Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-18
ECLI:NL:RBROT:2025:5105
Civiel recht
Kort geding
1,083 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11597161 VV EXPL 25-156
datum uitspraak: 18 april 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
PRIMMO B.V.,
statutaire vestigingsplaats: Oss,
eiseres,
gemachtigde: mr. L.A.A. Steehouwer,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Spijkenisse,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Primmo’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 2 april 2025, met bijlagen I tot en met XII;
de mondelinge behandeling op 15 april 2025.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter verleent verstek tegen [gedaagde]. [gedaagde] is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en formaliteiten zijn gevolgd.
2.2.
Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Primmo volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.3.
De vorderingen worden toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijken (artikel 139 Rv), met inachtneming van het volgende. De ontruimingstermijn wordt, in afwijking van de gevorderde twee dagen, gesteld op de wettelijke minimale beveltermijn voor een ontruiming van drie dagen (artikel 555 lid 1 Rv). Primmo heeft strikt genomen namelijk niet gevraagd om die termijn op grond van artikel 502 lid 1 Rv te verkorten en ook niet uitgelegd waarom zij een kortere dan de wettelijke termijn vordert. Verder wordt de vordering om de veroordeling tot ontruiming te versterken met een dwangsom ook afgewezen, omdat Primmo onvoldoende heeft uitgelegd waarom die dwangsom nodig is. Als [gedaagde] de woning niet vrijwillig verlaat, kan Primmo immers een deurwaarder inschakelen om de woning gedwongen te laten ontruimen. Tot slot wordt de gevorderde schadevergoeding, die gelijk is aan de huur die Primmo voor de woning vraagt, toegewezen tot en met de dag waarop de woning is ontruimd. Primmo heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] schadevergoeding moet betalen voor de rest van de maand die volgt op de dag waarop de woning is ontruimd.
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Primmo moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 933,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Primmo dat vordert (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als [gedaagde] daartegen in verzet komt.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Primmo te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Primmo te betalen € 1.134,10 per maand aan schadevergoeding met ingang van de maand december 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de eerste dag van de betreffende maand tot en met de dag van algehele betaling;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Primmo worden begroot op € 933,21;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken.
38671