Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-14
ECLI:NL:RBROT:2025:5217
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,075 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/690451 / JE RK 24-2595
Datum uitspraak: 14 januari 2025
Beschikking van de meervoudige kamer over een verzoek bekrachtiging schriftelijke aanwijzing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
,
geboren op [geboortedatum 3] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] .
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 3 december 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon 1] en [persoon 2] .
1.3.
Nu het verzoek gelijktijdig wordt behandeld met (onder meer) de verzoeken van de GI tot verlenging van de kinderbeschermingsmaatregelen ten aanzien van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] waren de (stief)vader [naam 1] , zijn advocaat mr. M.S. Krol en de moeder van de (stief)vader als toehoorders aanwezig.
Feiten
2.1.
De moeder en de vader van [minderjarige 1] , [naam 2] , zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . [minderjarige 1] woont bij haar vader.
2.2.
De moeder en de vader van [minderjarige 2] , [naam 1] , zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] . [minderjarige 2] verblijft bij haar oma vaderszijde.
2.3.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 3] . [minderjarige 3] verblijft in een pleeggezin.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2024 [minderjarige 1] onder toezicht gesteld tot 27 februari 2025. De meervoudige kamer heeft bij beschikking van 2 september 2024 de machtiging [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de ouder met gezag, zijnde de vader, verlengd tot 17 januari 2025.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2024 [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 27 februari 2025. De meervoudige kamer heeft bij beschikking van 16 september 2024 de machtiging [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 17 januari 2025.
2.6.
De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2024 [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 16 september 2025. Bij diezelfde beschikking is ook de machtiging [minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 18 maart 2025.
2.7.
De GI heeft op 24 oktober 2024 aan de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Hierin is – zo stelt de GI in haar verzoekschrift – het volgende opgenomen:
Moeder werkt mee aan het continueren van de omgangsregeling met zowel [minderjarige 1] , [minderjarige 2] als [minderjarige 3] . Dat houdt in dat moeder de omgangsafspraken nakomt, zowel fysieke omgangsmomenten als de (video)belmomenten;
Moeder komt, zowel de fysieke als de telefonische, afspraken van JBRR na. Dat houdt in dat moeder transparant is richting JBRR als ook er niet gelogen wordt over andere afspraken die helemaal niet plaatsvinden. Als moeder problemen heeft, bijvoorbeeld met vervoer, kondigt moeder dit een dag van tevoren aan bij de vaste jeugdbeschermers;
Moeder werkt samen met de betrokken jeugdbeschermers vanuit JBRR. Die samenwerking houdt in dat moeder transparant is, de betrokken jeugdbeschermers op de hoogte houdt van haar eigen (hulpverlenings)traject en in contact blijft met de betrokken jeugdbeschermers.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en verwijst voor de motivering daarvan naar het verzoekschrift.
4Het standpunt
4.1.
Namens en door de moeder is verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen. De schriftelijke aanwijzing is gedateerd. De bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing die is gebaseerd op oude feiten is niet zinvol. Er is inmiddels een nieuw plan voor de omgang met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Daarnaast start de moeder morgen met een behandeltraject voor haar verslaving aan softdrugs. Bovenal is het van belang dat de moeder en de GI met elkaar in overleg treden om afspraken te maken.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank overweegt het volgende. Uit het verzoekschrift van de GI volgt dat meerdere omgangsmomenten tussen de moeder en de kinderen niet door zijn gegaan omdat de moeder niet is gekomen, waarbij de moeder niet altijd op voorhand heeft afgezegd. Daarnaast volgt uit het verzoekschrift dat de samenwerking tussen de GI en de moeder nog steeds moeizaam verloopt, doordat de moeder telefonisch gemaakte afspraken niet nakomt en de moeder, ondanks diverse verzoeken daartoe, nog steeds geen informatie over haar (hulpverlenings)traject deelt met de GI. Dit is voor de GI aanleiding geweest om de schriftelijke aanwijzing van 24 oktober 2024 te geven. Sindsdien zijn er echter nieuwe ontwikkelingen.
5.2.
Overigens merkt de rechtbank op dat – hoewel in het verzoekschrift van de GI voor de schriftelijke aanwijzing van 24 oktober 2024 wordt verwezen naar bijlage 3 – de schriftelijke aanwijzing niet bij de overgelegde stukken zit.
5.3.
Nu dit verzoek gelijktijdig is behandeld met (onder meer) de verzoeken van de GI tot verlenging van de kinderbeschermingsmaatregelen ten aanzien van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , welke beslissingen in afzonderlijke beschikkingen worden opgenomen, is de rechtbank ermee bekend dat de moeder 15 januari 2025 zal starten met een intensief behandeltraject gericht op haar verslavingsproblematiek en depressie bij Ready for Change. Daarnaast heeft de GI in het kader van de verzoeken tot verlenging van de kinderbeschermingsmaatregelen aangegeven dat er een nieuwe afspraak is gemaakt met de ouders over het afzeggen van bezoeken. Volgens de GI lukt het de ouders sindsdien best redelijk om de afspraken over de omgang met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] na te komen.
5.4.
De rechtbank overweegt dat de schriftelijke aanwijzing inmiddels achterhaald is. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de GI tot bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing af.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek van de GI af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025 door mr. A.L Pöll, mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos en mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari 2025.