Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-14
ECLI:NL:RBROT:2025:7651
Civiel recht
Kort geding
878 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/697885 / KG ZA 25-328
Vonnis in kort geding van 14 mei 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende in [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. K. Mohasselzadeh te Voorburg,
tegen
[gedaagde]
,
met geregistreerd woonadres in de gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 16 april 2025 met producties 1 tot en met 4
de toevoeging van eiser
de mondelinge behandeling gehouden op 7 mei 2025.
Beoordeling
2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.
2.2.
Partijen zijn gehuwd op [huwelijksdatum] in Ahvaz, Iran. Het burgerlijk deel van dit huwelijk is bij beschikking van deze rechtbank van 19 september 2023 ontbonden. De echtscheidingsbeschikking is op 22 januari 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijk stand van ‘s-Gravenhage.
De religieuze echtscheiding tussen partijen heeft nog niet plaatsgevonden. Eiser heeft de primaire en subsidiaire vorderingen in dit kort geding ingesteld om te bewerkstelligen dat gedaagde haar medewerking verleent aan de religieuze ontbinding van het huwelijk in de vorm van een khul‘a. Die medewerking heeft zij, hoewel zij over een door haar gevorderde executoriale titel van precies die strekking beschikt, tot nu toe (feitelijk) geweigerd. Gelet op de inhoud van het laatstelijk tussen partijen gewezen arrest van het hof Den Haag van 27 augustus 2024 en de ter zitting door de advocaat van eiser desgevraagd gegeven toelichting, komt het primair gevorderde de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Mede gelet op het aannemelijk aanwezige spoedeisend belang, wordt het primair gevorderde toegewezen. Aan de beoordeling van het subsidiair gevorderde komt de voorzieningenrechter niet toe.
2.3.
Gelet op de gewezen relatie tussen partijen worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
3.2.
veroordeelt gedaagde om haar medewerking te verlenen aan het tot stand komen van de religieuze scheiding tussen partijen door binnen twee dagen na betekening van dit vonnis bij de geestelijke, de heer [persoon A] te [plaats] , van wie het adres bij partijen bekend is, te verschijnen en te verklaren dat zij meewerkt aan het tot stand komen van de religieuze scheiding en dat zij eiser compenseert door afstand te doen van haar bruidsgave van 514 volledige gouden Bahar Azadi munten,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.1734/2009