Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-26
ECLI:NL:RBROT:2025:6427
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
15,488 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummers: 10/364781-24 en 10/347455-24 (t.t.z. gevoegd)
Parketnummer vordering TUL VV: 10/220955-22
Datum uitspraak: 26 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in
[naam PI] ,
raadsvrouw mr. R. van den Hemel, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie zijn gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N. Daalder heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren;
afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/220955-22.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend en zijn bekentenis wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1 ten laste gelegde zal de rechtbank de verdachte partieel vrijspreken van medeplegen, omdat dit op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Parketnummer 10/364781-24
1.
hij in de periode van 3 november 2024 tot en met 4 november 2024 te
Dordrecht,
in een woning, te weten [adres delict] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
een playstation en een autosleutel en een paspoort en meerdere flessen
drank en parfum en een snellader en meerdere horloges en
meerdere armbanden en een ketting en een slof sigaretten en een jas en een
trolley, die aan [slachtoffer 1] ,
toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen,
terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
2.
hij in de periode van 3 november 2024 tot en met 5 november 2024 te
Dordrecht,
een auto (Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer] ),
die aan [slachtoffer 1] ,
toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel
van een valse sleutel, te weten door gebruik van de (gestolen) autosleutel waartoe
verdachte niet gerechtigd/gemachtigd was;
3.
hij op 5 november 2024 te Dordrecht,
opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan [slachtoffer 2]
toebehoorde heeft vernield;
4.
hij op 5 november 2024 te Dordrecht,
tezamen en in vereniging met anderen,
ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen
misdrijf om een geldbedrag uit de kluis van de luchtpompkast,
dat aan BP Stadspolders, gelegen aan de Provincialeweg 32, toebehoorde weg te
nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat weg te nemen
goed onder hun bereik te brengen door middel van braak
-de vergrendeling van een afdekplaat heeft verbogen en
-een of meer afdekplaten van de luchtpompkast heeft verwijderd en
-een spanband om een kluis heeft geknoopt en
-de spanband aan een voertuig heeft bevestigd en
-vervolgens meermaals, met een voertuig naar achteren en naar voren heeft
gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Parketnummer 10/347455-24
1.
hij op 30 oktober 2024 te Dordrecht,
een fatbike, die aan [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op 30 oktober 2024 te Dordrecht,
zich met geweld,
heeft verzet
tegen een ambtenaar, [slachtoffer 4] (brigadier Politie Eenheid Rotterdam),
werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter
aanhouding van verdachte
door
- zich uit de greep van die ambtenaar los te rukken,
- om zich heen te schoppen richting die ambtenaar en
- zich in de tegengestelde richting te bewegen van de richting waarin die ambtenaar
hem wilde bewegen;
3.
hij op 30 oktober 2024 te Dordrecht,
opzettelijk
ambtenaren, te weten [slachtoffer 5] (hoofdagent Politie Eenheid
Rotterdam) en [slachtoffer 6] (agent Politie Eenheid Rotterdam), gedurende of ter
zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening,
in hun tegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hen de woorden toe te voegen: "kanker stumper", "kanker wout"
en "kankerhonden", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in cursief verbeterd.
Feiten
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten. De verdachte heeft een fatbike gestolen en zich verzet toen de verbalisanten hem wilden aanhouden. Diezelfde dag heeft hij twee andere verbalisanten beledigd. Enkele dagen later heeft hij ingebroken in de woning van een bekende van hem en vervolgens de auto van deze bekende gestolen. Daarnaast heeft hij de ruit van een cafetaria vernield en kort daarna gepoogd de kluis uit een luchtpompkast bij een benzinepompstation weg te nemen.
Een woninginbraak veroorzaakt niet alleen materiële en emotionele schade, maar maakt ook een forse inbreuk op de privacy van het slachtoffer, hetgeen ook blijkt uit de door het slachtoffer overgelegde schriftelijke verklaring. De verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer erg is geschrokken van het handelen van de verdachte en dat het incident een grote impact op hem heeft.
Dat de verdachte geen respect heeft voor de eigendommen van anderen, blijkt ook uit de bewezen verklaarde (poging tot) diefstal en vernieling. Deze feiten veroorzaken hinder en schade voor de gedupeerden.
