Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-07
ECLI:NL:RBROT:2025:6960
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
805 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11452681 CV EXPL 24-31895
datum uitspraak: 7 maart 2025
Herstelvonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. M.E. Verheijen,
tegen
[persoon A]
,
woonplaats: [woonplaats A] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Maasdelta’ en ‘ [persoon A] ’ genoemd.
1Het verzoek en de reactie
1.1.
Maasdelta heeft bij e-mailbericht van 19 februari 2025 gevraagd om het vonnis van 14 februari 2025 aan te passen. Zij voert aan dat in overweging 2.18 van het vonnis staat dat [persoon A] wordt veroordeeld tot betaling aan Maasdelta van € 1.858,27, maar wijst erop dat deze veroordeling niet is opgenomen in het dictum van het vonnis, onder “3. De beslissing”.
1.2.
[persoon A] is gevraagd om op dit verzoek te reageren. Hij geeft in zijn e-mail van 25 februari 2025 te kennen het niet eens te zijn met de veroordeling tot betaling van
€ 1.858,27 aan Maasdelta. Hij wijst erop dat de bewoners van de woning aan het [adres] te Maassluis tegen het bedrag in beroep zijn gegaan.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter zal het vonnis aanvullen, omdat de kantonrechter ten onrechte het oordeel dat [persoon A] het bedrag van € 1.858,27 moet betalen, niet onder de beslissing heeft vermeld (artikel 32 Rv). Uit overweging 2.18 van het vonnis blijkt duidelijk dat de kantonrechter heeft besloten om [persoon A] te veroordelen tot betaling aan Maasdelta van € 1.858,27 in verband met de afrekening stook- en servicekosten 2023. Doordat dit niet in het dictum is opgenomen, is verzuimd definitief te beslissen op dit punt. Dat wordt bij deze alsnog gedaan.
2.2.
Het bezwaar van [persoon A] is niet terecht. Dat volgt reeds uit overweging 2.18 van het vonnis. Daarin is al uitgelegd waarom [persoon A] het bedrag moet betalen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat in het vonnis van 14 februari 2025 deze tekst wordt toegevoegd aan het dictum van het vonnis, direct onder het tussenkopje “In conventie”
“3.0. veroordeelt [persoon A] om aan Maasdelta € 1.858,27 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de datum waarop het verzuim is ingetreden tot de dag dat volledig is betaald;”
3.2.
geeft de griffier de opdracht om op het originele vonnis van 14 februari 2025 te vermelden dat het vonnis met dit herstelvonnis is aangepast;
3.3.
geeft partijen de opdracht om het vonnis van 14 februari 2025 aan de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
465