Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-11
ECLI:NL:RBROT:2025:6636
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,334 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11383733 VZ VERZ 24-9346
datum uitspraak: 11 februari 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
woonplaats: [plaats 1] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. G. Amstelveen,
tegen
[verweerster]
vestigingsplaats: [plaats 2] ,
verweerster,
die niet in het geding is verschenen.
Partijen worden hierna “ [verzoeker] ” en “ [verweerster] ” genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het betekeningsexploot van 18 december 2024;
de pleitaantekeningen van de gemachtigde van [verzoeker] .
1.2.
Op 14 januari 2025 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de tolk dhr. A. Mohammed Ali en zijn gemachtigde mr. G. Amstelveen. Namens [verweerster] is niemand verschenen.
2Het verzoek
In het verzoek ex artikel 223 Rv
2.1.
[verzoeker] heeft bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding verzocht [verweerster] te veroordelen tot betaling van het verschuldigde loon met alle emolumenten en toeslagen, tot het verstrekken van de salarisspecificaties op straffe van een dwangsom, tot betaling van buitengerechtelijke kosten, wettelijke verhoging en wettelijke rente alsmede [verzoeker] in staat te stellen de bedongen arbeid
te hervatten nadat hij arbeidsgeschikt is verklaard, op straffe van een dwangsom.
In het verzoek 7:681 BW
2.2.
[verzoeker] heeft voorts (primair) verzocht de opzegging c.q. het gegeven ontslag te vernietigen en [verweerster] te verplichten [verzoeker] weder tewerk te stellen in de bedongen arbeid, nadat hij arbeidsgeschikt is verklaard, binnen vijf dagen na betekening van de uitspraak tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst onder verbeurte van een dwangsom. [verzoeker] heeft daarnaast verzocht [verweerster] te veroordelen tot betaling van het maandsalaris van [verzoeker] van € 1.427,34, te verhogen met bijbehorende toeslagen en overige emolumenten vanaf 1 september 2024 en
te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW. [verzoeker] heeft tenslotte verzocht [verweerster] te verplichten tot het verstrekken van de salarisspecificaties vanaf september 2024 op straffe van een dwangsom en tot betaling van de wettelijke rente en met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.
2.3.
[verzoeker] baseert het verzoek op het volgende.
[verzoeker] is vanaf 1 januari 2023 werkzaam geweest voor [bedrijf 1] in de functie van koerier bij [bedrijf 2] . Vanaf maart 2023 is [verzoeker] in dezelfde functie werkzaam geweest bij [verweerster] . Op 1 september 2024 heeft hij zich ziekgemeld.
Op 16 september 2024 heeft de contactpersoon. [persoon A] hem een brief laten ondertekenen met de mededeling dat [verzoeker] zijn salaris uitbetaald zou krijgen en zou worden doorverwezen naar de bedrijfsarts. [verzoeker] is de Nederlandse taal niet machtig.
In de brief (met dagtekening 1 augustus 2024) bleek te staan dat [verzoeker] zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd per 31 augustus 2024. [verzoeker] was hier niet van op de hoogte.
2.4.
[verzoeker] meent dat zijn dienstverband niet op een rechtsgeldige wijze is opgezegd en dat hij recht heeft op loondoorbetaling. Er is geen rechtsgeldige grond voor de opzegging door [verweerster] . [verzoeker] heeft nooit ontslag willen nemen en heeft ook niet ingestemd met een beëindiging van zijn dienstverband.
Beoordeling
In het verzoek ex 223 Rv
3.1.
In deze beschikking wordt een finale beslissing gegeven op het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van de opzegging. Er is daarom geen reden (meer) om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van voornoemd artikel kan alleen worden getroffen voor de duur van het geding en het geding zal met deze beschikking eindigen.
3.2.
Uit het door [verzoeker] overgelegde oproepingsexploot van 18 december 2024 en het bij het bij verzoekschrift overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [verweerster] correct voor de zitting van 14 januari 2025 is opgeroepen.
