Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-01-17
ECLI:NL:RBROT:2025:1694
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,813 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 11186550 CV EXPL 24-16725
datum uitspraak: 17 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
[eiser] h.o.d.n. [autobedrijf A] ,
Woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. G. de Vries,
tegen
[autobedrijf B] .,
vestigingsplaats: Vlaardingen,
gedaagde,
gemachtigde: mr. L. Wijnhorst.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [autobedrijf B] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 24 juni 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de akte overlegging producties van [eiser] , met bijlagen;
1.2.
Op 26 november is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren [eiser] met zijn gemachtigde en [persoon A] als gemachtigde van [autobedrijf B] aanwezig.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] heeft op 26 maart 2024 een auto-onderdeel (hierna: de module) gekocht van [autobedrijf B] . Het betreft een module voor in de besturing van een auto. [eiser] stelt dat de module niet voldoet aan hetgeen hij hiervan heeft mogen verwachten, omdat de module geen contact met de auto maakt. Op 27 mei 2024 heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. [eiser] vordert terugbetaling van de aankoopsom. De kantonrechter wijst de vordering toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Non-conformiteit
2.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de module niet aan de overeenkomst beantwoordde. [autobedrijf B] betwist dat de computer defect geleverd is. Hij voert aan dat de computer uit een andere auto komt, waar deze nog een reactie gaf. Dit wordt echter niet gemotiveerd en [autobedrijf B] heeft dit ter zitting niet onderbouwd. Uit de stukken blijkt dat [eiser] al op 29 maart 2024, toen hij de module bezorgd kreeg, aan [autobedrijf B] heeft laten weten dat er een sensor op de module defect was. Op verzoek van [autobedrijf B] is de computer toch in de auto gemonteerd, zonder resultaat. Hierna heeft [eiser] op advies van [autobedrijf B] en op eigen kosten, de computer bij een extern bedrijf laten testen, waar na onderzoek bleek dat er geen werkende software in de computer aanwezig was.
2.3.
[autobedrijf B] voert nog aan dat de module wellicht tijdens de verzending kapot is gegaan. Dit blijkt echter nergens uit. Als het gebrek al tijdens het verzenden zou zijn ontstaan, dan is [autobedrijf B] hier als verkoper verantwoordelijk voor. [eiser] heeft een module ontvangen die bij aflevering niet voldeed aan de verwachtingen die [eiser] op basis van de koopovereenkomst mocht hebben en dit is toerekenbaar aan [autobedrijf B] (artikel 7:17 BW).
De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden. Op grond van artikel 6:265 BW geeft de hiervoor vastgestelde non-conformiteit [eiser] de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden. [eiser] heeft via e-mail aan [autobedrijf B] laten weten dat de module niet werkte. [eiser] heeft vervolgens [autobedrijf B] de mogelijkheid gegeven om het gebrek te herstellen of de module te vervangen, maar hieraan heeft [autobedrijf B] niet voldaan. Daarom was [eiser] bevoegd om de overeenkomst te ontbinden (artikel 7:21 lid 3 BW en artikel 6:265 BW). Dat betekent dat partijen worden bevrijd van de verbintenissen die uit de overeenkomst voorvloeien (artikelen 6:265 jo. 6:271 BW). [eiser] moet de module teruggeven aan [autobedrijf B] . Tijdens de zitting heeft [eiser] dit al gedaan. [autobedrijf B] moet de aankoopsom terugbetalen aan [eiser] en zal daartoe worden veroordeeld.
[autobedrijf B] moet incassokosten en rente betalen
2.5.
[autobedrijf B] voert aan dat hij niet aansprakelijk is voor de overige kosten, omdat dit is overeengekomen in artikel 6 en 8 van zijn algemene voorwaarden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking, aldus [autobedrijf B] .
2.6.
[eiser] stelt dat de genoemde algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de koopovereenkomst, omdat deze nooit aan hem ter hand zijn gesteld op de volgens de wet voorgeschreven wijze (artikel 6:233 sub b BW) en doet hiermee een beroep op vernietiging van deze bepalingen. Omdat [autobedrijf B] hier niet op heeft gereageerd en verder uit niets blijkt dat [eiser] een redelijke mogelijkheid heeft geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden, vernietigt de kantonrechter artikel 6 en 8 van de algemene voorwaarden. Hierdoor kunnen de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente in beginsel worden toegewezen.
2.7.
De incassokosten van € 139,76 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
2.8.
De wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar, nu artikel 6:119a BW niet van toepassing is op een ongedaanmakingsverbintenis. De wettelijke rente van artikel 6:119 BW is wel toewijsbaar. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis.
[autobedrijf B] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [autobedrijf B] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [autobedrijf B] aan [eiser] moet betalen op € 115,22 aan dagvaardingskosten, € 218,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 670,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [autobedrijf B] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [autobedrijf B] om aan [eiser] te betalen € 1.071,46 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 931,70 vanaf 24 juni 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [autobedrijf B] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 670,72;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
62914