Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-14
ECLI:NL:RBROT:2025:6745
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,084 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11363647 CV EXPL 24-26284
datum uitspraak: 14 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Alektum Capital II AG,
vestigingsplaats: Zug te Zwitserland,
eiseres,
gemachtigde: [deurwaarderskantoor] ,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [plaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Alektum’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 4 oktober 2024, met bijlagen;
de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord;
de repliek, met bijlagen;
1.2.
[gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen te reageren op de repliek van Alektum. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] een bedrag van € 319,98 moet betalen aan Alektum voor een bestelling via de webshop van Nike.
2.2.
Volgens Alektum moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. [gedaagde] heeft op 27 november 2020 een jas en schoenen besteld via de webshop van Nike voor een totaalbedrag van € 319,98. [gedaagde] heeft ervoor gekozen de koopprijs achteraf te betalen aan Klarna, een aanbieder van een ‘achteraf betaalmethode’. Direct na het voltooien van de koopovereenkomst heeft Nike haar vordering op [gedaagde] aan Klarna overgedragen (door zogeheten cessie). Klarna heeft de vordering vervolgens weer aan Alektum overgedragen. De jas en schoenen zijn aan [gedaagde] geleverd, maar hij heeft het factuurbedrag ondanks aanmaning niet betaald. Daarom eist Alektum in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om alsnog de koopprijs te betalen met rente en kosten.
2.3.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van Alektum. Hij geeft aan dat hij niet meer zeker weet of hij een bestelling heeft geplaatst, maar dat het zou kunnen kloppen. [gedaagde] betwist dat hij herinneringen en aanmaningen heeft gehad ten aanzien van deze vordering.
2.4.
De kantonrechter wijst de eis van Alektum gedeeltelijk toe, maar zal wel de te betalen hoofdsom met 25% verminderen. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
Bestelling via Nike.com
2.5.
[gedaagde] geeft aan niet meer zeker te weten of hij deze bestelling heeft geplaatst maar geeft aan dat het zou kunnen kloppen. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [gedaagde] de vordering niet betwist. Nu partijen niet in geschil zijn over de vraag of [gedaagde] de bestelling heeft geplaatst, is de hoofdsom van € 319,98 in beginsel toewijsbaar.
Consumentenbescherming
2.6.
[gedaagde] is een consument die buiten de verkoopruimte (namelijk online) een koopovereenkomst heeft gesloten. De kantonrechter moet daarom ambtshalve nagaan of Nike (de handelaar) aan de wettelijke regels heeft voldaan die zijn opgesteld om de consument te beschermen. Als blijkt dat dit niet het geval is, dan heeft dit tot gevolg dat [gedaagde] minder aan Alektum hoeft te betalen.
Essentiële informatieverplichtingen
2.7.
De overeenkomst is op afstand (online) gesloten tussen een handelaar en een consument. Bij of voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomst moet de handelaar bepaalde informatie aan de consument verstrekken (artikelen 6:230m e.v. BW). Deze informatie moet de handelaar na het sluiten van de overeenkomst of in ieder geval voordat de zaak geleverd wordt bevestigen op een duurzame gegevensdrager (zie artikel 6:230v lid 7 BW). Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
2.8.
De kantonrechter moet ambtshalve onderzoeken of aan een aantal informatieverplichtingen is voldaan. Het gaat dan om de informatie waaraan de wet een specifieke sanctie verbindt als deze niet wordt gegeven en om de informatie waaraan extra gewicht moet worden toegekend. Dit zijn de essentiële informatieverplichtingen. Als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n essentiële informatieverplichting, dan moet de kantonrechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd.
2.9.
De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten opgesteld (te vinden op www.rechtspraak.nl). Deze sanctierichtlijn houdt samengevat in dat bij drie of minder voldoende ernstige schendingen de betalingsverplichting wordt verminderd met 25% en bij meer dan drie voldoende ernstige schendingen met 50%.
2.10.
Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken.
