Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-07
ECLI:NL:RBROT:2025:2977
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,624 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/6790
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit Schiedam, eiser
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. S. Roodenburg).
Waar gaat deze waak over?
1. Eiser heeft een aanvraag gedaan om in het doelgroepregister te worden opgenomen. Het UWV heeft die aanvraag met het besluit van 18 januari 2024 afgewezen.
1.1.
Met de beslissing op bezwaar van 5 juni 2024 is het UWV bij de afwijzing gebleven.
1.2.
Tegen die beslissing heeft eiser beroep ingesteld. Hij heeft in beroep het volgende aangevoerd. Hij bestrijdt niet dat hij, met een WGA WIA-uitkering, niet aan de formele criteria voldoet om in het doelgroepregister te worden opgenomen. Maar hij meent dat het UWV deze regels te strikt toepast. Eiser wil graag werken en voorzien in zijn eigen inkomen, maar hij wordt door zijn WGA WIA-uitkering belemmerd om aangenomen te worden. Als hij zou worden opgenomen in het doelgroepregister, zou hij makkelijker werk vinden. Hij heeft dit ook concreet ervaren bij een werkgever die is afgehaakt toen hij hoorde dat eiser een WGA WIA-uitkering had. Eiser vraagt daarom om maatwerk en het in acht nemen van de menselijke maat. De strikte toepassing van de wet door het UWV gaat voorbij aan de doelstelling van de regelgeving om mensen met een beperking aan het werk te helpen. Het UWV onderschat wat die strikte toepassing met eiser doet. Verder meent eiser dat deze wetstoepassing leidt tot discriminatie (tussen mensen in het doelgroepregister en mensen die weliswaar arbeidsbeperkt zijn en een WGA WIA-uitkering hebben, maar niet aan de formele criteria van het doelgroepregister voldoen).
1.3.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Het UWV heeft nadere stukken ingediend. Eiser heeft nadere stukken ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door [naam], en de gemachtigde van het UWV.
Wat vindt de rechtbank?
2. Na het bestreden besluit heeft eiser, na begeleiding vanuit een werkfit-traject op basis van de Wet WIA, een tijdelijk arbeidscontract gekregen bij een reguliere werkgever. De rechtbank moet daarom beoordelen of eiser nog belang heeft bij deze procedure.
2.1.
Uit vaste rechtspraak blijkt dat de bestuursrechter uitsluitend een inhoudelijk oordeel geeft over een aan hem voorgelegd besluit, als eiser daarbij voldoende belang heeft (procesbelang). Dit betekent dat de bestuursrechter altijd ambtshalve moet beoordelen of voldoende procesbelang aanwezig is. Daarvan is alleen sprake als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van beroep of hoger beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Als eiser alleen een formeel of principieel belang heeft, is dat onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.
2.2.
Ter zitting heeft eiser toegelicht dat zijn tijdelijke arbeidscontract is verlengd tot en met 30 april 2025 en dat hij in gesprek is met de werkgever over voortzetting van zijn dienstverband. De wens van eiser om aan het werk te (kunnen) zijn, heeft hij voor het moment dus gerealiseerd. Verder heeft eiser toegelicht dat hij gelet op zijn huidige werksituatie geen toegevoegde waarde ziet voor zichzelf om alsnog opgenomen te worden in het doelgroepregister.
2.3.
Dat eiser, zoals hij ter zitting heeft toegelicht, met deze procedure een signaal wil afgeven en de wijze waarop hij zich door het UWV behandeld voelt aan de kaak wil stellen – inclusief zijn argumenten dat het UWV ten onrechte geen maatwerk toepast en dat sprake is van onevenredigheid en discriminatie –, is een principieel belang dat geen procesbelang oplevert.
Conclusie
3. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat het procesbelang van eiser bij dit beroep ontbreekt. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat eiser niet alsnog in het doelgroepregister wordt opgenomen. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Dictum
De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.R. Lautenbach, rechter, in aanwezigheid van
E.J. van den Doel, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2025.
De griffier is niet in staat
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
WGA WIA-uitkering = uitkering Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
In de zin van artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv).
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3232.