Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-12-12
ECLI:NL:RBROT:2025:15753
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
6,561 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2025:15753 text/xml public 2026-04-08T15:56:30 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2025-12-12 C/10/710165 / JE RK 25-2352 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15753 text/html public 2026-04-08T15:54:42 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2025:15753 Rechtbank Rotterdam , 12-12-2025 / C/10/710165 / JE RK 25-2352 Beschikking van de kinderrechter over een bekrachtiging schriftelijke aanwijzing. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/710165 / JE RK 25-2352 Datum uitspraak: 12 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een bekrachtiging schriftelijke aanwijzing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. H.E. Visscher, kantoorhoudende te Papendrecht. De kinderrechter merkt als informant aan: [persoon A] , [naam functie] van de Tussenstap (verblijfplaats [voornaam minderjarige] ), hierna te noemen: de informant. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 11 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 14 november 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; - de moeder; een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] ; de informant. 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de Tussenstap. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 6 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 18 juni 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 18 juni 2025 tot 18 juni 2026. 2.4. De GI heeft op 11 november 2025 aan de vader een schriftelijke aanwijzing gegeven. Hierin is het volgende opgenomen: - [voornaam minderjarige] gaat elke woensdagmiddag naar mama. Hij gaat op de fiets vanuit school naar mama en fiets dan om 20.15 terug naar de Tussenstap. - De afspraken voor de zaterdag dat [voornaam minderjarige] bij moeder is blijven hetzelfde. Moeder maakt afspraken met de Tussenstap wanneer [voornaam minderjarige] bij haar langs komt, rekening houdend met [voornaam minderjarige] zijn werk of andere afspraken. - [voornaam minderjarige] gaat elke zondagochtend naar papa. Hij gaat dan eerst mee naar de kerk. De afspraak is dat [voornaam minderjarige] of door zijn vader wordt opgehaald, of dat [voornaam minderjarige] zelfstandig naar vader fietst. Wanneer [voornaam minderjarige] zelfstandig naar vader fietst, zorgt [voornaam minderjarige] ervoor dat hij een half uur voor de start van de kerk aanwezig is. [voornaam minderjarige] gaat na het eten (uiterlijk 20.15 uur) terug naar de Tussenstap. [voornaam minderjarige] stemt met papa af of hij zelf op de fiets komt of dat papa hem ophaalt en weer terug brengt. Als [voornaam minderjarige] in de ochtend op de fiets gaat, gaat hij 's avonds ook op de fiets, zodat [voornaam minderjarige] altijd de fiets op de Tussenstap heeft. - Door de weeks kan vader niet langs komen op de Tussenstap, dit omdat de werktijden en de samenstelling van de groep (rust op de groep) zorgt dat dit niet mogelijk is. - [voornaam minderjarige] gaat buiten deze afspraken (bv tijdens tussenuren of na school) niet naar zijn vader of moeder. Uitzonderingen worden overlegd met de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. - Andere afspraken rondom bijvoorbeeld vakantie worden afgestemd met de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, minimaal een week voor de start van de vakantie. - Papa stopt met het belasten van [voornaam minderjarige] via de telefoon. Papa stuurt geen berichten meer om [voornaam minderjarige] over te halen om 'stiekem' op bezoek te komen. Papa stuurt geen vragen meer naar [voornaam minderjarige] over waar [voornaam minderjarige] wil wonen. Papa stuurt geen berichten meer over gesprekken met papa en de hulpverlening. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. 3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er is sprake van een hele grote opvoedbedreiging bij [voornaam minderjarige] . Het lukt de GI niet om met de vader de zelfde houding naar [voornaam minderjarige] uit te dragen. De houding van de vader zorgt ervoor dat [voornaam minderjarige] klem zit tussen zijn vader en moeder en zeker ook tussen de vader en de hulpverlening. Het lukt [voornaam minderjarige] niet om zich te houden aan afspraken en de houding van de vader heeft hier grote invloed op. De vader haalt [voornaam minderjarige] over om zich niet aan de afspraken te houden met de GI en de Tussenstap. Hier is, ondanks de schriftelijke aanwijzing, nog geen verandering in gekomen. Het is belangrijk dat alle partijen hetzelfde uitstralen richting [voornaam minderjarige] , zodat hij stappen kan zetten in zijn ontwikkeling en het fijn kan hebben bij de Tussenstap. Het is noodzakelijk dat de vader stopt met het tegenwerken van de hulpverlening. Als dit zo doorgaat is de GI gedwongen om [voornaam minderjarige] buiten de regio, dus uit fysieke omgeving van de vader, te plaatsen. