Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-07
ECLI:NL:RBROT:2025:3465
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
1,757 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11459654 VZ VERZ 24-10508
datum uitspraak: 7 februari 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] ,
woonplaats: Ridderkerk,
verzoekster,
gemachtigde: mr. G.A.H. Wiekamp,
tegen
NewBahar International B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
vertegenwoordigd door: de heer [persoon A] .
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘NewBahar’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift van [verzoekster] , met bijlagen;
de e-mail en de brief van de gemachtigde van [verzoekster] van 6 januari 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 10 januari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken, gelijktijdig met het door [verzoekster] aanhangig gemaakte kort geding met zaaknummer 11449836 VV EXPL 24-616 tussen dezelfde partijen. Daarbij waren aanwezig:
[verzoekster] , bijgestaan door de gemachtigde;
de heer [persoon A] , [naam functie 1] van NewBahar (hierna: de heer [persoon A] ).
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoekster] is met ingang van 1 april 2024 bij NewBahar in dienst getreden in de functie van [naam functie 2] , voor de duur van een jaar. Medio september 2024 heeft [verzoekster] zich ziekgemeld en vanaf de maand oktober 2024 heeft zij geen salaris meer ontvangen. Zij verzoekt in deze procedure om betaling van achterstallig salaris met verhoging en rente. [verzoekster] stelt verder dat zij van het UWV heeft vernomen dat zij volgens NewBahar met ingang van 30 september 2024 uit dienst is. Voor zover er inderdaad ontslag is gegeven verzoekt [verzoekster] om vernietiging daarvan, omdat er zich geen dringende reden voor een ontslag op staande voet heeft voorgedaan en er geen gewichtige redenen zijn om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Ook heeft zij niet zelf ontslag genomen of daarmee ingestemd, aldus [verzoekster] .
2.2.
Namens NewBahar heeft de heer [persoon A] tijdens de zitting gereageerd op het verzoek.
2.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.
Uitkomst
2.4.
[verzoekster] is niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vernietiging van het ontslag. Ten aanzien van de loonvordering krijgt [verzoekster] een bewijsopdracht. Hierna wordt toegelicht waarom.
Niet-ontvankelijkheid
2.5.
Tijdens de zitting is gebleken dat van een ontslag geen sprake is. De heer [persoon A] heeft desgevraagd toegelicht dat NewBahar in het kader van de beëindiging van de arbeidsrelatie aan [verzoekster] heeft gevraagd om een vaststellingsovereenkomst te tekenen, maar dat [verzoekster] dat niet wilde. Daar is het bij gebleven. Omdat er geen ontslag is gegeven en de arbeidsovereenkomst ook niet op een andere wijze ten einde is gekomen, is [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vernietiging van het ontslag.
Bewijsopdracht
2.6.
Partijen zijn het er tijdens de zitting over eens geworden dat [verzoekster] vanaf de maand oktober 2024 geen salaris meer heeft ontvangen. Ter beëindiging van het voornoemde kort geding hebben partijen afspraken met elkaar gemaakt over de betaling van het salaris over de maanden oktober tot en met december 2024 en de wettelijke verhoging daarover. Ook hebben zij afgesproken dat NewBahar vanaf januari 2025 tot het einde van de arbeidsovereenkomst (1 april 2025) het salaris inclusief vakantietoeslag en andere vergoedingen die buiten het normale salaris vallen (emolumenten) aan [verzoekster] betaalt. In zoverre hoeft op het verzoek dan ook niet meer te worden beslist.
2.7.
Het is echter de vraag of NewBahar méér achterstallig loon aan [verzoekster] moet uitbetalen dan € 1.234,- per maand, omdat partijen van mening verschillen over de arbeidsduur en de hoogte van het salaris. Volgens [verzoekster] is het werkelijk verschuldigde salaris hoger. [verzoekster] stelt namelijk dat zij, anders dan in de arbeidsovereenkomst staat, voorafgaand aan haar ziekmelding 40 uur per week werkte en dat zij daarvoor een netto loon ontving van € 2.900,- per maand. Daarvan werd € 1.234,- op haar bankrekening gestort en het restant ontving zij contant in een envelop. Volgens NewBahar bedroeg de arbeidsduur echter 20 uur per week, zoals ook blijkt uit de arbeidsovereenkomst, en werden er geen contante betalingen gedaan bovenop het salaris van € 1.234,- netto.
2.8.
[verzoekster] heeft de bewijslast van haar stelling dat haar salaris € 2.900,- netto per maand bedraagt en heeft daartoe ook een bewijsaanbod gedaan. [verzoekster] krijgt daarom een bewijsopdracht.
2.9.
Direct nadat [verzoekster] bewijs heeft geleverd, mag NewBahar (tegen)bewijs leveren. De partijen mogen pas op elkaars bewijs reageren als het leveren van bewijs door beide partijen is afgerond. De kantonrechter beoordeelt daarna of het bewijs geleverd is.
2.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
draagt [verzoekster] op om te bewijzen dat haar netto loon € 2.900,- per maand bedraagt;
getuigenbewijs
3.2.
bepaalt dat als [verzoekster] getuigen wil laten horen, zij uiterlijk op vrijdag 7 maart 2025 bij akte het aantal en de personalia van de getuigen moet opgeven en de verhinderdata van de getuigen en beide partijen voor de maanden juni tot en met september 2025;
3.3.
wijst erop dat [verzoekster] na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moet oproepen;
schriftelijk bewijs
3.4.
bepaalt dat als [verzoekster] schriftelijk bewijs wil leveren, zij deze stukken bij de hiervoor genoemde akte moet overleggen;
ander bewijs
3.5.
bepaalt dat als [verzoekster] op een andere manier bewijs wil leveren, zij bij de hiervoor genoemde akte aan de kantonrechter moet laten weten hoe;
3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416