Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-21
ECLI:NL:RBROT:2025:807
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,087 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11470258 VV EXPL 24-636
datum uitspraak: 21 januari 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Oost West Wonen,
vestigingsplaats: Middelharnis, gemeente Goeree-Overflakkee,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.A. den Engelsen,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Sommelsdijk, gemeente Goeree-Overflakkee,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘OWW’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 10 januari 2025, met bijlagen;
de drie brieven van OWW, alle drie met een bijlage.
1.2.
Op 20 januari 2025 is de zaak tijdens een zitting met [persoon A] (woonconsulent bij OWW) en mr. den Engelsen besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
[gedaagde] huurde een woning van OWW. Zijn huurovereenkomst liep van 4 januari 2023 tot en met 3 januari 2025. OWW heeft in oktober 2024 aan [gedaagde] laten weten dat zij de overeenkomst niet zal verlengen. De reden daarvan is dat [gedaagde] volgens OWW veel overlast veroorzaakt. [gedaagde] heeft volgens OWW de woning niet leeg opgeleverd op 3 januari 2025. Zij eist nu daarom dat hij wordt veroordeeld om de woning te ontruimen binnen drie dagen.
OWW heeft een spoedeisend belang bij haar eis
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van OWW volgt dat deze spoed aanwezig is.
[gedaagde] moet de woning binnen drie dagen ontruimen
2.3.
De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv). De kantonrechter vindt de ontruimingstermijn van drie dagen (nadat het vonnis is betekend) in dit geval dus ook niet onrechtmatig. De reden daarvoor is dat [gedaagde] volgens OWW niet dakloos hoeft te worden. In de dagvaarding heeft ze al geschreven dat Pameijer en de gemeente betrokken zijn bij de situatie. Tijdens de zitting heeft zij daaraan toegevoegd dat de gemeente [gedaagde] inmiddels een aanbod heeft gedaan voor begeleid wonen. Als [gedaagde] dat accepteert heeft hij dus ander onderdak.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan OWW moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 953,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf vijftien dagen nadat dit vonnis is betekend.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen nadat dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] ( [postcode] ) in Sommelsdijk (gemeente Goeree-Overflakkee) te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van OWW te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van OWW worden begroot op € 953,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394