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de vader is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader probeert altijd eerlijk te zijn tegen [voornaam minderjarige] . Daarbij vraagt [voornaam minderjarige] zelf vaak wat er wordt verteld. Uiteindelijk moet [voornaam minderjarige] alles zelf uitvoeren, dus mag hij het ook weten. De vader vertelt niet alles in detail, maar probeert het in makkelijke woorden uit te leggen aan [voornaam minderjarige] . Door de advocaat wordt naar voren gebracht dat het juist noodzakelijk is om de hulpverlening te accepteren, zodat de omgang wellicht weer uitgebreid kan worden. 4.2. De moeder heeft ter zitting aangegeven achter het verzoek van de GI te staan. 5 Informatie van de informant 5.1. Door de zorgcoördinator is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Bij de Tussenstap wordt opgemerkt dat [voornaam minderjarige] door de vader belemmerd wordt in zijn plezier. [voornaam minderjarige] lacht op de groep en heeft daar plezier, maar na contact te hebben met de vader durft hij dat niet te zeggen. [voornaam minderjarige] ontsnapt om naar de vader te gaan en ook wanneer hij naar school en stage moet gaat [voornaam minderjarige] daar niet naartoe, maar naar de vader. [voornaam minderjarige] neemt expres geen brood mee vanuit de Tussenstap en klaagt dan bij de vader dat hij geen lunch krijgt. De vader gaat daarop in. De Tussenstap is door de houding van de vader de grip aan het verliezen. [voornaam minderjarige] wil niet meedraaien op de groep, omdat dit niet hoeft van de vader. De Tussenstap heeft geprobeerd om korte lijntjes te houden met alle betrokkenen, maar dit heeft geen succes opgeleverd. 6 De beoordeling 6.1. Voor zover noodzakelijk in verband met de uithuisplaatsing van een minderjarige, kan de GI voor de duur daarvan de contacten tussen een met gezag belaste ouder en de minderjarige beperken (artikel 1:265f, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW)). Zo’n beslissing van de GI geldt als een schriftelijke aanwijzing.
Volledig
ECLI:NL:RBROT:2025:15753 text/xml public 2026-04-08T15:56:30 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2025-12-12 C/10/710165 / JE RK 25-2352 Uitspraak Beschikking NL Rotterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15753 text/html public 2026-04-08T15:54:42 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2025:15753 Rechtbank Rotterdam , 12-12-2025 / C/10/710165 / JE RK 25-2352 Beschikking van de kinderrechter over een bekrachtiging schriftelijke aanwijzing. RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/710165 / JE RK 25-2352 Datum uitspraak: 12 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een bekrachtiging schriftelijke aanwijzing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering , gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [naam vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. H.E. Visscher, kantoorhoudende te Papendrecht. De kinderrechter merkt als informant aan: [persoon A] , [naam functie] van de Tussenstap (verblijfplaats [voornaam minderjarige] ), hierna te noemen: de informant. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 11 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 14 november 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; - de moeder; een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] ; de informant. 1.3. De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] . 2.2. [voornaam minderjarige] verblijft bij de Tussenstap. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 6 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 18 juni 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 18 juni 2025 tot 18 juni 2026. 2.4. De GI heeft op 11 november 2025 aan de vader een schriftelijke aanwijzing gegeven. Hierin is het volgende opgenomen:- [voornaam minderjarige] gaat elke woensdagmiddag naar mama. Hij gaat op de fiets vanuit school naarmama en fiets dan om 20.15 terug naar de Tussenstap. - De afspraken voor de zaterdag dat [voornaam minderjarige] bij moeder is blijven hetzelfde. Moeder maaktafspraken met de Tussenstap wanneer [voornaam minderjarige] bij haar langs komt, rekening houdendmet [voornaam minderjarige] zijn werk of andere afspraken. - [voornaam minderjarige] gaat elke zondagochtend naar papa. Hij gaat dan eerst mee naar de kerk. Deafspraak is dat [voornaam minderjarige] of door zijn vader wordt