Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-10
ECLI:NL:RBROT:2025:3371
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,455 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11510692 VV EXPL 25-51
datum uitspraak: 10 maart 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
B.V. Maatschappij tot Exploitatie van Huizen en Terreinen,
vestigingsplaats: Vlaardingen,
eiseres,
gemachtigde: mr. Th.C. Visser,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘de Maatschappij’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 1 februari 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 6 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting met besproken. Daarbij was mr. S.I. Herlitschek aanwezig namens de gemachtigde van de Maatschappij. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
[gedaagde] huurt een woning van de Maatschappij. Volgens de Maatschappij heeft [gedaagde] zich niet als goed huurder gedragen omdat hij de woning als bedrijfsmatige illegale seksinrichting gebruikt of laat gebruiken. De Maatschappij heeft, als eigenaar van de woning, al een officiële waarschuwing van de burgemeester van Rotterdam ontvangen. Om een einde aan deze situatie te maken eist de Maatschappij in dit kort geding dat [gedaagde] wordt veroordeeld de woning te ontruimen en tot aan de ontruiming de maandelijkse huur dan wel een gebruiksvergoeding te betalen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van de Maatschappij volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.3.
De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv). Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden en dat [gedaagde] zal worden veroordeeld de woning te ontruimen. De Maatschappij heeft haar stelling dat [gedaagde] de woning als illegale seksinrichting gebruikt of laat gebruiken voldoende aannemelijk gemaakt. Zij heeft dat namelijk onderbouwd door middel van de bestuurlijke politierapportage van 14 november 2024, inclusief foto’s van de situatie die de politie in de woning van [gedaagde] heeft aangetroffen. Naast de omstandigheid dat de woning voor illegale prostitutie wordt gebruikt kan daaruit ook worden afgeleid dat de directe buren van [gedaagde] veel overlast ervaren, met name geluidsoverlast in de nachtelijke uren.
2.4.
Vanwege het bovenstaande is het gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding van de huurovereenkomst en [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen. De ontruimingstermijn wordt bepaald op 5 dagen nadat het vonnis is betekend. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een bedrag gelijk aan de maandelijkse huur (blijven) betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan de Maatschappij moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 933,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Uit de beoordeling hiervoor volgt dat sprake is van een situatie die de Maatschappij niet langer hoeft te laten voortduren. Gelet op de door buurtbewoners ervaren overlast en het risico dat de woning, bij het voortduren van de illegale prostitutie, voor een periode van drie maanden zal worden gesloten, heeft de Maatschappij er belang bij dat [gedaagde] de woning ontruimt op het moment dat hij dit op basis van het vonnis moet doen. Daarom wordt dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van de Maatschappij te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan de Maatschappij een bedrag gelijk aan de maandelijkse huur te betalen met ingang van de maand februari 2025 tot en met de datum waarop de ontruiming plaatsvindt;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van de Maatschappij worden begroot op € 933,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
44487