Het ontslag is niet geldig
3.3.
[verweerster] is niet op de zitting verschenen en heeft ook geen bericht van verhindering gestuurd. Bij gebreke van verweer daartegen en op basis van de door [verzoeker] overgelegde stukken zal in rechte worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [verzoeker] . Het primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging zal daarom worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond bestaat toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.
De subsidiaire verzoeken behoeven daarmee geen bespreking en beoordeling meer.
Wedertewerkstelling
3.4.
De gevorderde wedertewerkstelling zal worden toegewezen, voor zover [verzoeker] arbeidsgeschikt is. De daaraan verbonden dwangsom zal worden vastgesteld op een bedrag van € 250,00 per dag met een maximum van € 5.000,00.
[verweerster] moet het loon betalen
3.5.
De opzegging wordt vernietigd en daarmee duurt de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] voort. [verweerster] moet het loon dan ook doorbetalen. [verzoeker] heeft op basis van de ABU cao voor uitzendkrachten recht op doorbetaling van 90% van het loon (inclusief toeslagen en emolumenten) bij ziekte. Het salaris, inclusief vakantietoeslag, bedraagt € 1.427,34 bruto per maand. Dit is het gemiddelde salaris op basis van de beschikbare loonstroken, inclusief 8% vakantietoeslag. Voor de berekening van het toewijsbare loon zal voor wat betreft de posten compensatie, meeruren en opslag/toeslag die op de loonstroken zijn opgenomen worden uitgegaan van een gemiddelde van € 148,26 bruto per maand. Het loon bedraagt daarmee € 1.575,60 bruto per maand.
Wettelijke verhoging en wettelijke rente
3.6.
[verweerster] heeft niet tijdig het loon betaald en is daarom de wettelijke verhoging en de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze posten zijn toewijsbaar zoals in het dictum vermeld.
Salarisspecificaties
3.7.
[verweerster] is als werkgeefster op grond van artikel 7:626 BW gehouden aan [verzoeker] loonstroken te verstrekken. Het verzoek tot het verstrekken van de salarisspecificaties aan [verzoeker] is dan ook toewijsbaar. De daaraan verbonden dwangsom zal worden vastgesteld op een bedrag van € 25,00 per dag met een maximum van € 1.000,00.
3.8.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerster] omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de proceskosten op € 87,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dit is totaal € 765,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend.
3.9.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
in het verzoek ex artikel 223 Rv
4.1.
wijst het verzoek (op alle onderdelen) af;
In het verzoek ex artikel 7:681 BW
4.2.
vernietigt de opzegging c.q. het gegeven ontslag;
4.3.
veroordeelt [verweerster] tot wedertewerkstelling van [verzoeker] in de bedongen arbeid, nadat hij arbeidsgeschikt is verklaard, binnen vijf dagen na betekening van deze beschikking onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat [verweerster] met deze veroordeling in gebreke blijft, met dien verstande dat [verweerster] maximaal een bedrag van € 5.000,00 aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
4.4.
veroordeelt [verweerster] tot betaling aan [verzoeker] van 90% van het (achterstallige) loon van € 1.575,60 bruto per maand vanaf 1 september 2024 en 100% van het loon van € 1.575,60 bruto per maand vanaf het moment dat [verzoeker] volledig arbeidsgeschikt is tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW én het aldus verhoogde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, te rekenen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening;
4.5.
veroordeelt [verweerster] tot het verstrekken aan [verzoeker] van de salarisspecificaties vanaf september 2024 tot het einde van de arbeidsovereenkomst,
op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag dat [verweerster] met deze veroordeling in gebreke blijft, met dien verstande dat [verweerster] maximaal een bedrag van € 1.000,00 aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
In beide verzoeken
4.6.
veroordeelt [verweerster] in de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker] worden vastgesteld op € 765,00;
4.7.
verklaart deze beschikking ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.8.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
829
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11383733 VZ VERZ 24-9346
datum uitspraak: 11 februari 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
woonplaats: [plaats 1] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. G. Amstelveen,
tegen
[verweerster]
vestigingsplaats: [plaats 2] ,
verweerster,
die niet in het geding is verschenen.
