Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-01
ECLI:NL:RBROT:2025:4365
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,303 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/387691-24
Datum uitspraak: 1 april 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [plaats] ,
raadsman mr. T.S. Kessel, advocaat te Dordrecht.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 maart 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. L.H. de Jong heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie stelt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte was aanwezig bij de opslagbox waarin de dozen hennep lagen. Het voorgaande, in combinatie met de sterke henneplucht die door de politie is waargenomen, leidt tot de conclusie dat de verdachte in ieder geval voorwaardelijk opzet had op het aanwezig hebben van de aangetroffen 120 kilogram hennep.
4.1.2.
Beoordeling
Voor een bewezenverklaring van het ‘aanwezig hebben’ in de zin van de Opiumwet is vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de hennep en dat hij (in enige mate) beschikkingsmacht had over de hennep.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat op 5 december 2024 twee medeverdachten 12 dozen met hennep uit een vrachtwagen naar de opslagloods hebben overgebracht. De verdachte is op enig moment bij de opslagloods aangekomen, waarna de verdachte en de twee medeverdachten zijn aangehouden bij de opslagbox waarin de dozen hennep lagen. Verder bevat het dossier geen concrete informatie over de rol van de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde. Het enkele feit dat de verdachte aanwezig was bij de opslagbox en er een sterke hennepgeur aanwezig was waar de verdachte zich niet van heeft gedistantieerd, is niet voldoende voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de aangetroffen 120 kilogram hennep.
4.1.3.
Conclusie
De rechtbank komt tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde aanwezig hebben van ongeveer 120 kilogram hennep. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5Beslag
Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
€ 370,70 (goednummer: [nummer 1] );
Samsung telefoon (goednummer: [nummer 2] ).
Ter terechtzitting heeft de officier van justitie te kennen gegeven dat het onder 2 genoemde goed al aan de verdachte is teruggegeven. De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegezegd dat het onder 1 genoemde geld zal worden teruggegeven aan de verdachte. De rechtbank zal dan ook geen beslissingen nemen ten aan zien van de inbeslaggenomen goederen.
6Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst met ingang van de dag van die beslissing.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. F. Damsteegt en N. Shahani, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 5 december 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 120 kilogram, in elk geval een
hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep, een middel als bedoeld
in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde
lid van artikel 3a van die wet.