [gedaagde] komt. Het verweer van [gedaagde] dat de huurovereenkomst inmiddels is geëindigd, heeft hij niet met stukken onderbouwd. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek van Stedin maar heeft hier geen gebruik van gemaakt. Dit betekent dat het verweer van [gedaagde] onvoldoende is onderbouwd en de vorderingen van Stedin worden toegewezen.
Incassokosten
3.2.
[gedaagde] betwist dat hij de brieven van Stedin heeft ontvangen, omdat hij geen toegang heeft tot het pand. Dit verweer wordt niet gevolgd. Stedin heeft namelijk brieven overgelegd die dateren van 29 mei, 4 juli en 6 september 2024. Dit was voordat hij, zoals hij stelt, de sleutels zou hebben ingeleverd. De incassokosten van € 75,00 worden daarom toegewezen. Stedin heeft aan alle voorwaarden voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
Proceskosten
3.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Stedin moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 80,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,00) en € 20,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 357,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stedin dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
bepaalt dat Stedin, na een vooraankondiging van drie dagen, gerechtigd is tot het afsluiten van de energietoevoer aan [adres] in [plaats] , al dan niet door middel van terugname van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting zijnde de
elektriciteitsaansluiting met [EAN-code 1] en [meternummer 1]
gasaansluiting met [EAN-code 2] en [meternummer 2] en
die werkzaamheden te verrichten door middel van gedeeltelijke en tijdelijke ontruiming van het pand op grond van artikel 558 Rv;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Stedin de onder 4.1 genoemde werkzaamheden aan het adres verricht;
4.3.
bepaalt dat Stedin niet tot heraansluiting hoeft over te gaan als [gedaagde] de geleden schade inzake de afsluiting en heraansluiting niet heeft vergoed;
4.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin te betalen € 172,07 aan afsluitkosten;
4.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin te betalen € 75,00 aan buitengerechtelijke kosten;
4.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stedin worden begroot op € 357,35;
4.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.8.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
48436