Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-20
ECLI:NL:RBROT:2025:4025
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,001 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/5255
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
20 januari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. V.E. van Dijk).
Zitting
De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Motivering
1. In deze zaak gaat het om de vraag of het college terecht de aanvraag van eiser om de eenmalige energietoeslag op grond van de Participatiewet (Pw) en de Beleidsregels energietoeslag Rotterdam 2023 (de Beleidsregels) heeft afgewezen.
2.1.
De rechtbank onderschrijft het standpunt van het college dat de aanvraag terecht en op goede gronden is afgewezen. Volgens eisers loonstrook en de gegevens in Suwinet was het netto inkomen in de referteperiode hoger dan de inkomensgrens in de Beleidsregels. Het college was dus in beginsel bevoegd om de aanvraag af te wijzen.
2.2.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in werkelijkheid een lager inkomen heeft genoten. Eisers stelling ter zitting dat het overeengekomen loon, in afwijking van de loonstrook en de gegevens in Suwinet, € 1.240,- bedroeg, heeft hij onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft slechts een bankafschrift overgelegd waarop één transactie te zien is, namelijk een betaling op 1 augustus 2023 van een bedrag van € 1.240,- aan eiser door [bedrijf] . Niet duidelijk is of over augustus 2023 nog meer betalingen zijn verricht. Ook is niet opgehelderd hoe het komt dat eiser minder uitbetaald heeft gekregen dan volgt uit de loonstrook en de gegevens in Suwinet.
2.3.
Eisers beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op de Beleidsregels noodzakelijk maken.
3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2025 door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.