Partijen worden hierna “ [verzoeker] ” en “ [verweerster] ” genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het betekeningsexploot van 18 december 2024;
de pleitaantekeningen van de gemachtigde van [verzoeker] .
1.2.
Op 14 januari 2025 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de tolk dhr. A. Mohammed Ali en zijn gemachtigde mr. G. Amstelveen. Namens [verweerster] is niemand verschenen.
2Het verzoek
In het verzoek ex artikel 223 Rv
2.1.
[verzoeker] heeft bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding verzocht [verweerster] te veroordelen tot betaling van het verschuldigde loon met alle emolumenten en toeslagen, tot het verstrekken van de salarisspecificaties op straffe van een dwangsom, tot betaling van buitengerechtelijke kosten, wettelijke verhoging en wettelijke rente alsmede [verzoeker] in staat te stellen de bedongen arbeid
te hervatten nadat hij arbeidsgeschikt is verklaard, op straffe van een dwangsom.
In het verzoek 7:681 BW
2.2.
[verzoeker] heeft voorts (primair) verzocht de opzegging c.q. het gegeven ontslag te vernietigen en [verweerster] te verplichten [verzoeker] weder tewerk te stellen in de bedongen arbeid, nadat hij arbeidsgeschikt is verklaard, binnen vijf dagen na betekening van de uitspraak tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst onder verbeurte van een dwangsom. [verzoeker] heeft daarnaast verzocht [verweerster] te veroordelen tot betaling van het maandsalaris van [verzoeker] van € 1.427,34, te verhogen met bijbehorende toeslagen en overige emolumenten vanaf 1 september 2024 en
te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW. [verzoeker] heeft tenslotte verzocht [verweerster] te verplichten tot het verstrekken van de salarisspecificaties vanaf september 2024 op straffe van een dwangsom en tot betaling van de wettelijke rente en met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.
2.3.
[verzoeker] baseert het verzoek op het volgende.
[verzoeker] is vanaf 1 januari 2023 werkzaam geweest voor [bedrijf 1] in de functie van koerier bij [bedrijf 2] . Vanaf maart 2023 is [verzoeker] in dezelfde functie werkzaam geweest bij [verweerster] . Op 1 september 2024 heeft hij zich ziekgemeld.
Op 16 september 2024 heeft de contactpersoon. [persoon A] hem een brief laten ondertekenen met de mededeling dat [verzoeker] zijn salaris uitbetaald zou krijgen en zou worden doorverwezen naar de bedrijfsarts. [verzoeker] is de Nederlandse taal niet machtig.
In de brief (met dagtekening 1 augustus 2024) bleek te staan dat [verzoeker] zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd per 31 augustus 2024. [verzoeker] was hier niet van op de hoogte.
2.4.
[verzoeker] meent dat zijn dienstverband niet op een rechtsgeldige wijze is opgezegd en dat hij recht heeft op loondoorbetaling. Er is geen rechtsgeldige grond voor de opzegging door [verweerster] . [verzoeker] heeft nooit ontslag willen nemen en heeft ook niet ingestemd met een beëindiging van zijn dienstverband.
Beoordeling
In het verzoek ex 223 Rv
3.1.
In deze beschikking wordt een finale beslissing gegeven op het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van de opzegging. Er is daarom geen reden (meer) om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van voornoemd artikel kan alleen worden getroffen voor de duur van het geding en het geding zal met deze beschikking eindigen.
3.2.
Uit het door [verzoeker] overgelegde oproepingsexploot van 18 december 2024 en het bij het bij verzoekschrift overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [verweerster] correct voor de zitting van 14 januari 2025 is opgeroepen.
