Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-09
ECLI:NL:RBROT:2025:4484
Civiel recht
Proces-verbaal
1,967 tokens
Inleiding
proces-verbaal
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/697005 / KG ZA 25-267
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 9 april 2025, houdende mondeling vonnis
in de zaak van
STICHTING HAVENSTEDER,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. Y.F. Rijswijk te Rotterdam,
tegen
1
[gedaagde 1],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde sub 1,
die zelf is verschenen,
2. [gedaagde 2],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde sub 2,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna Havensteder en [gedaagden] genoemd.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank voor de behandeling van vorderingen in kort geding.
Aanwezig zijn mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter, en mr. R.W.H. van Rijkom, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
namens Havensteder [naam 1] (sociaal begeleider) en [naam 2] (projectbegeleider), met de advocaat van Havensteder; en
[gedaagde 1].
De zaak wordt met de aanwezigen besproken. Partijen verzoeken de voorzieningenrechter om de beslissing mede te delen. De voorzieningenrechter deelt mede dat zij mondeling vonnis zal wijzen en schorst daarvoor kort de mondelinge behandeling. Na hervatting van de mondelinge behandeling doet de voorzieningenrechter de hiernavolgende uitspraak.
Beoordeling
1.1.
[gedaagden] huren van Havensteder het appartement aan het adres [adres]. Havensteder wil vanaf 17 april 2025 werkzaamheden uitvoeren in het appartement en in een groot aantal aangrenzende appartementen.
1.2.
[gedaagden] willen hier niet onvoorwaardelijk aan meewerken. Daarom vordert Havensteder die medewerking en, voor het geval dat [gedaagden] dat niet doen, dat [gedaagden] worden veroordeeld om het appartement tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen.
1.3.
[gedaagden] zijn het niet eens met de vorderingen van Havensteder. Zij willen alleen meewerken als Havensteder ook de badkamer in het appartement vervangt.
1.4.
De werkzaamheden die Havensteder in het appartement wil uitvoeren, betreffen renovatiewerkzaamheden. Daarvoor bepaalt artikel 7:220 BW dat [gedaagden] Havensteder in de gelegenheid moeten stellen om die werkzaamheden uit te voeren, onder de voorwaarde dat Havensteder alle huurders van de appartementen in het complex een redelijk voorstel heeft gedaan. Uit de stukken blijkt dat Havensteder dat heeft gedaan. Ten minste 70% van de huurders heeft met het voorstel van Havensteder ingestemd. [gedaagden] zijn daarover geïnformeerd en hebben nagelaten om dit op tijd door de rechter te laten toetsen. Daarmee staat de redelijkheid van het voorstel van Havensteder vast.
1.5.
In de gegeven situatie doet de wens van [gedaagden] om ook de badkamer in het appartement te laten vervangen niet af aan de verplichting van [gedaagden] om Havensteder in de gelegenheid te stellen de werkzaamheden in het appartement uit te voeren. Bovendien heeft een onafhankelijke derde geoordeeld dat er geen reden is om de badkamer nu te vervangen. Dat sprake is van ongelijke behandeling van huurders kan de voorzieningenrechter niet vaststellen.
1.6.
[gedaagden] moeten meewerken aan de werkzaamheden en de asbestinventarisatie. Als zij dat niet doen, moeten zij het appartement tijdelijk en/of gedeeltelijk ontruimen.
1.7.
Gelet op de korte duur tussen de datum dat dit vonnis wordt uitgesproken en de datum waarop Havensteder met de werkzaamheden wil beginnen, wordt de beveltermijn voor de ontruiming van drie dagen verkort tot 24 uur (artikel 555 lid 1 Rv in samenhang met artikel 502 lid 1 Rv).
1.8.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Havensteder worden begroot op:
- dagvaarding € 146,43
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 715,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.753,43
1.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
1.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat het belang van Havensteder om op 17 april 2025 met de voorgenomen werkzaamheden te beginnen zwaarder weegt dan het belang van [gedaagden] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te kunnen wachten.
Dictum
De voorzieningenrechter:
2.1.
veroordeelt [gedaagden] om te gedogen dat Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde de volgende werkzaamheden uitvoert in het appartement aan het adres [adres]:
a. plaatsen warmte-afleverset;
b. aanbrengen perilex-stopcontact;
c. verwijderen gasaansluiting;
d. plaatsen collectieve mechanische ventilatie;
e. nieuwe radiatoren en opbouwleidingwerk plaatsen;
f. groepenkast vervangen;
g. voordeur vervangen;
h. brandveiliger maken woningen (o.a. rookmelder gestuurde deurdranger);
i. toilet vervangen;
j. vervangen hout op het balkon;
k. vervangen privacyschermen balkon;
l. houtrot in kozijnen herstellen;
m. vervangen hemelwaterafvoer op balkon;
n. afstellen van de draaiende delen;
o. plaatsen CO2-sensor in de woonkamer en slaapkamer;
p. plaatsen videofoon;
q. plaatsen verlichting op het balkon;
2.2.
veroordeelt [gedaagden] om te gedogen dat Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, in voorbereiding op de onder 4.1. genoemde werkzaamheden een asbestinventarisatie uitvoert in het appartement aan het adres [adres];
2.3.
veroordeelt [gedaagden], voor zover zij weigeren om te voldoen aan de onder 4.1. en 4.2. uitgesproken veroordelingen, om het appartement aan het adres [adres] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te verlaten, met alle daarin en/of daarop bevindende personen, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, te stellen zo lang dit noodzakelijk is om de onder 4.1. genoemde werkzaamheden en/of de onder 4.2. genoemde voorafgaande inspectie uit te (laten) voeren;
2.4.
verkort, voor het geval dat het appartement aan het adres [adres] op grond van de veroordeling onder 4.3. tijdelijk en/of gedeeltelijk moet worden ontruimd, de beveltermijn van artikel 555 lid 1 Rv tot een termijn van 24 uur;
2.5.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 1.753,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [gedaagden] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
2.6.
veroordeelt [gedaagden] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
2.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
De voorzieningenrechter sluit de mondelinge behandeling.
Waarvan proces-verbaal,