Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-20
ECLI:NL:RBROT:2025:2316
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,722 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 20 februari 2025
[verzoekster]
,
[adres]
[postcode] [plaats] ,
verzoekster.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 16 oktober 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter zitting van 14 februari 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoekster;
mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein Rotterdam (hierna: schuldhulpverlener);
mevrouw [persoon B] , werkzaam bij het Leger des Heils (hierna: begeleidster).
De uitspraak is bepaald op heden.
Feiten
Verzoekster volgt een MBO-opleiding die naar verwachting nog tweeënhalf jaar zal duren. Verzoekster ontvangt studiefinanciering en toeslagen van de Belastingdienst. Verzoekster verricht geen betaald werk. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 57.227,57.
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De rechtbank oordeelt dat het één noch het ander in het voorliggende geval aannemelijk is. Het verzoek wordt daarom afgewezen, wat inhoudt dat verzoekster niet wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank licht dat hieronder toe.
Goede trouw
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan verzoekster dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin het verzoekster kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoekster voor wat betreft haar inspanningen de schulden te voldoen of acties harerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
Schuld aan het CJIB
Verzoekster heeft in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop dit verzoekschrift is ingediend schulden gemaakt bij het CJIB in totaal voor een bedrag van € 639,-. Verzoekster heeft meerdere boetes gekregen voor het onverzekerd rijden in een auto. Daarnaast heeft verzoekster een boete gekregen voor het rijden met de mobiele telefoon in haar hand. Aldus is deze schuld niet te goeder trouw ontstaan althans onbetaald gelaten.
Schuld aan Stichting Prokino
Ook heeft verzoekster in de drie jaar voorafgaande aan de dag waarop dit verzoekschrift is ingediend een schuld van € 4.488,18 laten ontstaan bij Stichting Prokino . Verzoekster heeft in deze periode ook hiervoor toeslag van de Belastingdienst ontvangen, maar heeft deze niet aangewend om de vordering van het kinderdagverblijf te betalen. De verklaring van verzoekster ter zitting dat zij dacht dat ze de vordering niet hoefde te betalen omdat de kinderen niet meer naar de kinderopvang gingen, is naar het oordeel van de rechtbank een gemakzuchtige beslissing van verzoekster geweest. Verzoekster heeft ook niet de ontvangen toeslag gereserveerd om deze vordering of een (eventuele) terugvordering van de Belastingdienst te kunnen voldoen. Naar het oordeel van de rechtbank is deze schuld niet te goeder trouw ontstaan, althans onbetaald gelaten.
Geen wending ten goede
Feiten
Nakoming verplichtingen
Daarnaast moet voldoende aannemelijk zijn dat verzoekster de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De verplichtingen waaraan verzoekster tijdens de schuldsaneringsregeling moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. De rechtbank oordeelt dat in het voorliggende geval niet aannemelijk is dat verzoekster aan die verplichtingen zal voldoen. Verzoekster volgt een MBO-opleiding die naar verwachting nog tweeënhalf jaar zal duren. Gedurende de tijd dat verzoekster deze opleiding volgt, kan zij niet aan haar sollicitatieverplichting/arbeidsverplichting voldoen. Het volgen van een dergelijke opleiding verdraagt zich niet met het uitgangspunt dat verzoekster de verplichting heeft om zich gedurende achttien maanden tot het uiterste in te spannen om zoveel mogelijk geld te verdienen voor haar schuldeisers. Daarnaast bestaan de inkomsten van verzoekster naast studiefinanciering en toeslagen ook uit een maandelijkse lening van DUO, waardoor ook niet voldaan kan worden aan de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan. Gelet hierop ziet de rechtbank ook geen aanleiding om verzoekster op dit moment toe te laten tot de regeling en daarbij – vanwege de opleiding die verzoekster volgt – de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen.
Afwijzing verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
De rechtbank merkt daarbij wel op dat deze afwijzing niet in de weg hoeft te staan aan een toekomstig nieuw verzoek. Verzoekster kan zichzelf (verder) stabiliseren. Als verzoekster aantoont dat zij kan voldoen aan haar inspanningsverplichting en geen nieuwe schulden meer heeft gemaakt, zal een volgend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk meer kans van slagen hebben.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.