Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-10
ECLI:NL:RBROT:2025:2629
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
913 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11144224 CV EXPL 24-14483
datum uitspraak: 10 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
woonplaats: Bergschenhoek,
eiseres,
gemachtigde: mr. J. Kuenen,
tegen
Algemeen Nederlands Persbureau ANP B.V.,
vestigingsplaats: Rijswijk,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.M. Pieroelie.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ANP’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 23 mei 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de akte van [eiseres] , met bijlagen;
de spreekaantekeningen van [eiseres] .
1.2.
Op 12 december 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiseres] met de gemachtigde en mevrouw [persoon A] , namens ANP met de gemachtigde.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
[eiseres] heeft ANP gedagvaard, omdat zij rechtsopvolger zou zijn van Hollandse Hoogte B.V. (hierna: Hollandse Hoogte). ANP is echter niet de rechtsopvolger van die vennootschap, maar haar moederbedrijf, ANP Holding B.V. De vordering wordt daarom afgewezen.
Wat is er gebeurd?
2.2.
[eiseres] vordert herroeping van een tegen haar gewezen vonnis in een procedure die is ingeleid door Hollandse Hoogte, (kort gezegd) omdat Hollandse Hoogte de rechtbank bewust onjuist zou hebben ingelicht. [eiseres] stelt die vordering in tegen ANP, omdat ANP de rechtsopvolger van Hollandse Hoogte zou zijn. ANP verweert zich tegen die vordering en stelt zich, voor zover nu relevant, op het standpunt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De kantonrechter volgt ANP in zijn standpunt. Uit de in het handelsregister gedeponeerde fusieakten blijkt dat niet ANP, maar haar moederbedrijf (ANP Holding B.V.) rechtsopvolger is van Hollandse Hoogte. [eiseres] zal daarom niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Dat [eiseres] op basis van bijvoorbeeld nieuwsberichten in de veronderstelling was dat zij de juiste partij gedagvaard heeft is niet relevant, omdat [eiseres] op basis van de openbaar beschikbare documenten uit het handelsregister onderzoek had moeten (laten) doen. Gelet hierop wordt aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering niet toegekomen.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan ANP moet betalen op € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,-aan nakosten. Dat is in totaal € 510,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in de vordering;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van ANP worden begroot op € 510,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
527