Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-28
ECLI:NL:RBROT:2025:2947
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,414 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/692958 / JE RK 25-132
Datum uitspraak: 28 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over (het horen op) een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. H.M. Schwab, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader] ,
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
de beschikking van de kinderrechter van 22 januari 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 25 januari 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
[voornaam minderjarige] bijgestaan door haar advocaat;
de moeder;
de vader;
een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon B] .
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten meidengroep.
2.3.
Bij beschikking van 21 januari 2025 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 21 april 2025. Ook is bij die beschikking een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 18 februari 2025. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden.
3Het (aangehouden) verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een spoedmachtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken en aansluitend een machtiging voor de (overige) duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Op een gedeelte van het verzoek is reeds beslist. Nog beslist dient te worden op het verzoek om een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
3.3.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] moet worden beschermd vanwege seksueel overschrijdend gedrag, middelengebruik en diefstal. Er is al veel geprobeerd, waaronder het inzetten van ambulante hulpverlening, een plaatsing binnen het netwerk en een plaatsing op een open groep. Binnen de open groep werkte het niet vanwege [voornaam minderjarige] ’s herhaalde pogingen om weg te lopen. Het lukt de ouders niet om de zorgen weg te nemen, omdat zij ook verantwoordelijk zijn voor de andere kinderen en het gezin draaiende moeten houden. Het is van belang dat [voornaam minderjarige] voorlopig in een gesloten accommodatie blijft om te stabiliseren. Uit het verdere onderzoek moet blijken welke hulpverlening nodig is en wat haar perspectief is. Daarnaast is er aandacht nodig voor haar schoolgang, omdat [voornaam minderjarige] in haar examenjaar zit.
4Het standpunt van de GI
4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De komende tijd wordt ingezet op het beter leren kennen van [voornaam minderjarige] en het kijken naar wat zij nodig heeft, om vervolgens individuele hulpverlening in te zetten. Daarnaast zal er gewerkt worden aan herstel van het contact met de ouders om te bepalen hoe het contact in de toekomst eruit moet komen te zien, wat voortvloeit uit het perspectief. Ook zal er aandacht zijn voor de schoolgang, aangezien [voornaam minderjarige] graag dit jaar examen wil doen
5Het standpunt van [voornaam minderjarige]
5.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt geen verweer gevoerd. [voornaam minderjarige] begrijpt waarom het verzoek gedaan is, maar vindt het wel vervelend. [voornaam minderjarige] maakt zich zorgen over haar schoolgang, aangezien zij in haar examenjaar zit maar er eerst verschillende zaken geregeld moeten worden voordat zij verder kan. [voornaam minderjarige] ziet in dat zij hulpverlening nodig heeft, onder andere voor het herstellen van het contact met haar ouders.
6Het standpunt van de ouders
6.1.
Door en namens de ouders wordt ingestemd met het verzoek. De stukken zijn helder en de plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp zien zij als een laatste redmiddel om de veiligheid van [voornaam minderjarige] te waarborgen.
Beoordeling
7.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter overweegt het volgende.
7.2.
Er bestaan ernstige zorgen over [voornaam minderjarige] , die vastzit in een gedragspatroon, waarbij er sprake is van het gebruik van middelen, weglopen, stelen en grensoverschrijdend seksueel gedrag. [voornaam minderjarige] begeeft zich vaak in risicovolle situaties. Ondanks verschillende pogingen om hulpverlening in het vrijwillig kader te realiseren, zoals ambulante hulpverlening, een plaatsing in het netwerk en op een open groep, is het niet gelukt om het patroon te doorbreken. [voornaam minderjarige] onttrekt zich herhaaldelijk aan de noodzakelijke hulp en afspraken. Haar veiligheid kan hier door niet voldoende worden gewaarborgd op een open groep. Daarom is een plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk om haar te helpen stabiliseren en haar de benodigde structuur en begeleiding te bieden. De komende periode moet uit het verdere onderzoek van de Raad duidelijk worden welke behandeling [voornaam minderjarige] nodig heeft en op welke plek zij die het beste kan krijgen.
7.3.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter een machtiging verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, te weten tot 21 april 2025.
Dictum
De kinderrechter:
8.1.
houdt de beschikking van 21 januari 2025 in stand;
8.2.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 28 januari 2025 tot 21 april 2025.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2025 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 11 februari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan, voor zover deze ziet op de machtiging tot uithuisplaatsing, worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).