Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-08
ECLI:NL:RBROT:2025:2935
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,170 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/682274 / JE RK 24-1474 en C/10/691852 / JE RK 24-2789
Datum uitspraak: 8 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter
in de zaken van
ten aanzien van zaaknummer C/10/682274
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
en
ten aanzien van zaaknummer C/10/691852
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. H. Loonstein, kantoorhoudende te Amsterdam.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader]
,
hierna te noemen: de pleegouders, wonende in de [woonplaats 2] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van zaaknummer C/10/682274
- de beschikking van 15 juli 2024 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het rapport van de Raad van 6 november 2024;
- de pleitaantekeningen die de advocaat van de moeder tijdens de zitting heeft overgelegd;
Ten aanzien van zaaknummer C/10/691852
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 27 december 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 30 december 2024.
1.2.
Op 8 januari 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
de moeder bijgestaan door haar advocaat;
de pleegouders;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon B] .
1.3.
Er is bijzondere toegang verleend aan [persoon C] , de opa (moederszijde (mz). Tevens is bijzondere toegang verleend aan [persoon D] , een medewerker van Enver.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
2.3.
Bij beschikking van 15 juli 2024 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 15 januari 2025. Tevens is bij die beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verleend in een voorziening voor pleegzorg tot 15 januari 2025.
3De (aangehouden) verzoeken
Ten aanzien van zaaknummer C/10/682274
3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Op een deel van dit verzoek is beslist bij de hierboven vermelde beschikking van 15 juli 2024. Nu moet nog beslist worden over de periode tot 15 juli 2025.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/691852
3.3.
De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [voornaam minderjarige] . Deze medische behandelingen betreffen de betrokkenheid van het ondersteuningsteam bij [voornaam minderjarige] schoolgang, het inschakelen van een kinderpsycholoog en het aanmelden van [voornaam minderjarige] voor een persoonlijkheidsonderzoek. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
Ten aanzien van zaaknummer C/10/682274
4.1.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. Er zijn zorgen over het functioneren van de moeder, met name over haar beperkte draagkracht en reflectie. Daarnaast ervaart [voornaam minderjarige] onduidelijkheid over zijn toekomstperspectief, mede door uitspraken van de moeder dat hij weer bij haar zal wonen. Het is van belang dat snel duidelijkheid komt over zijn perspectief. Hoewel de bezoeken tussen [voornaam minderjarige] en de moeder de laatste tijd wel doorgaan, rijst de vraag of dit in het belang van [voornaam minderjarige] is, gezien zijn bovenmatige behoefte aan voorspelbaarheid.
4.2.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De situatie is zorgelijk en is tot op heden niet gestabiliseerd. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , die lijken samen te hangen met de situatie bij de moeder. [voornaam minderjarige] piekert veel en heeft nachten waarin hij niet kan slapen, wat mogelijk verband houdt met uitspraken die de moeder richting hem doet. Het doel blijft om te onderzoeken of terugplaatsing bij de moeder nog mogelijk is, maar er moet snel duidelijkheid komen. Deze week vindt een intake plaats bij RMT voor hulpverlening bij de moeder thuis. RMT is een organisatie die zich richt op het onderzoeken van het perspectief van het kind. Er zal gekeken worden hoe de moeder is in de opvoedsituatie en welke ondersteuning zij nodig heeft om deze situatie te stabiliseren. Op dit moment biedt het pleeggezin een veilige plek voor [voornaam minderjarige] , waar hij de ruimte krijgt om verder te stabiliseren. Daarnaast is de opa (mz) van [voornaam minderjarige] een belangrijk persoon in zijn leven. Er wordt onderzocht of de opa (mz) als weekendpleeggezin kan fungeren. De netwerkscreening moet nog plaatsvinden, maar de GI ziet hierin momenteel geen belemmeringen.
4.3.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd. De moeder herkent zich niet in het beeld dat de Raad van haar schetst. In tegenstelling tot het rapport, is zij wel degelijk bereid en in staat om de zorgen over de ontwikkeling van haar kind en haar eigen functioneren weg te nemen. Bovendien worden de gedragsveranderingen bij [voornaam minderjarige] ten onrechte aan de moeder toegeschreven. Ook wordt beweerd dat de samenwerking met de GI moeizaam is, maar de moeder is welwillend tegenover hulpinstanties en bereid hulp te zoeken wanneer nodig. In het kader van gezinsherstel en stabiliteit moet [voornaam minderjarige] terugkeren naar de moeder, met ondersteuning van passende hulpverlening. Mocht het verzoek worden toegewezen, dan is de opa (mz) bereid en geschikt om [voornaam minderjarige] bij zich te laten opgroeien. Zo’n plaatsing in het netwerk verstoort het familieleven van [voornaam minderjarige] minder en beschermt de rechten en belangen van [voornaam minderjarige] beter.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/691852
4.4.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek. De afgelopen weken was de moeder volledig uit het contact met de GI. De moeder wilde deze zitting afwachten en van daaruit kijken hoe verder. In deze periode kwamen noodkreten vanuit het pleeggezin over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] en zorgen vanuit school. Daarom wilde de GI hulpverlening inzetten, maar daarvoor is toestemming nodig van de moeder met gezag. Daarom is het verzoek tot vervangende toestemming gedaan. Als [voornaam minderjarige] niet de juiste zorg krijgt, raakt het pleeggezin overbelast en dat is niet in het belang van [voornaam minderjarige] .
