Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-02-07
ECLI:NL:RBROT:2025:1698
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,009 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11243368 CV EXPL 24-19156
datum uitspraak: 7 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Evides N.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 18 juli 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de rolbeslissing van 21 augustus 2024;
de repliek en eisvermindering, met bijlagen.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Evides heeft drinkwater geleverd aan [gedaagde]. [gedaagde] moest hiervoor betalen, maar heeft een betalingsachterstand. Evides eist (na eisvermindering) dat [gedaagde] wordt veroordeeld om die achterstand en de kosten te betalen.
[gedaagde] moet nog € 69,25 betalen
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om de achterstand van € 69,25 aan Evides te betalen. Evides stelt dat dit het bedrag is dat [gedaagde] tot 28 mei 2023 verschuldigd is voor het geleverde drinkwater. Evides heeft [gedaagde] uit coulance met terugwerkende kracht afgemeld per 28 mei 2023 wegens haar verhuizing. [gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd, waardoor deze vordering door de kantonrechter wordt toegewezen.
[gedaagde] moet de incassokosten van € 29,14 betalen
2.3.
De incassokosten van € 32,50 zijn in principe toewijsbaar, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). [gedaagde] heeft nog een betaling van € 3,36 gedaan, dat bedrag gaat van de incassokosten af (artikel 6:44 BW). Aan incassokosten wordt daarom € 29,14 toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.4.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Hierin is meegewogen dat Evides heeft betwist dat [gedaagde] de overeenkomst al ten tijde van haar verhuizing telefonisch heeft opgezegd. Deze opzegging is verder niet onderbouwd. Evides stelt onbetwist dat zij pas na de start van deze procedure op de hoogte is gesteld van de verhuizing. De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Evides op € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-), en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 448,54. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Evides dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Evides te betalen € 98,39 te betalen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Evides worden vastgesteld op € 448,54;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans en in het openbaar uitgesproken.
62914