Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-09
ECLI:NL:RBROT:2025:1727
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
844 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 9 januari 2025
[verzoeker]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 3 september 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter zitting van
19 december 2024.
Ter zitting van 19 december 2024 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
de heer [persoon A] , werkzaam bij Schuldhulpverlening de Schie (hierna te noemen schuldhulpverlener).
Feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit fulltime dienstverband voor onbepaalde tijd. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 72.753,84.
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke. Verzoeker heeft een schuld aan de Belastingdienst ontstaan op 2 december 2023 van € 8.917,-. Deze schuld is naar zijn aard niet te goeder trouw. Daarnaast heeft verzoeker op 12 juni 2023 een schuld van € 12.684,91 laten ontstaan aan Asset Managing Partners B.V., die ziet op een zakelijk krediet. Verzoeker wist of had behoren te weten dat hij bij aangaan van dit krediet over onvoldoende middelen beschikte om het krediet terug te betalen. Deze schuld is ook naar zijn aard niet te goeder trouw ontstaan. De schulden staan aan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in de weg.
Feiten
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.