Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2025-12-24
ECLI:NL:RBROT:2025:15666
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/696246 / HA ZA 25-247 Vonnis van 24 december 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OKKUPATIE SCHEEPVAART B.V. , gevestigd te Schore, gemeente Kapelle, eiseres in conventie, gedaagde in reconventie, advocaat: mr. P.E. van Dam, tegen de rechtspersoon naar Duits recht EILTANK SCHIFFAHRT GMBH & CO. CHEMIETRANSPORT KG , gevestigd te Duisburg, Duitsland, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat: mr. J.C. van Zuethem. Partijen worden hierna Okkupatie en Eiltank genoemd. 1 De zaak in het kort 1.1. Op 12 maart 2022 vond op de Westerschelde bij de monding van de Zuidervoorhaven van de sluis bij Hansweert een aanvaring plaats tussen twee binnenschepen: de Reimerswaal en de Eiltank 26. De scheepseigenaren geven elkaar over en weer (deels) de schuld van de aanvaring. De rechtbank oordeelt dat de Reimerswaal de grootste schuld heeft aan de aanvaring en dat sprake is van enige medeschuld van de Eiltank 26. De schuldverdeling wordt vastgesteld op 80% schuld van de Reimerswaal en 20% schuld van de Eiltank 26. Ten aanzien van de door partijen gevorderde schadevergoedingen heeft Okkupatie alleen de door Eiltank gevorderde vergoeding voor tijdverlet betwist. Eiltank mag het door haar gestelde gemiddelde netto dagbedrag in dit verband bewijzen. In afwachting van deze bewijslevering wordt iedere (verdere) beslissing aangehouden. De rechtbank licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 maart 2025 met producties 1 tot en met 11;- de conclusie van antwoord in conventie, conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 5;- de brief van de rechtbank van 26 juni 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de e-mail van de rechtbank van 29 september 2025 met de zittingsagenda; - de conclusie van antwoord in reconventie;- de akte overlegging producties tevens akte houdende wijziging van eis van Eiltank met producties 6 tot en met 12; - de mondelinge behandeling van 12 november 2025; - de spreekaantekeningen van mr. P.E. van Dam; - de comparitieaantekeningen van mrs. J.C. van Zuethem en A.R. de Graaf. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Op 12 maart 2022 rond 13:00 uur voer de Eiltank 26 op de Westerschelde, vanuit de richting van Terneuzen, en was zij voornemens om de sluis van Hansweert te passeren. De Reimerswaal bevond zich op dat moment afgemeerd aan de palen aan de oostzijde van de Zuidervoorhaven. De Reimerswaal wilde richting de Westerschelde gaan varen om naar Terneuzen (en verder) te varen. de Eiltank 26 omrand met rechthoek en de aanduiding van de Reimerswaal omrand met ovaal 3.2. Uit de incidentenregistratie blijkt het volgende: 3.2.1. De schipper van de Eiltank 26 roept om 13:09:50 uur via de marifoon de verkeerspost Hansweert op met de mededeling dat zij opvarig is " aan de 47 " en zo naar binnen komt. De verkeerspost laat aan de schipper van de Eiltank 26 weten dat er op dat moment geen uitvaart is. 3.2.2. Om 13:10:15 uur roept de schipper van de Reimerswaal de verkeerspost op en zegt dat hij los komt van de palen en dat zijn bestemming Terneuzen is. De verkeerspost antwoordt daarop dat er opvarende binnenvaart is (daarmee wordt de Eiltank 26 bedoeld) op 1.500 meter voor de monding, die zo aan de oversteek begint en over ongeveer vijf minuten in de monding komt en dat daarna alles vrij is. De Reimerswaal antwoordt nog heel even af te wachten. 3.2.3. Vanaf iets voor 13:11 uur is te zien dat de Reimerswaal los komt van de palen waaraan zij lag afgemeerd en zich ter plaatse gaande houdt, op een afstand van ongeveer 700 meter tot de monding van de voorhaven. 3.2.4. Om 13:14:38 uur vraagt de schipper van de Reimerswaal de verkeerspost naar de ebstroom op de Westerschelde. De verkeerspost antwoordt bevestigend met: “ ja nog 2.2 knopen ”. De schipper van de Reimerswaal zegt daarop: Daarom onderzoekt de rechtbank eerst haar internationale bevoegdheid (rechtsmacht) en het toepasselijk recht. 5.2. De vraag of deze rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen dient te worden beoordeeld aan de hand van Brussel I-bis Vo . Eiltank heeft de internationale bevoegdheid van deze rechtbank niet betwist in conventie en Okkupatie niet in reconventie. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat een ander gerecht op grond van artikel 24 Brussel I bis-Vo bij uitsluiting bevoegd is. De Nederlandse rechter heeft dan ook zowel in conventie als in reconventie in ieder geval rechtsmacht op grond van een stilzwijgende forumkeuze (artikel 26 Brussel I bis-Vo). Omdat de zaak een aanvaring betreft, is de rechtbank Rotterdam op grond van artikel 625 lid 1 aanhef en onder e Rv bevoegd. 5.3. Het Binnenvaart Aanvaringsverdrag is van toepassing, omdat deze zaak de vergoeding van schade betreft naar aanleiding van een aanvaring tussen binnenschepen in de wateren van één der Verdragsluitende Partijen (Nederland). De voor de beoordeling van deze zaak relevante bepalingen van het Binnenvaart Aanvaringsverdrag verschillen niet van het Nederlands recht aan de hand waarvan de partijdiscussie is gevoerd. 5.4. Ter plaatse van de aanvaring gelden het Binnenvaartpolitiereglement (hierna: BPR) en het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990. Het BPR bevat in artikel 1.04 een algemeen voorschrift voor de schipper om ter voorkoming van gevaar en schade de voorzorgsmaatregelen te nemen die - kort gezegd - naar goed zeemanschap zijn geboden. Artikel 4.05 lid 4 BPR schrijft onder meer voor dat op een groot schip de plicht rust om het marifoonkanaal uit te luisteren en daarop de voor de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijke berichten te geven. Artikel 6.16 BPR bepaalt in lid 1: “Een schip mag slechts een haven of een nevenvaarwater uitvaren en daarbij een hoofdvaarwater invaren of oversteken dan wel een haven of een nevenvaarwater invaren, nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden.” Zowel de Reimerswaal als de Eiltank 26 zijn grote schepen in de zin van het BPR. De schuldvraag 5.5. Op grond van artikel 2 lid 1 Binnenvaart Aanvaringsverdrag bestaat slechts aansprakelijkheid voor schade als gevolg van een aanvaring als de schade het gevolg is van schuld. de discussie rondom de passeerafspraak 5.6. Partijen verschillen van mening over de passeerafspraak die de schippers van de Reimerswaal en de Eiltank 26 hebben gemaakt. 5.7. Volgens Eiltank waren de schippers een normale bakboord/bakboord passage overeengekomen, waarbij de Eiltank 26 via de oostzijde de haven in zou varen, terwijl de Reimerswaal, conform eigen mededeling, “ kort over het hoekie " (zie 3.2.4) via de westelijke oever van de haven zou uitvaren in de richting van Terneuzen. Als de schipper van de Reimerswaal via de oostelijke havenzijde had willen uitvaren, had hij een ruime bocht genomen en dus niet kort om het hoekje. De Eiltank 26 stuurde bij het binnenlopen van de haven van Hansweert tegen de stroom in en positioneerde zich richting de oostzijde van de haveningang. Dit is gebruikelijk bij ebstroom: de sterk naar het westen gerichte ebstroom op de Westerschelde zorgt ervoor dat een binnenvarend schip anders naar het westen zou worden weggezet. Door op te steken aan de oostkant kan een binnenlopend schip de stroom “stremmen” en voldoende controle houden. De Eiltank 26 stak duidelijk op naar de oostelijke zijde van de haven. Dit was ook al het geval op het moment dat de schipper van de Reimerswaal via de marifoon opriep dat hij kort om het hoekje uit wilde varen. De koers van de Eiltank 26 was op dat moment 74° tegen de richting van de stroom in, aldus nog steeds Eiltank. 5.8. Okkupatie ziet dit anders. Zij stelt dat de schipper van de Reimerswaal met “ kort over het hoekie ” bedoelde dat hij de haven aan de zijde van het oostelijk havenhoofd zou verlaten. De schepen zouden elkaar stuurboord/stuurboord passeren. De s De schipper van de Reimerswaal had zich er op dat moment al van dienen te vergewissen dat het uitvaren van de haven zonder gevaar kon geschieden en had dat moeten blijven doen tot het moment dat de Reimerswaal de haven ging uitvaren. Dit heeft hij niet (goed) gedaan. De stelling van Okkupatie dat de koers van de Eiltank 26 erop duidde dat deze de haven aan de westzijde zou invaren volgt de rechtbank niet. Zoals Eiltank stelt was de koers van de Eiltank 26 op het moment dat de schipper van de Reimerswaal via de marifoon opriep dat hij kort om het hoekje uit wilde varen 74° tegen de richting van de stroom in. De Eiltank 26 stak duidelijk op naar de oostelijke zijde van de haven. Uit de incidentenregistratie blijkt dat deze koers gaandeweg - totdat de Eiltank 26 de haven binnen gaat varen - nog iets verder oploopt richting het oosten. Door ondanks de koers van de Eiltank 26 - zonder enige vorm van nader contact met de Eiltank 26 - uit te blijven gaan van een stuurboord op stuurboord passage, heeft de schipper van de Reimerswaal zich er dan ook onvoldoende van vergewist of het uitvaren zonder gevaar kon geschieden. 