Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-28
ECLI:NL:RBROT:2025:5042
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,195 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11528265 VV EXPL 25-70
datum uitspraak: 28 maart 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonbron,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E. Piepers-Westermeijer,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 20 februari 2025, met bijlagen;
de publicatie in de Staatscourant van 25 februari 2025.
1.2.
Op 14 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [persoon A] , sociaal beheerder bij Woonbron, en mr. Piepers-Westermeijer. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Woonbron volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.2.
De eisen worden toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijken (artikel 139 Rv), met dien verstande dat de betaling van de verschuldigde huurprijs wordt toegewezen vanaf 1 april 2025 en de wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf 15 dagen na de betekening van dit vonnis. Het is op basis van de stellingen van Woonbron voldoende aannemelijk dat in een eventuele bodemprocedure wordt geoordeeld dat zij de huurovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden vanwege de vondst van diverse chemicaliën (in de kelderbox van de woning) waarmee een product gemaakt kan worden dat verboden is op grond van de Opiumwet en de daarop volgende sluiting van de woning door de burgemeester. Het is daarom gerechtvaardigd om daar in deze procedure op vooruit te lopen en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen.
2.3.
Tot de ontruiming moet [gedaagde] € 636,82 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Woonbron heeft dit niet geëist vanaf een bepaalde datum. Aangezien zij de gestelde huurachterstand niet heeft gespecificeerd, zal de kantonrechter de eis toewijzen vanaf de eerste maand na de datum van dit vonnis, namelijk 1 april 2025.
2.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonbron moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.138,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf 15 dagen na de betekening van dit vonnis.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonbron dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 5 dagen na de betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] in Spijkenisse te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonbron te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de verschuldigde huurprijs inclusief servicekosten van € 636,82 per maand vanaf 1 april 2025 tot en met de datum van de ontruiming van de woning;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 2.500,- aan contractuele boete;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron worden begroot op € 1.138,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
43416