Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-28
ECLI:NL:RBROT:2025:3873
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,406 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/3142
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. Ö. Kenç),
en
het college van burgemeester en wethouders van de [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. D.J.J. Straver).
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een voorziening voor woningaanpassing in de vorm van een traplift tussen de voordeur en de woonverdieping op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
1.2.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 20 april 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 februari 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 14 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, zoon (tevens informeel tolk) [persoon A] , dochter [persoon B] , de gemachtigde van eiseres, en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Eiseres woont in een maisonnettewoning met inpandige trappen en een buitentrap. Als gevolg van haar lichamelijke beperkingen en leeftijdgerelateerde klachten ervaart eiseres belemmeringen in het bereik, de toegang en de doorgang van haar woning. Eiseres heeft daarom op 24 januari 2023 een aanvraag gedaan voor het plaatsen van een traplift tussen de voordeur en de woonetage van haar woning op grond van de Wmo 2015.
Naar aanleiding van de melding van eiseres is telefonisch contact geweest tussen de Wmo-adviseur en de dochter van eiseres, waarna de Wmo-adviseur op 22 maart 2023 een ondersteuningsverslag heeft opgesteld. Het door eiseres op 2 april 2023 voor niet akkoord, maar gezien ondertekende verslag heeft verweerder als aanvraag in behandeling genomen.
Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen, omdat aanpassing van de woning met een traplift de woning niet voor langere termijn geschikt maakt. Eiseres is geadviseerd te verhuizen naar een voor geschikte gelijkvloerse benedenwoning of een woning die te bereiken is met een lift.
3. In het kader van het door eiseres ingediende bezwaar tegen het primaire besluit heeft op 7 september 2023 een huisbezoek plaatsgevonden. Met het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van de aanvraag van eiseres in stand gelaten, met aanpassing van de motivering. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat uit nader onderzoek is gebleken dat eiseres niet zodanige beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie ondervindt, dat ter compensatie een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt dient te worden. Daarnaast stelt verweerder dat met het plaatsen van een traplift geen passende en veilige voorziening gecreëerd wordt.
Beoordeling
4. De toepasselijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
5. Eiseres stelt dat haar woning met de traplift zodanig zou worden aangepast dat zij daar nog langdurig kan blijven wonen. Verder voert eiseres aan dat het gezien haar leeftijd belangrijk is dat zij kan blijven wonen in de voor haar vertrouwde omgeving, als zij moet verhuizen is de kans groot dat eiseres (sociaal) geïsoleerd zal raken en dat haar mantelzorg zal komen te vervallen. Ook is volgens eiseres niet gebleken dat er op korte termijn een voor eiseres geschikte alternatieve woning beschikbaar is. Indien er wel een alternatieve woning beschikbaar zou zijn, stelt eiseres zich op het standpunt dat het aanpassen van haar woning een goedkopere oplossing is dan verhuizen. Daarnaast voert eiseres aan dat verweerder onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de (medische) toestand van eiseres en naar de technische mogelijkheden voor het plaatsen van een traplift. Ten slotte stelt eiseres dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met het recht op een eerlijk proces.
6. Aan het bestreden besluit heeft verweerder de rapportage van [WMO-adviseur 1][WMO-adviseur 1] , ergotherapeut, van 2 oktober 2023 ten grondslag gelegd. In de rapportage, die blijkens de daarin vermelde ‘Inhoud beschikking’ betrekking heeft op de aanvraag voor een traplift tussen de voordeur en de woonverdieping, komt de adviseur tot de conclusie dat het lichamelijk functioneren van eiseres passend is bij haar (hoge) leeftijd, maar dat het overbruggen van de aanwezige trappen geen belemmering vormt voor het participeren in de maatschappij en dat eiseres dus niet gecompenseerd hoeft te worden vanuit de Wmo. Volgens de adviseur blijkt uit observatie ter plaatse dat eiseres in staat is de trap tussen de voordeur en de woonetage zelfstandig en doorlopend (zonder haar voeten per trede bij te zetten) te overbruggen, waarbij zij hulp en steun van een Wmo-adviseur lachend wegwoof. Daarnaast is tijdens het huisbezoek uit gesprekken gebleken dat eiseres gemiddeld drie keer per week naar buiten gaat. Dit gebeurt soms samen met haar dochter, maar ook regelmatig alleen. Na het overbruggen van de aanwezige trappen in haar woning is eiseres in staat zonder loophulpmiddel haar bestemmingen, zoals de nabijgelegen moskee of markt, te bereiken. Bij terugkomst bij de woning is eiseres in staat de trappen te overbruggen. Tevens heeft verweerder in aanmerking genomen hetgeen in bezwaar over eiseres is aangevoerd, onder meer dat zij genezen is van de duizeligheid die zij in 2019 had (ten tijde van de eerdere aanvraag).
