Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-11
ECLI:NL:RBROT:2025:5066
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
881 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11518607 VZ VERZ 25-543
datum uitspraak: 11 april 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [plaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. J. Pearson, advocaat te Rotterdam
tegen
[verweerster]
,
gevestigd te [plaats] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. R. van der Hoeff, advocaat te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift (ontvangen op 5 februari 2025);
het verweerschrift, met één bijlage;
de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 17 maart 2025;
de e-mail van de gemachtigde van [verweerster] van 21 maart 2025;
de e-mail van de gemachtigde van [verzoeker] van 26 maart 2025.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift de kantonrechter verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Daarbij heeft hij gesteld dat hij door [verweerster] in kort geding is gedagvaard en dat [verweerster] daarin zijn veroordeling vordert tot ontruiming van de gehuurde woning aangezien hij overlast veroorzaakt aan omwonenden. [verzoeker] stelt dat hij belang heeft bij het voorlopig getuigenverhoor om aan de hand van de afgelegde getuigenverklaringen meer zekerheid te krijgen omtrent de voor de dagvaardingsprocedure relevante feiten en omstandigheden. [verweerster] heeft daartegen verweer gevoerd.
2.2.
[verzoeker] heeft op 17 maart 2025 de kantonrechter laten weten dat hij zijn verzoek intrekt omdat hij geen belang meer heeft bij het getuigenverhoor. Daarbij heeft hij gesteld dat [verweerster] de ontruiming van de woning heeft aangezegd op basis van het vonnis van de kantonrechter van 7 februari 2025. Bij dat vonnis is de door [verweerster] gevorderde ontruiming toegewezen met de veroordeling van [verzoeker] .
De kantonrechter heeft [verweerster] vervolgens gevraagd of zij instemt met de intrekking van de procedure. [verweerster] heeft de kantonrechter daarop laten weten dat zij aanspraak maakt op een proceskostenveroordeling.
[verzoeker] moet de proceskosten van [verweerster] betalen
2.3.
Op grond van artikel 289 Rv kan de kantonrechter ambtshalve of op verzoek een proceskostenveroordeling uitspreken. De kantonrechter ziet in dit geval aanleiding om [verzoeker] in de proceskosten van [verweerster] te veroordelen. Door [verweerster] zijn immers nodeloos kosten gemaakt voor het opstellen van het verweerschrift. Deze proceskosten worden vastgesteld op € 271,50 (1/2 punt x € 543,00) aan salaris voor de gemachtigde, nu er geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerster] worden begroot op € 271,50.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
62828