opgehaald, of dat [voornaam minderjarige] zelfstandig naarvader fietst. Wanneer [voornaam minderjarige] zelfstandig naar vader fietst, zorgt [voornaam minderjarige] ervoor dat hij eenhalf uur voor de start van de kerk aanwezig is. [voornaam minderjarige] gaat na het eten (uiterlijk 20.15uur) terug naar de Tussenstap. [voornaam minderjarige] stemt met papa af of hij zelf op de fiets komt ofdat papa hem ophaalt en weer terug brengt. Als [voornaam minderjarige] in de ochtend op de fiets gaat,gaat hij 's avonds ook op de fiets, zodat [voornaam minderjarige] altijd de fiets op de Tussenstap heeft. - Door de weeks kan vader niet langs komen op de Tussenstap, dit omdat de werktijdenen de samenstelling van de groep (rust op de groep) zorgt dat dit niet mogelijk is. - [voornaam minderjarige] gaat buiten deze afspraken (bv tijdens tussenuren of na school) niet naar zijnvader of moeder. Uitzonderingen worden overlegd met de William Schrikker StichtingJeugdbescherming & Jeugdreclassering. - Andere afspraken rondom bijvoorbeeld vakantie worden afgestemd met de WilliamSchrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, minimaal een week voorde start van de vakantie. - Papa stopt met het belasten van [voornaam minderjarige] via de telefoon. Papa stuurt geen berichtenmeer om [voornaam minderjarige] over te halen om 'stiekem' op bezoek te komen. Papa stuurt geenvragen meer naar [voornaam minderjarige] over waar [voornaam minderjarige] wil wonen. Papa stuurt geen berichten meerover gesprekken met papa en de hulpverlening. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. 3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Er is sprake van een hele grote opvoedbedreiging bij [voornaam minderjarige] . Het lukt de GI niet om met de vader de zelfde houding naar [voornaam minderjarige] uit te dragen. De houding van de vader zorgt ervoor dat [voornaam minderjarige] klem zit tussen zijn vader en moeder en zeker ook tussen de vader en de hulpverlening. Het lukt [voornaam minderjarige] niet om zich te houden aan afspraken en de houding van de vader heeft hier grote invloed op. De vader haalt [voornaam minderjarige] over om zich niet aan de afspraken te houden met de GI en de Tussenstap. Hier is, ondanks de schriftelijke aanwijzing, nog geen verandering in gekomen. Het is belangrijk dat alle partijen hetzelfde uitstralen richting [voornaam minderjarige] , zodat hij stappen kan zetten in zijn ontwikkeling en het fijn kan hebben bij de Tussenstap. Het is noodzakelijk dat de vader stopt met het tegenwerken van de hulpverlening. Als dit zo doorgaat is de GI gedwongen om [voornaam minderjarige] buiten de regio, dus uit fysieke omgeving van de vader, te plaatsen. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de vader is ter zitting het volgende naar voren gebracht. De vader probeert altijd eerlijk te zijn tegen [voornaam minderjarige] . Daarbij vraagt [voornaam minderjarige] zelf vaak wat er wordt verteld. Uiteindelijk moet [voornaam minderjarige] alles zelf uitvoeren, dus mag hij het ook weten. De vader vertelt niet alles in detail, maar probeert het in makkelijke woorden uit te leggen aan [voornaam minderjarige] . Door de advocaat wordt naar voren gebracht dat het juist noodzakelijk is om de hulpverlening te accepteren, zodat de omgang wellicht weer uitgebreid kan worden. 4.2. De moeder heeft ter zitting aangegeven achter het verzoek van de GI te staan. 5 Informatie van de informant 5.1. Door de zorgcoördinator is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Bij de Tussenstap wordt opgemerkt dat [voornaam minderjarige] door de vader belemmerd wordt in zijn plezier. [voornaam minderjarige] lacht op de groep en heeft daar plezier, maar na contact te hebben met de vader durft hij dat niet te zeggen. [voornaam minderjarige] ontsnapt om naar de vader te gaan en ook wanneer hij naar school en stage moet gaat [voornaam minderjarige] daar niet naartoe, maar naar de vader. [voornaam minderjarige] neemt expres geen brood mee vanuit de Tussenstap en klaagt dan bij de vader dat hij geen lunch krijgt. De vader gaat daarop in. De Tussenstap is door de houding van de vader de grip aan het verliezen. [voornaam minderjarige] wil niet meedraaien op de groep, omdat dit niet hoeft van de vader. De Tussenstap heeft geprobeerd om korte lijntjes te houden met alle betrokkenen, maar dit heeft geen succes opgeleverd. 6 De beoordeling 6.1. Voor zover noodzakelijk in verband met de uithuisplaatsing van een minderjarige, kan de GI voor de duur daarvan de contacten tussen een met gezag belaste ouder en de minderjarige beperken (artikel 1:265f, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW)). Zo’n beslissing van de GI geldt als een schriftelijke aanwijzing.