7. De rechtbank is van oordeel dat de rapportage van de Wmo-adviseur zorgvuldig tot stand is gekomen. De omstandigheid dat het huisbezoek een momentopname betreft doet daar, gelet op alle onder 6 vermelde omstandigheden, niet aan af. Wat eiseres heeft aangevoerd geeft ook overigens geen aanleiding om aan de juistheid van de rapportages te twijfelen. De Wmo-adviseur heeft dossieronderzoek verricht en heeft samen met [WMO-adviseur 2] een huisbezoek afgelegd waarbij het functioneren van eiseres met haar en haar zoon is besproken. Het lijkt erop dat eiseres slechts de halve trap – van de woonkamer op de eerste etage tot het plateau halverwege de trap naar de voordeur – naar beneden en vervolgens naar boven is gelopen in plaats van de hele trap. Maar nu de zoon van eiseres ter zitting heeft toegelicht dat wanneer zij de hele trap naar beneden zou zijn gelopen, zij een aantal minuten had moeten wachten voordat zij de trap weer helemaal naar boven had kunnen lopen, heeft verweerder er op basis van de genoemde observatie niet aan hoeven twijfelen of eiseres ook de hele trap in een richting kon lopen.
De Wmo-adviseurs hebben een ergotherapeutische respectievelijk een fysiotherapeutische achtergrond. Bovendien heeft verweerder in bezwaar alsnog de door eiseres geleverde medische stukken van haar huisarts aan [medisch adviseur] voorgelegd. De medisch adviseur concludeert in de e-mail van 2 januari 2024 dat, als de behandeling van eiseres adequaat is voor de aard en de ernst van haar medische problematiek, zij hiervan niet meer dan in enige mate beperkingen in het leveren van inspanningen hoeft te ondervinden en traplopen in een rustig tempo mogelijk zou kunnen zijn. Eiseres heeft geen (medische) informatie overgelegd waaruit blijkt dat er wel een noodzaak bestaat voor het plaatsen van een traplift. Onder de gegeven omstandigheden heeft verweerder zich mogen verlaten op de bevindingen van de Wmo-adviseurs en de medisch adviseur, in aanmerking genomen dat – anders dan het geval was in de door de Centrale Raad van Beroep beoordeelde zaak in zijn uitspraak van 5 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO1210 – duidelijk is op welke gronden de medisch adviseur tot haar bevindingen is gekomen. De rechtbank ziet daarbij in de gegeven situatie geen grond voor het oordeel dat de medisch adviseur eiseres persoonlijk had moeten onderzoeken.
8. Gelet op het bovenstaande heeft verweerder op goede gronden geconcludeerd dat eiseres niet zodanig beperkt en belemmerd is dat een noodzaak bestaat voor het plaatsen van een traplift tussen de voordeur en de woonetage van haar woning.
9. Nu is vastgesteld dat eiseres niet zodanige beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie ondervindt, dat ter compensatie een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 2015 verstrekt dient te worden, komt de rechtbank niet toe aan een bespreking van de beroepsgronden ten aanzien van het moeten verhuizen.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr.T.T. Nguyen, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving
Wmo 2015
Op grond van artikel 1.2.1, aanhef en onder a, komt een ingezetene van Nederland overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie.
Op grond van artikel 2.1.3, eerste lid, stelt de gemeenteraad bij verordening de regels vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in artikel 2.1.2 bedoelde plan en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen.
Op grond van artikel 2.3.5, derde lid, beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Op grond van artikel 3.1, lid 2, onder a, wordt een voorziening in elk geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt.
Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp [plaats] 2018
Op grond van artikel 3.2.3, lid 1, onder b, hanteert het college, voor zover relevant, onder meer het volgende criterium: de maatwerkvoorziening is, gelet op de persoon, veilig voor hemzelf en zijn omgeving en brengt geen gezondheidsrisico’s met zich mee.
Op grond van artikel 3.2.15, lid 1, onder a, kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerk woonvoorziening voor een woning in [plaats] voor de aanpassing van de woning waar hij zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben en die geschikt is om het hele jaar door te worden bewoond, voor zover er sprake is van belemmeringen in het normale gebruik van de woning en aanpassing van de woning de meest adequate oplossing hiervoor is.
Lid 2, onder a, bepaalt dat het college een financiële maatwerkvoorziening kan verstrekken voor de kosten van een verhuizing, voor zover de te verlaten woning in [plaats] staat voor zover de verhuizing het gevolg is van belemmeringen in het normale gebruik van de woning en een verhuizing de meest adequate oplossing is voor cliënt.