Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-28
ECLI:NL:RBROT:2025:2640
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,397 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11377588 CV EXPL 24-26904
datum uitspraak: 28 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Chubb Fire & Security B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.,
tegen
[gedaagde]
, die handelt onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Chubb’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 9 oktober 2024, met bijlagen;
de mail van [gedaagde] van 3 december 2024, met een bijlage;
de repliek, met een bijlage;
de mail van [gedaagde] van 29 januari 2025.
Beoordeling
Waar gaat het om?
2.1.
Chubb heeft op 17 maart 2022 de brandblussers van [gedaagde] gecontroleerd. Ze heeft geconstateerd dat één blusser vervangen moest worden. In opdracht van [gedaagde] heeft ze die direct vervangen. Chubb heeft vervolgens een factuur gestuurd van € 208,24. [gedaagde] heeft die factuur, ondanks aanmaningen, niet betaald. Chubb eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om dat bedrag alsnog aan haar te betalen, met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
[gedaagde] moet € 57,96 betalen voor de controle
2.2.
De factuur waar het om gaat bestaat uit twee posten: de uitgevoerde controle en de nieuwe brandblusser. Voor de controle heeft Chubb € 47,90 exclusief btw in rekening gebracht. Inclusief 21% btw is dat dus € 57,96 (€ 47,90 x 1,21). [gedaagde] heeft niet betwist dat hij dit bedrag moet betalen. Dit deel van de eis wordt dus toegewezen.
[gedaagde] moet € 150,28 betalen voor de nieuwe brandblusser
2.3.
Er is ook geen discussie over dat Chubb een brandblusser heeft vervangen in opdracht van [gedaagde]. Chubb eist hiervoor een bedrag van € 150,28 (€ 124,20 x 1,21). [gedaagde] heeft in eerste instantie aangevoerd dat hij online dezelfde brandblusser had gezien voor € 146,70 en dat Chubb heeft toegezegd dat hij niet meer hoefde te betalen. Chubb heeft vervolgens aangevoerd dat zij [gedaagde] inderdaad een korting heeft gegeven van 40% en dat zij daarom in plaats van € 250,47 (inclusief btw) € 150,28 in rekening brengt, wat nagenoeg hetzelfde bedrag is als wat [gedaagde] online heeft gezien. [gedaagde] heeft vervolgens zijn verweer dat het bedrag niet klopt niet verder onderbouwd, maar aangegeven dat hij bereid is de factuur te betalen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [gedaagde] niet langer betwist dat hij dit bedrag moet betalen voor de nieuwe brandblusser. Ook dit deel van de eis wordt daarom toegewezen.
[gedaagde] moet handelsrente betalen
2.4.
Chubb heeft onbetwist gesteld dat [gedaagde] de factuur uiterlijk op 17 juni 2022 moest betalen. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Hij moet daarom wettelijke handelsrente betalen (artikel 6:83 onder a en 6:119a BW). Deze eis wordt dus ook toegewezen. Chubb heeft onbetwist gesteld dat de rente berekend tot en met 3 oktober 2024 € 21,40 bedraagt. Dat bedrag is daarom inbegrepen in het toe te wijzen bedrag.
[gedaagde] moet incassokosten van € 40,- betalen
2.5.
Omdat [gedaagde] te laat heeft betaald moet hij een vergoeding betalen van de incassokosten die Chubb heeft gemaakt. Het geëiste bedrag van € 40,- is gebaseerd op de wet en wordt daarom toegewezen (artikel 6:96 lid 4 BW).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Chubb moet betalen op € 116,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten (1/2 punt x € 82,-). Dat is in totaal € 451,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Chubb dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Chubb te betalen € 269,64 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 208,24 vanaf 4 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Chubb worden begroot op € 451,39;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.
33394