De contactgegevens van de handelaar
2.11.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder c BW in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet contactinformatie van de handelaar aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. In de bevestiging of de schriftelijke overeenkomst moet ten minste een e-mailadres, een telefoonnummer of het adres van een vestiging worden vermeld. Alektum heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. Op de duurzame gegevensdrager zijn alleen de contactgegevens van Klarna vermeld, maar niet die van de verkoper (Nike). De kantonrechter is dan ook van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder c BW is geschonden.
De levertermijn
2.12.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet de verwachte levertermijn aan de consument worden verstrekt op een duurzame gegevensdrager. Niet is vereist dat de precieze datum van levering wordt vermeld, wel is vereist dat de verwachte levertermijn duidelijk is. Alektum heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
Het ontbindingsrecht
2.13.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet het recht van de consument om de overeenkomst binnen 14 dagen te ontbinden worden bevestigd op een duurzame gegevensdrager. Uit de tekst moet duidelijk blijken dat de consument het recht heeft te ontbinden, binnen welke termijn de consument mag ontbinden en op welke wijze de consument van het recht gebruik kan maken. Daarnaast moet het modelformulier worden bijgevoegd, eventueel in de vorm van een hyperlink die direct naar het formulier verwijst. Alektum heeft niet aangetoond dat deze informatie op een duurzame gegevensdrager aan de consument is verstrekt. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.
Conclusie
2.14.
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 25%. Er is in dit geval namelijk sprake van drie of minder voldoende ernstige schendingen. Dat betekent dat een hoofdsom van (0,75 x 319,98 =) € 239,99 toewijsbaar is. [gedaagde] wordt veroordeeld dit bedrag aan Alektum te betalen.
[gedaagde] moet € 40,- aan buitengerechtelijke kosten betalen
2.15.
Alektum heeft recht op een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten op basis van de toewijsbare hoofdsom op het moment van de veertiendagenbrief. Dat is een bedrag van € 40,-. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
2.16.
[gedaagde] heeft betwist dat hij herinneringen en aanmaningen heeft gekregen ten aanzien van deze vordering. Het ligt vervolgens op de weg van Alektum om haar standpunt, namelijk dat [gedaagde] meerdere keren is herinnerd en aangemaand ten aanzien van de openstaande vordering, nader te onderbouwen. Alektum heeft in dat kader aangevoerd dat [gedaagde] driemaal een betalingsregeling is aangegaan ten aanzien van deze vordering. Daaruit kan volgens Alektum worden opgemaakt dat [gedaagde] bekend was met de vordering en herinneringen en aanmaningen heeft ontvangen. Alektum heeft een productie overgelegd waaruit het bovenstaande moet blijken. Verder heeft Alektum aangevoerd dat de veertiendagenbrief is verstuurd naar het adres waarop [gedaagde] ingeschreven staat in het BRP. [gedaagde] heeft hierop niet meer gereageerd.
2.17.
Gelet op het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] de stelling van Alektum onvoldoende heeft betwist. Nu [gedaagde] meerdere betalingsregelingen overeen is gekomen naar aanleiding van deze vordering, blijkt dat hij op de hoogte was van de vordering en ten aanzien daarvan herinneringen en aanmaningen heeft ontvangen.
[gedaagde] moet rente betalen
2.18.
De rente wordt toegewezen, omdat Alektum genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Omdat hiervoor is geoordeeld dat [gedaagde] slechts een bedrag van € 239,99 aan Alektum verschuldigd is, wordt de rente alleen over dit bedrag toegewezen. [gedaagde] moet de rente over dit bedrag betalen vanaf 13 december 2020 tot en met de datum dat volledig is betaald. De rente is verschuldigd vanaf 13 december 2020 omdat [gedaagde] vanaf die datum in verzuim is.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.19.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Alektum moet betalen op € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 448,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.20.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Alektum dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen € 279,99 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 239,99 vanaf 13 december 2020 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Alektum worden begroot op € 448,54;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
64362
Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677