Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-17
ECLI:NL:RBROT:2025:3839
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
880 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/695057 / FA RK 25-1506
Referentienummer: [nummer]
Beschikking van 21 maart 2025 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1985, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam kliniek] te [plaatsnaam] ,
advocaat mr. J.J. van Santbrink te Rotterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 25 februari 2025.
het proces-verbaal van aanhouding van de mondelinge behandeling van 10 maart 2025;
het bericht van de officier van 13 maart 2025;
de e-mail van de geneesheerdirecteur aan de officier van 14 maart 2025;
de intrekking van het verzoek van de officier van 14 maart 2025;
het bericht van de advocaat van 17 maart 2025.
Beoordeling
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 4 februari 2025 is een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 25 februari 2025, heeft de officier het verzoek voor een zorgmachtiging aansluitend op een voortzetting crisismaatregel ingediend. Op 10 maart 2025 is de behandeling van het verzoek aangehouden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Op 14 maart 2025 heeft de officier middels een e-mail bericht laten weten dat zij -na contact met de reclassering, de officier van justitie van het arrondissement Zeeland-West-Brabant en de geneesheer-directeur van Antes- het verzoek intrekt. Op grond van artikel 283 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een verzoek worden verminderd zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven. Uit jurisprudentie volgt dat het intrekken van een verzoek geldt als een vermindering van het verzoek in de zin van artikel 283 Rv en wel tot nihil. Gelet op de intrekking zal de rechtbank het oorspronkelijke verzoek afwijzen.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 21 maart 2025 gegeven door mr. E. van Lunenberg, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.