De verdachte heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan wederspannigheid en belediging van twee ambtenaren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Niet alleen getuigt dit van hinderlijk gedrag en van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag, ook heeft de verdachte de ambtenaren aangetast in hun eer en goede naam.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
21 februari 2025. Dit rapport houdt – kort samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende in.
De verdachte kampt al een geruime tijd met een gebrek aan stabiliteit in zijn leven. Hij is verslaafd aan cocaïne en alcohol. Zijn verslavingen leiden tot crimineel gedrag om in zijn levensonderhoud en middelengebruik te voorzien. De verdachte is gediagnosticeerd met ADHD en dat draagt bij aan het vertonen van impulsief gedrag. Ondoordachte beslissingen verhogen het risico op recidive. Daar komt bij dat de verdachte dakloos is, geen toereikend inkomen heeft en passende dagbesteding mist. Deze factoren creëren een onveilige basis en vergroten het risico op terugval in crimineel gedrag. Sinds zijn jeugd heeft de verdachte diverse vormen van hulpverlening ontvangen, zowel in vrijwillig als gedwongen kader. Ondanks deze inspanningen hebben de interventies vanuit de reclassering en andere hulpverleners tot dusver geen significante gedragsverandering teweeggebracht. Dit wijst op een structureel probleem dat niet kan worden opgelost met tijdelijke maatregelen. De verdachte geeft aan maatschappelijke doelen na te streven, maar mist zelfinzicht en overschat zijn mogelijkheden. Zijn inconsistentie in het stellen van doelen wijst op een gebrek aan realistische planning en motivatie om daadwerkelijk verandering te bewerkstelligen. Het is de verdachte niet gelukt om positief gedrag voor langere duur vol te houden.
Er zijn op dit moment geen beschermende factoren die zijn kans op terugval in crimineel gedrag zouden kunnen verkleinen. De combinatie van verslaving, impulsief gedrag en maatschappelijke problemen creëert een zorgwekkende situatie met een hoog risico op recidive. Een stevige aanpak is nodig. De verdachte is gebaat bij een langere periode van activiteiten gericht op stabilisatie, zorg en re-integratie zoals deze worden geboden binnen de ISD-maatregel. In het geval dat de ISD-maatregel aan de verdachte wordt opgelegd en deze maatregel onherroepelijk wordt, zal de Penitentiaire Inrichting in multidisciplinair verband en met inbreng van externe partners in het TrajectBepalingsOverleg (TBO) aan de slag gaan om een plan van aanpak samen te stellen. Dit plan van aanpak ziet niet alleen op de intramurale fase, maar ook op een extramuraal traject. Een uitgebreid persoonlijkheidsonderzoek is hiertoe richtinggevend. De verdachte zal in de verschillende fases voortdurend gemotiveerd worden om zich actief en coöperatief op te stellen.
7.4.
Conclusie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 februari 2025 in de vijf jaren voorafgaande aan de door hem begane feiten ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel of een taakstraf veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. De onderhavige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraffen en taakstraffen. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel. Tevens is voldaan aan de eisen die de ‘Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers’ van het Openbaar Ministerie stelt: de verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag worden opgemaakt voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
De rechtbank onderschrijft de conclusie van de reclassering dat oplegging van de ISD-maatregel is aangewezen. De aan de verdachte opgelegde straffen en de eerder ingezette hulpverleningstrajecten hebben er niet toe geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd. Gelet op de door hem steeds weer veroorzaakte overlast en schade staat thans het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.
De raadsvrouw heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte gemotiveerd is om zich in te zetten en bereid is om zich meewerkend op te stellen. De rechtbank benadrukt dat de verdachte voor een groot gedeelte zelf verantwoordelijk is voor een succesvol verloop van de ISD-maatregel, en hoopt dat het hem lukt de motivatie te vinden om zijn leven een andere wending te geven en het delictpatroon te doorbreken.
De rechtbank zal overeenkomstig het verzoek van de raadsvrouw beslissen tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Bepaald wordt dat het openbaar ministerie de rechtbank daar na twaalf maanden over bericht.
Om de recidive te beëindigen en tot een zo optimaal mogelijke oplossing van de problematiek van verdachte te kunnen komen, zal de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht niet in mindering worden gebracht op de duur van de maatregel.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden.
8Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
Ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 590,67 aan materiële schade en een vergoeding van € 750,- aan immateriële schade.
Ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1 ten laste gelegde heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 275,50 aan materiële schade.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen integraal moeten worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gevorderde materiële schade. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade is bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard, op de grond dat [slachtoffer 1] al sinds 2015 onder behandeling was wegens een angststoornis.
De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk te verklaren. De verdachte had de fiets van [slachtoffer 3] weliswaar niet mogen stelen, maar de schade aan de fiets is pas ontstaan toen hij van zijn fiets werd geduwd en in elkaar werd getrapt.
8.3.
Beoordeling
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door de in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is genoegzaam onderbouwd en zal daarom integraal worden toegewezen.
Tevens is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op
€ 750,-, zodat ook dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 november 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] door het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is genoegzaam onderbouwd en zal daarom worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partijen een schadevergoeding betalen van:
€ 1340,67, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten aanzien van [slachtoffer 1] ;
€ 275,50, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten aanzien van [slachtoffer 3] .
Tevens wordt bij de twee afzonderlijke vorderingen oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
9Vordering tenuitvoerlegging
9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 12 december 2022 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van twee diefstallen, opzetheling, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, poging tot gekwalificeerde diefstal en handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan een gedeelte groot 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 december 2022.
9.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.
9.3.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.
9.4.
Beoordeling
De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Evenals de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat de vordering afgewezen dient te worden. De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf verenigt zich namelijk niet met het karakter van de op te leggen ISD-maatregel.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 38m, 38n, 45, 47, 57, 180, 266, 267, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
11Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;
Dictum
bepaalt dat het openbaar ministerie de rechtbank 12 (twaalf) maanden na het onherroepelijk worden van deze uitspraak daarover zal berichten;
Vordering [slachtoffer 1]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 1.340,67 (zegge: dertienhonderdveertig euro en zevenenzestig eurocent), bestaande uit € 590,67 (zegge: vijfhonderdnegentig euro en zevenenzestig eurocent) aan materiële schade en € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
5 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] te betalen € 1.340,67 (zegge: dertienhonderdveertig euro en zevenenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.340,67 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 23 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Vordering [slachtoffer 3]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] te betalen een bedrag van € 275,50 (zegge: tweehonderdvijfenzeventig euro en vijftig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 3] te betalen € 275,50 (zegge: tweehonderdvijfenzeventig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 275,50 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 12 december 2022 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Putters, voorzitter,
en mrs. M.I. Blagrove en L. den Teuling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Beenakker, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/364781-24
1.
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2024 tot en met 4 november 2024 te
Dordrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in een woning, te weten [adres delict] , alwaar verdachte en/of zijn onbekend gebleven mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden,
een playstation en/of een autosleutel en/of een paspoort en/of een of meer flessen
drank en/of parfum en/of een snellader en/of een of meer horloges en/of een of
meer armbanden en/of een ketting en/of een slof sigaretten en/of een jas en/of een
trolley, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen
onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2024 tot en met 5 november 2024 te
Dordrecht
een auto (Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer] ), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel
van een valse sleutel, te weten door gebruik van de (gestolen) autosleutel waartoe
verdachte niet gerechtigd/gemachtigd was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2024 tot en met 5 november 2024, te
Dordrecht
(van) een een auto (Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer] ), althans een
of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de
verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die
voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden
had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -
afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf
3.
hij op of omstreeks 5 november 2024 te Dordrecht
opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 2] en/of cafetaria [naam horecagelegenheid] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of
weggemaakt;
4.
hij op of omstreeks 5 november 2024 te Dordrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om de inhoud van/een geldbedrag uit de (kluis van de) luchtpompkast,
althans een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten dele aan BP Stadspolders, gelegen aan de Provincialeweg 32, in elk geval aan
een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te
nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen
goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of
verbreking
-de vergrendeling van een afdekplaat heeft verbogen en/of
-een of meer afdekplaten van de luchtpompkast heeft verwijderd en/of
-een spanband om een kluis heeft bevestigd/geknoopt en/of
-de spanband aan een voertuig heeft bevestigd en/of
-(vervolgens) meermaals, althans eenmaal, met een voertuig wegrijdende
b
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummers: 10/364781-24 en 10/347455-24 (t.t.z. gevoegd)
Parketnummer vordering TUL VV: 10/220955-22
Datum uitspraak: 26 februari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in
[naam PI] ,
raadsvrouw mr. R. van den Hemel, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie zijn gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N. Daalder heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren;
afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/220955-22.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend en zijn bekentenis wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1 ten laste gelegde zal de rechtbank de verdachte partieel vrijspreken van medeplegen, omdat dit op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Parketnummer 10/364781-24
1.
