Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-21
ECLI:NL:RBROT:2025:3697
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,553 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11348930 GZ VERZ 24-7550 en 11471429 VZ VERZ 24-10642
registernummer: [nummer 1] en [nummer 2]
uitspraak: 21 maart 2025
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake klacht over de vorige bewindvoerder/verzoek tot schadevergoeding
over de goederen van:
[naam 1] ,
geboren te Aruba, Nederlandse Antillen op [geboortedatum 1] 1973,
wonende te [adres] ,
en
[naam 2] ,
geboren te Aruba, Nederlandse Antillen op [geboortedatum 2] 1966,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen betrokkenen.
Procesverloop
1.1
Op 10 oktober 2024 is ter griffie een klachtbrief met bijlagen ontvangen van de huidige bewindvoerder, [naam 3] . De brief bevat ook een verzoek om een schadevergoeding. De klacht is gericht tegen de vorige bewindvoerder, Jay Holding B.V. t.h.o.d.n. Manna Support, gevestigd te Rotterdam (hierna: de oud bewindvoerder).
1.2
Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat Stichting Nieuw Vaarwater de rechtsvolger van de vorige bewindvoerder is.
1.3
Op 28 oktober 2024 is ter griffie een schriftelijke reactie van de oud bewindvoerder ontvangen. Vervolgens is op 7 november 2024 ter griffie een aanvullende schriftelijke reactie van de bewindvoerder ontvangen.
1.4
De klacht is behandeld op de zitting van 25 februari 2025. Daarbij was de bewindvoerder aanwezig. Betrokkene en de oud bewindvoerder zijn, zonder bericht van verhindering, niet op deze zitting verschenen.
Beoordeling
2.1
Het gaat om het volgende. Het bewind van betrokkenen is per 16 juli 2024 overgenomen door de huidige bewindvoerder. Deze bewindvoerder heeft een klacht ingediend tegen de oud bewindvoerder vanwege misgelopen kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen over het jaar 2024. De gemeente Rotterdam heeft over dat jaar geen kwijtschelding verleend aan betrokkenen. Volgens de huidige bewindvoerder zou dit komen doordat de oud bewindvoerder geen kwijtschelding heeft aangevraagd. Namens betrokkenen verzoekt de bewindvoerder om de oud bewindvoerder te veroordelen om een schadevergoeding van € 334,53 te betalen ter hoogte van de misgelopen kwijtschelding. In dit verband wijst de huidige bewindvoerder erop dat over de jaren 2021, 2022 en 2023 wel kwijtschelding is verleend voor de gemeentelijke belastingen. Verder is over de jaren 2022, 2023 en 2024 aan betrokkenen ook kwijtschelding verleend door SVHW voor de waterschapsbelasting.
2.2
De oud bewindvoerder heeft hierop schriftelijk gereageerd bij brief van 21 oktober 2024 met bijlagen. Uit deze stukken blijkt dat zij wel kwijtschelding heeft aangevraagd, maar dat de vrijstelling niet is toegekend door de gemeente. Volgens de oud bewindvoerder zou de aanvraag zijn afgewezen vanwege het ontbreken van inkomensspecificaties over de maanden februari t/m april 2024 van de meerderjarige inwonende dochter van betrokkenen.
2.3
In reactie hierop heeft de huidige bewindvoerder in de brief van 7 november 2024 geschreven dat nader onderzoek blijkt dat de oud bewindvoerder inderdaad wel kwijtschelding heeft aangevraagd, maar dat deze is afgewezen omdat de oud bewindvoerder de door de gemeente gevraagde bewijsstukken over het inkomen van betrokkenen niet naar de gemeente heeft gestuurd. Dit houdt geen verband met de inschrijving van de dochter van betrokkenen op het adres noch met het ontbreken van de inkomensgegevens van de dochter. De gemeente heeft bevestigd in een e-mail van 7 november 2024 dat zij alleen de inkomensgegevens van betrokkene en de partner heeft opgevraagd. Deze e-mail heeft de huidige bewindvoerder als bijlage bij de brief van 7 november 2024 aan de rechtbank toegezonden.
2.4
Door niet te verschijnen op de zitting heeft de oud bewindvoerder geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om nog op deze stukken te reageren. Uit voornoemde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat de oud bewindvoerder is tekortgeschoten in de uitvoering van haar taken als bewindvoerder, door niet (tijdig) de inkomensgegevens van betrokkenen bij de gemeente aan te leveren in verband met de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen over het jaar 2024. Uit het feit dat ook over het jaar 2024 kwijtschelding is verleend voor de waterschapsbelasting, leidt de kantonrechter af dat er voor betrokkenen ook recht bestond op kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen. De oud bewindvoerder heeft dit verder ook niet weersproken. Hierdoor hebben betrokkenen schade geleden ter hoogte van het misgelopen bedrag aan kwijtschelding ad € 334,53.
2.5
De rechtsopvolger van de oud bewindvoerder zal worden veroordeeld om dit bedrag te betalen op de beheerrekening van betrokkenen, met rekeningnummer [rekeningnummer] .
Dictum
De kantonrechter
verklaart de klacht gegrond;
veroordeelt Stichting Nieuw Vaarwater om een schadebedrag van € 334,53 te betalen aan betrokkenen, op voornoemde beheerrekening.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
793
Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.