Het ontslag is niet geldig
3.3.
[verweerster] is niet op de zitting verschenen en heeft ook geen bericht van verhindering gestuurd. Bij gebreke van verweer daartegen en op basis van de door [verzoeker] overgelegde stukken zal in rechte worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [verzoeker] . Het primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging zal daarom worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond bestaat toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.
De subsidiaire verzoeken behoeven daarmee geen bespreking en beoordeling meer.
Wedertewerkstelling
3.4.
De gevorderde wedertewerkstelling zal worden toegewezen, voor zover [verzoeker] arbeidsgeschikt is. De daaraan verbonden dwangsom zal worden vastgesteld op een bedrag van € 250,00 per dag met een maximum van € 5.000,00.
[verweerster] moet het loon betalen
3.5.
De opzegging wordt vernietigd en daarmee duurt de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] voort. [verweerster] moet het loon dan ook doorbetalen. [verzoeker] heeft op basis van de ABU cao voor uitzendkrachten recht op doorbetaling van 90% van het loon (inclusief toeslagen en emolumenten) bij ziekte. Het salaris, inclusief vakantietoeslag, bedraagt € 1.427,34 bruto per maand. Dit is het gemiddelde salaris op basis van de beschikbare loonstroken, inclusief 8% vakantietoeslag. Voor de berekening van het toewijsbare loon zal voor wat betreft de posten compensatie, meeruren en opslag/toeslag die op de loonstroken zijn opgenomen worden uitgegaan van een gemiddelde van € 148,26 bruto per maand. Het loon bedraagt daarmee € 1.575,60 bruto per maand.
Wettelijke verhoging en wettelijke rente
3.6.
[verweerster] heeft niet tijdig het loon betaald en is daarom de wettelijke verhoging en de wettelijke rente verschuldigd geworden. Deze posten zijn toewijsbaar zoals in het dictum vermeld.
Salarisspecificaties
3.7.
[verweerster] is als werkgeefster op grond van artikel 7:626 BW gehouden aan [verzoeker] loonstroken te verstrekken. Het verzoek tot het verstrekken van de salarisspecificaties aan [verzoeker] is dan ook toewijsbaar. De daaraan verbonden dwangsom zal worden vastgesteld op een bedrag van € 25,00 per dag met een maximum van € 1.000,00.
3.8.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerster] omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de proceskosten op € 87,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dit is totaal € 765,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend.
3.9.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
in het verzoek ex artikel 223 Rv
4.1.
wijst het verzoek (op alle onderdelen) af;
In het verzoek ex artikel 7:681 BW
4.2.
vernietigt de opzegging c.q. het gegeven ontslag;
4.3.
veroordeelt [verweerster] tot wedertewerkstelling van [verzoeker] in de bedongen arbeid, nadat hij arbeidsgeschikt is verklaard, binnen vijf dagen na betekening van deze beschikking onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat [verweerster] met deze veroordeling in gebreke blijft, met dien verstande dat [verweerster] maximaal een bedrag van € 5.000,00 aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
4.4.
veroordeelt [verweerster] tot betaling aan [verzoeker] van 90% van het (achterstallige) loon van € 1.575,60 bruto per maand vanaf 1 september 2024 en 100% van het loon van € 1.575,60 bruto per maand vanaf het moment dat [verzoeker] volledig arbeidsgeschikt is tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW én het aldus verhoogde bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, te rekenen vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening;
4.5.
veroordeelt [verweerster] tot het verstrekken aan [verzoeker] van de salarisspecificaties vanaf september 2024 tot het einde van de arbeidsovereenkomst,
op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag dat [verweerster] met deze veroordeling in gebreke blijft, met dien verstande dat [verweerster] maximaal een bedrag van € 1.000,00 aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
In beide verzoeken
4.6.
veroordeelt [verweerster] in de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker] worden vastgesteld op € 765,00;
4.7.
verklaart deze beschikking ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.8.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
829