4.5.
De Raad ondersteunt het verzoek van de GI. Het is van belang dat er zo snel mogelijk hulpverlening wordt opgestart voor [voornaam minderjarige] en het is zorgelijk dat de moeder hiervoor geen toestemming geeft.
4.6.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder maakt zich zorgen om [voornaam minderjarige] en ziet in dat er iets moet gebeuren. Daarom heeft zij contact gehad met iemand van het Centrum voor Dienstverlening (hierna: CVD) om onafhankelijke hulpverlening voor [voornaam minderjarige] te regelen, zowel voor zijn school als voor therapie. Morgen gaat de moeder navragen bij het CVD of er al meer duidelijkheid is. De moeder zal de GI hierover informeren.
Ten aanzien van zaaknummers C/10/682274 en C/10/691852
4.7.
De pleegouders geven aan dat [voornaam minderjarige] veel wisselingen heeft meegemaakt, zowel op het gebied van school als in pleeggezinnen en dat [voornaam minderjarige] veel spanning ervaart voorafgaand aan de bezoeken met de moeder. Het is duidelijk dat [voornaam minderjarige] op dit moment hulpverlening nodig heeft om met deze belastende situatie om te gaan.
4.8.
De medewerker van Enver geeft aan dat de zorgen over de school herkend worden en bevestigt dat het niet goed met [voornaam minderjarige] gaat. [voornaam minderjarige] gaat geen hele dagen naar school, omdat dit niet haalbaar is. Op school staat het zorgteam klaar om te starten, maar de handtekening van de moeder ontbreekt. Tijdens de bezoeken is een wisselend beeld te zien: soms is er veel liefde en gaat het goed, maar andere keren vindt de moeder het lastig om [voornaam minderjarige] niet te belasten met uitspraken over zijn perspectief
Beoordeling
Ten aanzien van zaaknummer C/10/682274
5.1.
Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de overige zes maanden. De kinderrechter overweegt hiertoe het volgende.
5.2.
[voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. De zorgen die in de beschikking van 15 juli 2024 zijn benoemd, blijven onverminderd bestaan, zoals de zorgen over het wisselende gedrag van de moeder tijdens de bezoeken met [voornaam minderjarige] . Daarnaast is het zorgelijk dat de bezoeken met de moeder niet voorspelbaar zijn voor [voornaam minderjarige] . Het is van belang dat [voornaam minderjarige] erop kan vertrouwen dat deze bezoeken doorgang vinden. Gezien de bovengenoemde zorgen blijft de betrokkenheid van de jeugdbeschermer noodzakelijk en wenselijk.
5.3.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] kan op dit moment niet teruggeplaatst worden bij de moeder, omdat er geen zicht is op de (thuis)situatie bij haar. Het is daardoor onduidelijk of de situatie voldoende stabiel is. Het is dan ook van belang dat de hulpverlening zo snel mogelijk wordt ingezet, zodat het perspectief van [voornaam minderjarige] kan worden bepaald. Hiertoe zal het traject via RMT worden ingezet. Bovendien dient de netwerkscreening bij de opa (mz) afgerond te worden, zodat onderzocht kan worden welke rol de opa kan spelen in de zorg voor [voornaam minderjarige] .
Ten aanzien van zaaknummer C/10/691852
5.4.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265h BW vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert.
5.5.
Het verzoek om vervangende toestemming van de GI, voor zover dit betrekking heeft op het inschakelen van een ondersteuningsteam bij [voornaam minderjarige] schoolgang, zal door de kinderrechter worden afgewezen, omdat dit geen medische behandeling betreft. Voor wat betreft het inschakelen van een kinderpsycholoog en het aanmelden van [voornaam minderjarige] voor een persoonlijkheidsonderzoek heeft de moeder aangegeven al een gesprek hierover te hebben gevoerd met het CvD en dat zij snel verder actie zal ondernemen om dit te regelen. Aangezien de moeder zich bereid heeft verklaard om dit zelfstandig te organiseren, krijgt zij de gelegenheid dit te doen. Om die reden wordt het resterende deel van dit verzoek aangehouden tot 1 februari 2025 pro forma.
5.6.
De GI wordt verzocht om uiterlijk op de pro forma-datum de kinderrechter te informeren over de stand van zaken op dat moment en daarbij aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissingen, zoals vermeld in 5.1 en 5.3, uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissingen direct gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
Ten aanzien van zaaknummer C/10/682274
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 15 juli 2025;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 15 juli 2025;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
Ten aanzien van zaaknummer C/10/691852
6.4.
wijst het verzoek van de GI af voor zover het betrefft het inschakelen van een ondersteuningsteam bij [voornaam minderjarige] schoolgang;
en alvorens verder te beslissen:
6.5.
houdt de verdere behandeling van het verzoek C/10/691852 aan tot 1 februari 2025 pro forma;
6.6.
bepaalt dat de Raad, de GI, de moeder en haar advocaat en de pleegouders op de genoemde pro forma datum niet ter zitting hoeven te verschijnen;
6.7.
verzoekt de GI uiterlijk op de pro forma-datum de door de kinderrechter verzochte rapportage toe te sturen met een afschrift aan de belanghebbende en mr. H. Loonstein.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Artikel 1:260, eerste lid, van het BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, van het BW.