Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-24
ECLI:NL:RBROT:2025:6729
Civiel recht
Beschikking
774 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 11535924 \ VZ VERZ 25-32
datum uitspraak: 24 april 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker]
,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
verzoeker,
die zelf procedeert.
Met de volgende belanghebbende(n):
- [belanghebbende 1] ,
woonplaats: [woonplaats 2] ,
- [belanghebbende 2] ,
woonplaats: [woonplaats 3] ,
- [belanghebbende 3] ,
woonplaats: [woonplaats 4] .
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift, ontvangen op 10 februari 2025, met bijlage;
het aanvullend verzoekschrift, ontvangen op 14 februari 2025, met bijlage;
de brief van [belanghebbende 2] , ingekomen op 20 februari 2025.
1.2.
De griffier heeft bij brieven van 18 februari 2025 aan belanghebbenden gevraagd of zij verweer willen voeren tegen het verzoekschrift. [belanghebbende 2] heeft de griffier laten weten geen verweer te willen voeren. Omdat [belanghebbende 1] en [belanghebbende 3] niet hebben laten weten verweer te willen voeren en de kantonrechter geen vragen heeft aan verzoeker, heeft de kantonrechter besloten om zonder zitting uitspraak te doen.
Beoordeling
2.1.
Op [overlijdensdatum] is in Dordrecht overleden mevrouw [overledene] , geboren op [geboortedatum] 1946 in [geboorteplaats] (hierna: de overledene). De laatste woonplaats van de overledene was Papendrecht. De overledene heeft in haar testament van 5 augustus 2022 belanghebbenden tot haar erfgenamen benoemd. De overledene heeft daarnaast verzoeker benoemd tot executeur. Verzoeker stelt dat hij deze benoeming stilzwijgend heeft aanvaard.
2.2.
Verzoeker vraagt om te worden ontslagen als executeur. Hij legt hieraan ten grondslag dat één van de erfgenamen in zijn beleving intimiderend op hem overkomt en hij zich daar allesbehalve prettig en veilig bij voelt. Ook stelt verzoeker dat deze erfgenaam geen vertrouwen in hem heeft.
2.3.
Op grond van de artikelen 4:149 lid 1 onder f en lid 2 BW eindigt de taak van een executeur door het ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent. Uit de parlementaire geschiedenis van de wet volgt dat een eigen verzoek tot ontslag altijd moet worden ingewilligd, omdat niemand gebaat is bij een executeur die zijn taken niet meer wil uitoefenen. Bovendien hebben de erfgenamen geen bezwaren geuit tegen het verzoek tot ontslag. Het verzoek tot ontslag zal daarom worden toegewezen.
Dictum
De kantonrechter:
ontslaat [verzoeker] met ingang van de datum van deze beschikking als executeur van de nalatenschap van [overledene] .
Deze beschikking is gegeven door mr. dr. P.G.J. van den Berg en in het openbaar uitgesproken.
31688