Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-19
ECLI:NL:RBROT:2025:3772
Civiel recht
Wraking
1,083 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
woonplaats bij de rechtbank bekend,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mrs. M.C. Woudstra, A.L. Pöll en A.M.I. van der Does,
rechters in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechters.
Procesverloop
1.1.
Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechters in de civiele zaken met zaak- en rekestnummers 694104 / JE RK 25-272 en 671735 / FA RK 24-160 (‘de hoofdzaken’). De hoofdzaken betreffen verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen van verzoeker, [naam 1] en [naam 2] , en verzoeken omtrent wijziging van het ouderlijk gezag over die minderjarige kinderen.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 12 maart 2025.
Beoordeling
2.1.
Wraking is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Dit brengt mee dat de wrakingskamer alleen kan beoordelen of er gegronde redenen zijn om aan de onpartijdigheid van de rechter te twijfelen. Het is aan de verzoeker om die gronden te stellen én duidelijk te maken waarom die gronden bij hem de – objectief – gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid hebben kunnen wekken.
2.2.
Het wrakingsverzoek van verzoeker vermeldt de volgende gronden voor het verzoek:
“(…) Wraking van de zitting
1. Het voorblad van de rechtbank bevat fouten, met name ten aanzien van mijn kinderen.
2. Ik ben dagelijks bezig met het corrigeren van onjuiste informatie.
3. De moeder is slechts informant en heeft geen direct belang. Ik verzoek daarom dat zij niet bij de zitting aanwezig hoeft te zijn.
4. Het niveau van mijn kinderen wordt onderschat, en de voorwaarden van de OTS zijn niet nageleefd. De rechtbank lijkt hierin nalatig.
5. Ik verzoek om een andere samenstelling van rechters en wraak deze zitting.
6. De verstrekte informatie bestaat uit fotokopieën en is niet verifieerbaar; mijn kinderen worden behandeld als pionnen.
7. De rapportage is niet met mij besproken en de WSG werkt niet mee.
8. [naam 1] en [naam 2] hebben kennis van het avondmaal en hebben dit eerder in aanwezigheid van mr. Gruijl gedaan.
9. Mijn kinderen helpen soms bij het dragen van spullen. Is dat een probleem? Het zijn geen kwetsbare wezens van stro.
10. De religieuze overtuigingen van de moeder en haar kerk zijn hier niet relevant.
11. De rechtbank handelt traag en maakt fouten in de stukken zonder deze te corrigeren. (…)”.
2.3.
De wrakingskamer constateert dat geen van de door verzoeker genoemde gronden zich concreet richt tegen een handelen of nalaten van de rechters en dat verzoeker bovendien nalaat om uit te leggen waarom de door hem genoemde gronden bij hem de – objectief – gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechters tegenover hem hebben kunnen wekken. Het mocht van verzoeker worden verwacht dat hij dit direct in zijn wrakingsverzoek had uitgelegd. Om die reden wordt het wrakingsverzoek met toepassing van artikel 8 lid 2 sub a van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank kennelijk ongegrond verklaard. Voor een behandeling van het wrakingsverzoek tijdens een mondelinge behandeling bestaat gelet hierop dan ook geen reden.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. W.J. van den Bergh en mr. F. Aukema-Hartog, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.