Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-06-16
ECLI:NL:RBROT:2025:7106
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,088 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/679517 / FA RK 24-3893
Afwijzing verzoek herstelbeschikking van 16 juni 2025
in de zaak van:
[naam man] , hierna: de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. W.R. Arema te Rotterdam,
t e g e n
[naam vrouw]
, hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. C.H. Remmelink te Zoetermeer.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoek tot verbetering met bijlagen van de man, ingekomen op 30 april 2025;
het verzoek tot verbetering van de vrouw, ingekomen op 1 mei 2025.
Beoordeling
2.1.
Partijen verzoeken om verbetering van de op 28 april 2025 in deze zaak gegeven beschikking. In die beschikking is een verklaring voor recht gegeven dat de vrouw de door de man onverschuldigd betaalde partnerbijdrage moet terugbetalen en zijn verschillende verzoeken van de man en de vrouw afgewezen. Beide partijen voeren aan dat de rechtbank in de beschikking ten onrechte heeft overwogen dat partijen de rechtbank niet hebben geïnformeerd over tussen partijen gemaakt afspraken. Partijen verzoeken daarom om verbetering van de beschikking in die zin dat alsnog de tussen partijen bereikte overeenstemming wordt opgenomen in de beschikking.
2.2.
Op grond van artikel 31 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
2.3.
De rechtbank stelt vast dat de advocaat van de man de rechtbank namens partijen op 24 maart 2025 via een F9-formulier heeft bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verzoeken, en zij hebben daarbij verzocht deze afspraken op te nemen in de beschikking. Door een administratief verzuim heeft deze overeenstemming het zittingskoppel niet bereikt. Na een rappel – dat kennelijk partijen niet heeft bereikt – heeft de rechtbank vervolgens op 28 april 2025 beslist op de verzoeken. De rechtbank heeft daarbij dus geen rekening gehouden met de tussen partijen bereikte overeenstemming. De rechtbank is van oordeel dat daarmee in de beschikking van 28 april 2025 sprake is van een kennelijke fout. Niet voor redelijke twijfel is vatbaar en voor derden is op het eerste gezicht duidelijk dat er een afspraak was die in de beschikking opgenomen kon worden. Anders dan ook in de eerdere beschikking staat opgeschreven, hebben partijen de rechtbank op dit punt dus wel volledig geïnformeerd.
2.4.
De door partijen verzochte verbetering van de fout is echter geen verbetering van een (voor partijen en derden duidelijke) kennelijke vergissing, zoals een schrijf- of rekenfout, maar is in wezen een herstel van een processueel verzuim van de rechtbank. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze fout zich niet voor eenvoudig herstel leent en kan daarom niet anders dan het verzoek afwijzen. De omstandigheid dat namens beide partijen om verbetering van de beschikking wordt verzocht, maakt dit niet anders. Voor partijen (en derden) is weliswaar buiten twijfel wat de rechter tot uitdrukking had moeten brengen, maar daarmee is de juistheid van de inhoud van de beslissing aan de orde. In zo’n situatie kan slechts door het instellen van een rechtsmiddel, in dit geval hoger beroep, worden geklaagd. Van een eenvoudig herstel kan bovendien geen sprake zijn, omdat in feite de hele beslissing vervangen moet worden.
2.5.
Het voorgaande betekent dus dat de afspraken tussen partijen niet in een herstelbeschikking worden neergelegd.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek om verbetering van de op 28 april 2025 tussen partijen gegeven beschikking af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. Moerman, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. L.C.M. van Gils, griffier, op 16 juni 2025