hij in de periode van 3 november 2024 tot en met 4 november 2024 te
Dordrecht,
in een woning, te weten [adres delict] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
een playstation en een autosleutel en een paspoort en meerdere flessen
drank en parfum en een snellader en meerdere horloges en
meerdere armbanden en een ketting en een slof sigaretten en een jas en een
trolley, die aan [slachtoffer 1] ,
toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen,
terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
2.
hij in de periode van 3 november 2024 tot en met 5 november 2024 te
Dordrecht,
een auto (Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer] ),
die aan [slachtoffer 1] ,
toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel
van een valse sleutel, te weten door gebruik van de (gestolen) autosleutel waartoe
verdachte niet gerechtigd/gemachtigd was;
3.
hij op 5 november 2024 te Dordrecht,
opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan [slachtoffer 2]
toebehoorde heeft vernield;
4.
hij op 5 november 2024 te Dordrecht,
tezamen en in vereniging met anderen,
ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen
misdrijf om een geldbedrag uit de kluis van de luchtpompkast,
dat aan BP Stadspolders, gelegen aan de Provincialeweg 32, toebehoorde weg te
nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat weg te nemen
goed onder hun bereik te brengen door middel van braak
-de vergrendeling van een afdekplaat heeft verbogen en
-een of meer afdekplaten van de luchtpompkast heeft verwijderd en
-een spanband om een kluis heeft geknoopt en
-de spanband aan een voertuig heeft bevestigd en
-vervolgens meermaals, met een voertuig naar achteren en naar voren heeft
gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Parketnummer 10/347455-24
1.
hij op 30 oktober 2024 te Dordrecht,
een fatbike, die aan [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op 30 oktober 2024 te Dordrecht,
zich met geweld,
heeft verzet
tegen een ambtenaar, [slachtoffer 4] (brigadier Politie Eenheid Rotterdam),
werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter
aanhouding van verdachte
door
- zich uit de greep van die ambtenaar los te rukken,
- om zich heen te schoppen richting die ambtenaar en
- zich in de tegengestelde richting te bewegen van de richting waarin die ambtenaar
hem wilde bewegen;
3.
hij op 30 oktober 2024 te Dordrecht,
opzettelijk
ambtenaren, te weten [slachtoffer 5] (hoofdagent Politie Eenheid
Rotterdam) en [slachtoffer 6] (agent Politie Eenheid Rotterdam), gedurende of ter
zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening,
in hun tegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hen de woorden toe te voegen: "kanker stumper", "kanker wout"
en "kankerhonden", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in cursief verbeterd.
Feiten
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten. De verdachte heeft een fatbike gestolen en zich verzet toen de verbalisanten hem wilden aanhouden. Diezelfde dag heeft hij twee andere verbalisanten beledigd. Enkele dagen later heeft hij ingebroken in de woning van een bekende van hem en vervolgens de auto van deze bekende gestolen. Daarnaast heeft hij de ruit van een cafetaria vernield en kort daarna gepoogd de kluis uit een luchtpompkast bij een benzinepompstation weg te nemen.
Een woninginbraak veroorzaakt niet alleen materiële en emotionele schade, maar maakt ook een forse inbreuk op de privacy van het slachtoffer, hetgeen ook blijkt uit de door het slachtoffer overgelegde schriftelijke verklaring. De verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer erg is geschrokken van het handelen van de verdachte en dat het incident een grote impact op hem heeft.
Dat de verdachte geen respect heeft voor de eigendommen van anderen, blijkt ook uit de bewezen verklaarde (poging tot) diefstal en vernieling. Deze feiten veroorzaken hinder en schade voor de gedupeerden.
