Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-06
ECLI:NL:RBROT:2025:4010
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
856 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/694644 / HA RK 25-155
Beschikking van 6 maart 2025
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te Spijkenisse,
verzoeker,
advocaat mr. L.E.M. de Vries-Blom te Delft.
Belanghebbenden:
1. [belanghebbende 1],
wonende te Breda,
2. [belanghebbende 2],
wonende te Delft,
3. [belanghebbende 3],
wonende te Uitgeest,
4. [belanghebbende 4],
wonende te De Cocksdorp.
1Het procesverloop
1.1.
Op 12 februari 2025 is bij de afdeling kanton van deze rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoeker ex artikel 3:302 BW. De afdeling kanton heeft het verzoek in overleg met de advocaat van verzoeker op 17 februari 2025 intern doorgestuurd naar de rechtbank.
Beoordeling
2.1.
Op 9 oktober 2024 is in de gemeente Nissewaard overleden mevrouw [naam overledene] (hierna: de overledene). De laatste woonplaats van de overledene was Spijkenisse.
2.2.
Verzoeker verzoekt om voor recht te verklaren dat het testament van de overledene zo moet worden begrepen dat verzoeker ten tijde van het overlijden van de overledene, zijnde zijn partner, met haar samenwoonde en derhalve haar enig erfgenaam is, kosten rechtens.
2.3.
Verzoeker heeft een verkeerd processtuk gebruikt. Op grond van artikel 261 lid 2 Rv worden gedingen namelijk slechts aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift, als dit uit de wet voortvloeit. Uit de wet vloeit niet voort dat een zaak ter verkrijging van een verklaring voor recht met een verzoekschrift moet worden ingeleid. In artikel 3:302 BW staat dat de rechter op vordering van een bij een rechtsverhouding betrokken persoon een verklaring van recht omtrent die rechtsverhouding uit. Verzoeker had het geding dus moeten inleiden door middel van het uitbrengen van een dagvaarding (artikel 78 Rv).
2.4.
De rechtbank stelt verzoeker in de gelegenheid om de belanghebbenden alsnog met een exploot door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv). Ook bepaalt de rechtbank dat de procedure wordt voorgezet als dagvaardingsprocedure. Verzoeker mag zijn stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure (artikel 69 Rv).
2.5.
Als de rechtbank op de datum die onder de beslissing staat geen oproepingsexploot van verzoeker heeft ontvangen, wordt verzoeker niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De zaak wordt dan niet inhoudelijk beoordeeld.
Dictum
De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 9 april 2025 waarvoor verzoeker de belanghebbenden met een exploot moet oproepen;
3.2.
bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure en stelt verzoeker daarbij in de gelegenheid zijn stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2025.
3120