Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-22
ECLI:NL:RBROT:2025:2941
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,420 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/692791 / JE RK 25-110
Datum uitspraak: 22 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. R.A.F. Jansen, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
de spoedbeschikking van 17 januari 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 20 januari 2025.
1.2.
Op 22 januari 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
[voornaam minderjarige] (via beeldbellen) bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder;
- de vader;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon C] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan [persoon B] , stagiaire van de GI.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Harreveld.
2.3.
Bij beschikking van 20 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 23 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van 17 januari 2025 is een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 14 februari 2025.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken. Dit verzoek is reeds verleend bij beschikking van 17 januari 2025. Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. De afgelopen tijd hebben zich verschillende incidenten voorgedaan. Aangezien geen enkele aanbieder de zorg kan bieden die [voornaam minderjarige] nodig heeft, is er een maatwerktraject gecreëerd, specifiek afgestemd op zijn behoeften. Dit traject start in een lege groep, met twee-op-één begeleiding gericht op [voornaam minderjarige] , waarbij tussentijdse evaluaties plaatsvinden om te beoordelen of het traject passend blijft. Daarna wordt toegewerkt naar een kleinschalige groep met twee andere jongens op Harreveld. De situatie wordt op de achtergrond gemonitord door de GGZ. Voor de komende drie maanden die verzocht worden, is het plan om [voornaam minderjarige] samen met twee anderen in de groep te plaatsen. Als [voornaam minderjarige] zijn gedrag weet te veranderen, kan er een gekeken worden naar een open groep. Blijft zijn gedrag onveranderd, dan is een open groep voor [voornaam minderjarige] niet passend.
4Het standpunt van [voornaam minderjarige]
4.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt verweer gevoerd tegen het verzoek. Schakenbosch heeft aangegeven dat een gesloten groep niet nodig is, zoals ook blijkt uit de verklarende analyse. De enige reden dat het verkeerd is gegaan, is dat [voornaam minderjarige] thuis woonde terwijl [voornaam minderjarige] op een open groep had moeten zitten. Het plaatsen van [voornaam minderjarige] in een gesloten groep werkt averechts. Het patroon van steeds wisselen tussen gesloten en open groepen moet doorbroken worden.
5Het standpunt van de ouders
5.1.
Namens de ouders wordt ingestemd met het verzoek, omdat er op dit moment geen alternatief is. Als [voornaam minderjarige] niet in een gesloten setting blijft, zal de situatie volgende week escaleren. [voornaam minderjarige] heeft eerst veiligheid nodig; de tweede stap is zijn toekomst.
Beoordeling
6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat er grote zorgen zijn over de ontwikkeling en veiligheid van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] was ter overbrugging vanuit de geslotenheid thuis geplaatst totdat er een open plek zou komen. De ouders zijn, als gevolg van de problematiek van [voornaam minderjarige] , niet in staat om hem op dit moment op te voeden of op te vangen. Omdat het thuis niet goed ging, is [voornaam minderjarige] op een open groep van Prokino geplaatst, maar na meerdere incidenten is hij 21 januari 2025 wederom op een gesloten groep geplaatst. De problematiek van [voornaam minderjarige] overstijgt op dit moment de mogelijkheden van een open setting, zoals de afgelopen periode duidelijk is geworden. Er is sprake van forse escalaties door zijn tekortschietende emotieregulatie- en copingvaardigheden, waardoor onveilige situaties ontstaan voor zowel [voornaam minderjarige] als zijn omgeving. Ondanks de onwenselijkheid om steeds terug te vallen op de geslotenheid, zijn er op dit moment geen alternatieve mogelijkheden. Uiteindelijk is het de bedoeling dat [voornaam minderjarige] terugkeert naar een open groep, maar op dit moment zijn de zorgen zo groot dat het noodzakelijk is dat [voornaam minderjarige] in de gesloten setting blijft. Alleen op deze manier kan hij de veiligheid en stabiliteit krijgen die hij op dit moment dringend nodig heeft.
6.3.
Gelet op al het voorgaande kan de veiligheid van [voornaam minderjarige] buiten de geslotenheid niet worden gewaarborgd. Daarom is een plaatsing in een open setting voor hem helaas op dit moment nog niet passend en zal de kinderrechter de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, mede gelet op de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, verlenen. Een plaatsing binnen de gesloten jeugdhulp is en blijft echter een ingrijpend en uiterst redmiddel. Het is van het grootste belang dat er de komende periode gekeken wordt naar het uitbreiden van de vrijheden van [voornaam minderjarige] en dat er gezocht blijft worden naar een passende vervolgplek voor [voornaam minderjarige] . Hierbij is het ook van belang dat [voornaam minderjarige] zijn best doet en aan zijn gedrag gaat werken. Daarnaast moest er onderzoek worden gedaan naar zijn psychische problematiek.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
houdt de beschikking van 17 januari 2025 in stand;
7.2.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 14 februari 2025 2025 tot 14 mei 2025.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 10 februari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 6.1.2, tweede lid, van het Jeugdwet (Jw).