De verdachte heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan wederspannigheid en belediging van twee ambtenaren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Niet alleen getuigt dit van hinderlijk gedrag en van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag, ook heeft de verdachte de ambtenaren aangetast in hun eer en goede naam.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
21 februari 2025. Dit rapport houdt – kort samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende in.
De verdachte kampt al een geruime tijd met een gebrek aan stabiliteit in zijn leven. Hij is verslaafd aan cocaïne en alcohol. Zijn verslavingen leiden tot crimineel gedrag om in zijn levensonderhoud en middelengebruik te voorzien. De verdachte is gediagnosticeerd met ADHD en dat draagt bij aan het vertonen van impulsief gedrag. Ondoordachte beslissingen verhogen het risico op recidive. Daar komt bij dat de verdachte dakloos is, geen toereikend inkomen heeft en passende dagbesteding mist. Deze factoren creëren een onveilige basis en vergroten het risico op terugval in crimineel gedrag. Sinds zijn jeugd heeft de verdachte diverse vormen van hulpverlening ontvangen, zowel in vrijwillig als gedwongen kader. Ondanks deze inspanningen hebben de interventies vanuit de reclassering en andere hulpverleners tot dusver geen significante gedragsverandering teweeggebracht. Dit wijst op een structureel probleem dat niet kan worden opgelost met tijdelijke maatregelen. De verdachte geeft aan maatschappelijke doelen na te streven, maar mist zelfinzicht en overschat zijn mogelijkheden. Zijn inconsistentie in het stellen van doelen wijst op een gebrek aan realistische planning en motivatie om daadwerkelijk verandering te bewerkstelligen. Het is de verdachte niet gelukt om positief gedrag voor langere duur vol te houden.
Er zijn op dit moment geen beschermende factoren die zijn kans op terugval in crimineel gedrag zouden kunnen verkleinen. De combinatie van verslaving, impulsief gedrag en maatschappelijke problemen creëert een zorgwekkende situatie met een hoog risico op recidive. Een stevige aanpak is nodig. De verdachte is gebaat bij een langere periode van activiteiten gericht op stabilisatie, zorg en re-integratie zoals deze worden geboden binnen de ISD-maatregel. In het geval dat de ISD-maatregel aan de verdachte wordt opgelegd en deze maatregel onherroepelijk wordt, zal de Penitentiaire Inrichting in multidisciplinair verband en met inbreng van externe partners in het TrajectBepalingsOverleg (TBO) aan de slag gaan om een plan van aanpak samen te stellen. Dit plan van aanpak ziet niet alleen op de intramurale fase, maar ook op een extramuraal traject. Een uitgebreid persoonlijkheidsonderzoek is hiertoe richtinggevend. De verdachte zal in de verschillende fases voortdurend gemotiveerd worden om zich actief en coöperatief op te stellen.
7.4.
Conclusie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 februari 2025 in de vijf jaren voorafgaande aan de door hem begane feiten ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel of een taakstraf veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. De onderhavige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraffen en taakstraffen. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel. Tevens is voldaan aan de eisen die de ‘Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers’ van het Openbaar Ministerie stelt: de verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag worden opgemaakt voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
De rechtbank onderschrijft de conclusie van de reclassering dat oplegging van de ISD-maatregel is aangewezen. De aan de verdachte opgelegde straffen en de eerder ingezette hulpverleningstrajecten hebben er niet toe geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd. Gelet op de door hem steeds weer veroorzaakte overlast en schade staat thans het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.
De raadsvrouw heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte gemotiveerd is om zich in te zetten en bereid is om zich meewerkend op te stellen. De rechtbank benadrukt dat de verdachte voor een groot gedeelte zelf verantwoordelijk is voor een succesvol verloop van de ISD-maatregel, en hoopt dat het hem lukt de motivatie te vinden om zijn leven een andere wending te geven en het delictpatroon te doorbreken.
De rechtbank zal overeenkomstig het verzoek van de raadsvrouw beslissen tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Bepaald wordt dat het openbaar ministerie de rechtbank daar na twaalf maanden over bericht.
Om de recidive te beëindigen en tot een zo optimaal mogelijke oplossing van de problematiek van verdachte te kunnen komen, zal de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht niet in mindering worden gebracht op de duur van de maatregel.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen maatregel passend en geboden.
8Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
Ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 590,67 aan materiële schade en een vergoeding van € 750,- aan immateriële schade.
Ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1 ten laste gelegde heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 275,50 aan materiële schade.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen integraal moeten worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gevorderde materiële schade. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade is bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard, op de grond dat [slachtoffer 1] al sinds 2015 onder behandeling was wegens een angststoornis.
De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk te verklaren. De verdachte had de fiets van [slachtoffer 3] weliswaar niet mogen stelen, maar de schade aan de fiets is pas ontstaan toen hij van zijn fiets werd geduwd en in elkaar werd getrapt.
8.3.
Beoordeling
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door de in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is genoegzaam onderbouwd en zal daarom integraal worden toegewezen.
Tevens is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op
€ 750,-, zodat ook dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 november 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] door het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering is genoegzaam onderbouwd en zal daarom worden toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partijen een schadevergoeding betalen van:
€ 1340,67, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten aanzien van [slachtoffer 1] ;
€ 275,50, te vermeerderen met de wettelijke rente, ten aanzien van [slachtoffer 3] .
Tevens wordt bij de twee afzonderlijke vorderingen oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
9Vordering tenuitvoerlegging
9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 12 december 2022 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van twee diefstallen, opzetheling, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, poging tot gekwalificeerde diefstal en handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan een gedeelte groot 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 december 2022.
9.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.
9.3.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.
9.4.
Beoordeling
De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Evenals de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat de vordering afgewezen dient te worden. De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf verenigt zich namelijk niet met het karakter van de op te leggen ISD-maatregel.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 38m, 38n, 45, 47, 57, 180, 266, 267, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
11Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/364781-24 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/347455-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;
Dictum
bepaalt dat het openbaar ministerie de rechtbank 12 (twaalf) maanden na het onherroepelijk worden van deze uitspraak daarover zal berichten;
Vordering [slachtoffer 1]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 1.340,67 (zegge: dertienhonderdveertig euro en zevenenzestig eurocent), bestaande uit € 590,67 (zegge: vijfhonderdnegentig euro en zevenenzestig eurocent) aan materiële schade en € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
5 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] te betalen € 1.340,67 (zegge: dertienhonderdveertig euro en zevenenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 1.340,67 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 23 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Vordering [slachtoffer 3]
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] te betalen een bedrag van € 275,50 (zegge: tweehonderdvijfenzeventig euro en vijftig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 3] te betalen € 275,50 (zegge: tweehonderdvijfenzeventig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 275,50 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 12 december 2022 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Putters, voorzitter,
en mrs. M.I. Blagrove en L. den Teuling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Beenakker, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/364781-24
1.
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2024 tot en met 4 november 2024 te
Dordrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in een woning, te weten [adres delict] , alwaar verdachte en/of zijn onbekend gebleven mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden,
een playstation en/of een autosleutel en/of een paspoort en/of een of meer flessen
drank en/of parfum en/of een snellader en/of een of meer horloges en/of een of
meer armbanden en/of een ketting en/of een slof sigaretten en/of een jas en/of een
trolley, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen
onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2024 tot en met 5 november 2024 te
Dordrecht
een auto (Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer] ), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel
van een valse sleutel, te weten door gebruik van de (gestolen) autosleutel waartoe
verdachte niet gerechtigd/gemachtigd was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 3 november 2024 tot en met 5 november 2024, te
Dordrecht
(van) een een auto (Toyota Yaris voorzien van het kenteken [kentekennummer] ), althans een
of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de
verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die
voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden
had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -
afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf
3.
hij op of omstreeks 5 november 2024 te Dordrecht
opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 2] en/of cafetaria [naam horecagelegenheid] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of
weggemaakt;
4.
hij op of omstreeks 5 november 2024 te Dordrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om de inhoud van/een geldbedrag uit de (kluis van de) luchtpompkast,
althans een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten dele aan BP Stadspolders, gelegen aan de Provincialeweg 32, in elk geval aan
een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te
nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen
goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of
verbreking
-de vergrendeling van een afdekplaat heeft verbogen en/of
-een of meer afdekplaten van de luchtpompkast heeft verwijderd en/of
-een spanband om een kluis heeft bevestigd/geknoopt en/of
-de spanband aan een voertuig heeft bevestigd en/of
-(vervolgens) meermaals, althans eenmaal, met een voertuig wegrijdende
b