Volledig
Op grond van het bepaalde in artikel 1:263, derde lid, van het BW kan de GI de kinderrechter verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. 6.2. De kinderrechter overweegt dat [voornaam minderjarige] onder toezicht staat van de GI omdat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast is [voornaam minderjarige] een half jaar geleden uit huis geplaatst omdat de kinderrechter dit noodzakelijk vond voor de verzorging en opvoeding. De situatie bij de moeder thuis, en later bij de vader thuis was immers onhoudbaar geworden. [voornaam minderjarige] vertoonde zelfbepalend gedrag en ondanks de inzet van hulpverlening verbeterde de situatie niet. Inmiddels woont [voornaam minderjarige] bij de Tussenstap, wat door de GI en de kinderrechter een geschikte plek voor [voornaam minderjarige] wordt gevonden. Er is echter sprake van veel strijd en wantrouwen vanuit de vader richting de GI en de Tussenstap. De vader belast [voornaam minderjarige] hiermee. De vader spoort [voornaam minderjarige] aan om afspraken niet na te komen en [voornaam minderjarige] lijkt klem te zitten tussen de vader en de GI en de Tussenstap. De Tussenstap ziet dat [voornaam minderjarige] het wel degelijk naar zijn zin heeft, maar dat hij tegen zijn vader zegt van niet en dat hij sterk wordt beïnvloed door de negativiteit van de vader. De vader steunt [voornaam minderjarige] als hij wegloopt of niet naar school gaat om naar de vader te gaan. Ook gaat de vader mee in verhalen van [voornaam minderjarige] dat hij geen eten krijgt van de Tussenstap, terwijl de GI en de Tussenstap richting de vader duidelijk hebben gemaakt dat deze verhalen niet kloppen. Hierdoor lukt het de instanties onvoldoende om [voornaam minderjarige] de hulp te bieden die hij nodig heeft. Het is noodzakelijk dat de vader [voornaam minderjarige] niet belast met volwassenenzaken en dat de vader [voornaam minderjarige] niet stimuleert om de afspraken met de GI en de Tussenstap niet na te komen. De GI heeft geprobeerd om afspraken te maken met de vader en op die manier de situatie voor [voornaam minderjarige] te verbeteren. De vader erkent en herkent de zorgen vanuit de GI niet en houdt zich niet aan de afspraken die zijn gemaakt. De kinderrechter acht het dan ook begrijpelijk dat de GI, middels de schriftelijke aanwijzing van 11 november 2025, een aantal afspraken met de vader heeft willen maken. Naar het oordeel van de kinderrechter is de schriftelijke aanwijzing op een deugdelijke manier gemotiveerd. De schriftelijke aanwijzing is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] . 6.3. Tot nu toe heeft de schriftelijke aanwijzing van 11 november 2025 helaas geen verandering in de situatie gebracht. Daarom ziet de kinderrechter aanleiding om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. De kinderrechter hoopt en verwacht dat deze bekrachtiging de vader motiveert om, in het belang van [voornaam minderjarige] , zijn gedrag aan te passen. De kinderrechter benadrukt dat het belangrijk is dat de vader stopt met het betrekken van [voornaam minderjarige] bij de dingen waar de vader het niet mee eens is. Er ligt nu eenmaal een rechterlijke uitspraak waarin is bepaald dat [voornaam minderjarige] uit huis wordt geplaatst. Daar kan vader het niet mee eens zijn, maar hij moet [voornaam minderjarige] daar niet mee belasten. De huidige situatie is voor [voornaam minderjarige] onhoudbaar. Hij zit klem tussen enerzijds de moeder, de GI en de Tussenstap en anderzijds de vader. Het is belangrijk dat de vader, de moeder, de GI en de Tussenstap richting [voornaam minderjarige] hetzelfde uitstralen om de situatie voor [voornaam minderjarige] te verbeteren. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat de vader zo snel mogelijk gaat samenwerken met de GI en de Tussenstap. Ter zitting heeft te GI te kennen gegeven na te denken over vervolgstappen die in het belang van [voornaam minderjarige] nodig worden geacht, wanneer een verbetering in de houding van de vader richting de GI, de Tussenstap en [voornaam minderjarige] uitblijft. Zij denken hierbij aan een overplaatsing van [voornaam minderjarige] buiten de regio. De kinderrechter hoopt dat het zo ver niet hoeft te komen. 7 De beslissing De kinderrechter: 7.1. bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 11 november 2025. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 17 december 2025. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledig
Op grond van het bepaalde in artikel 1:263, derde lid, van het BW kan de GI de kinderrechter verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. 6.2. De kinderrechter overweegt dat [voornaam minderjarige] onder toezicht staat van de GI omdat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast is [voornaam minderjarige] een half jaar geleden uit huis geplaatst omdat de kinderrechter dit noodzakelijk vond voor de verzorging en opvoeding. De situatie bij de moeder thuis, en later bij de vader thuis was immers onhoudbaar geworden. [voornaam minderjarige] vertoonde zelfbepalend gedrag en ondanks de inzet van hulpverlening verbeterde de situatie niet. Inmiddels woont [voornaam minderjarige] bij de Tussenstap, wat door de GI en de kinderrechter een geschikte plek voor [voornaam minderjarige] wordt gevonden. Er is echter sprake van veel strijd en wantrouwen vanuit de vader richting de GI en de Tussenstap. De vader belast [voornaam minderjarige] hiermee. De vader spoort [voornaam minderjarige] aan om afspraken niet na te komen en [voornaam minderjarige] lijkt klem te zitten tussen de vader en de GI en de Tussenstap. De Tussenstap ziet dat [voornaam minderjarige] het wel degelijk naar zijn zin heeft, maar dat hij tegen zijn vader zegt van niet en dat hij sterk wordt beïnvloed door de negativiteit van de vader. De vader steunt [voornaam minderjarige] als hij wegloopt of niet naar school gaat om naar de vader te gaan. Ook gaat de vader mee in verhalen van [voornaam minderjarige] dat hij geen eten krijgt van de Tussenstap, terwijl de GI en de Tussenstap richting de vader duidelijk hebben gemaakt dat deze verhalen niet kloppen. Hierdoor lukt het de instanties onvoldoende om [voornaam minderjarige] de hulp te bieden die hij nodig heeft. Het is noodzakelijk dat de vader [voornaam minderjarige] niet belast met volwassenenzaken en dat de vader [voornaam minderjarige] niet stimuleert om de afspraken met de GI en de Tussenstap niet na te komen. De GI heeft geprobeerd om afspraken te maken met de vader en op die manier de situatie voor [voornaam minderjarige] te verbeteren. De vader erkent en herkent de zorgen vanuit de GI niet en houdt zich niet aan de afspraken die zijn gemaakt. De kinderrechter acht het dan ook begrijpelijk dat de GI, middels de schriftelijke aanwijzing van 11 november 2025, een aantal afspraken met de vader heeft willen maken. Naar het oordeel van de kinderrechter is de schriftelijke aanwijzing op een deugdelijke manier gemotiveerd. De schriftelijke aanwijzing is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] . 6.3. Tot nu toe heeft de schriftelijke aanwijzing van 11 november 2025 helaas geen verandering in de situatie gebracht. Daarom ziet de kinderrechter aanleiding om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. De kinderrechter hoopt en verwacht dat deze bekrachtiging de vader motiveert om, in het belang van [voornaam minderjarige] , zijn gedrag aan te passen. De kinderrechter benadrukt dat het belangrijk is dat de vader stopt met het betrekken van [voornaam minderjarige] bij de dingen waar de vader het niet mee eens is. Er ligt nu eenmaal een rechterlijke uitspraak waarin is bepaald dat [voornaam minderjarige] uit huis wordt geplaatst. Daar kan vader het niet mee eens zijn, maar hij moet [voornaam minderjarige] daar niet mee belasten. De huidige situatie is voor [voornaam minderjarige] onhoudbaar. Hij zit klem tussen enerzijds de moeder, de GI en de Tussenstap en anderzijds de vader. Het is belangrijk dat de vader, de moeder, de GI en de Tussenstap richting [voornaam minderjarige] hetzelfde uitstralen om de situatie voor [voornaam minderjarige] te verbeteren. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat de vader zo snel mogelijk gaat samenwerken met de GI en de Tussenstap. Ter zitting heeft te GI te kennen gegeven na te denken over vervolgstappen die in het belang van [voornaam minderjarige] nodig worden geacht, wanneer een verbetering in de houding van de vader richting de GI, de Tussenstap en [voornaam minderjarige] uitblijft. Zij denken hierbij aan een overplaatsing van [voornaam minderjarige] buiten de regio. De kinderrechter hoopt dat het zo ver niet hoeft te komen. 7 De beslissing De kinderrechter: 7.1. bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 11 november 2025. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 17 december 2025. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.