5.13. De rechtbank is van oordeel dat de schipper van de Eiltank 26 eveneens een verwijt te maken valt in het kader van artikel 6.16 lid 1 BPR. Ook een schip dat een haven invaart mag dit immers slechts doen nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden. Uit de incidentenregistratie blijkt dat - zoals Okkupatie aanvoert - de Eiltank 26 niet althans niet overtuigend haar stuurboordwal houdt bij het invaren van de haven. De Eiltank 26 komt ongeveer over het midden van de monding de haven binnenvaren. schermafbeelding 13:17:15 uur De aanvaring heeft ook niet aan de oostzijde van de haven plaatsgevonden (zie afbeelding onder 3.3). De positie en de koers van de Reimerswaal brachten met zich mee dat (ook) de schipper van de Eiltank 26 zich er (los van de passeerafspraak) beter van had moeten vergewissen of hij zonder gevaar de haven op die manier kon invaren. de Reimerswaal heeft gehandeld in strijd met artikel 4.05 lid 4 BPR 5.14. Eiltank stelt dat de schipper van de Reimerswaal heeft gehandeld in strijd met artikel 4.05 BPR (voor de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijke marifoonberichten geven), hetgeen Okkupatie betwist. 5.15. De rechtbank oordeelt dat de schipper van de Reimerswaal door via de marifoon dusdanig te communiceren dat de Eiltank 26 van een bakboord/bakboord passsage mocht uitgaan niet de voor de veiligheid van de scheepvaart noodzakelijke berichten heeft uitgegeven en daarmee heeft gehandeld in strijd met artikel 4.05 lid 4 BPR. Zelf ging de schipper van de Reimerswaal immers uit van een stuurboord/stuurboord passage en heeft dit dus niet duidelijk gecommuniceerd. Okkupatie erkent ook dat het beter was geweest als de schipper van de Reimerswaal eenvoudigweg expliciet had medegedeeld dat hij de Eiltank 26 stuurboord op stuurboord zou passeren en/of om instemming daarmee van de schipper van dat schip had verzocht. de Reimerswaal kan op grond van artikel 6.04 of 6.04a BPR geen verwijt worden gemaakt 5.16. De verwijten die Eiltank aan de Reimerswaal maakt op grond van artikel 6.04 en 6.04a BPR volgt de rechtbank niet aangezien deze artikelen uitgaan van de situatie dat twee schepen elkaar naderen op tegengestelde koersen. Van tegengestelde koersen is sprake wanneer twee schepen elkaar naderen op koersen die recht of vrijwel recht aan elkaar zijn tegengesteld. Deze situatie heeft zich pas zeer kort voor de aanvaring voorgedaan. Op dat moment was er voor de Reimerswaal geen mogelijkheid meer om voorrang te verlenen danwel een blauw bord te tonen. op het moment dat er direct gevaar voor aanvaring was, was er geen tijd meer om adequate voorzorgsmaatregelen te nemen 5.17. Eiltank verwijt de schipper van de Reimerswaal dat hij niet is uitgeweken naar stuurboord en geen enkele voorzorgsmaatregel heeft genomen om de aanvaring te voorkomen. De schipper van de Eiltank 26 heeft verklaard Naar aanleiding van het verweer van Okkupatie dat de schade bij gelegenheid had dienen te worden gerepareerd heeft Eiltank - onder overlegging van producties - aangevoerd dat een uitstel van de reparatie tot de volgende klasse voor Eiltank niet verantwoord was. De Eiltank 26 had net klasse gemaakt en de volgende klassewerkzaamheden stonden pas voor juli 2024 op de planning. De bevrachters van tankvaartschepen accepteren schepen met structurele beschadigingen niet. Onder structurele beschadigingen vallen ook beschadigingen zoals deuken, zeker als hierdoor het dwarsscheepse verband is aangetast, de zogenaamde ribbenkast van het schip. In dit geval was door de aanvaring ook een profielbalk, zogenaamde scheepsspant, beschadigd en moest worden gerepareerd. Zoals uit de toelichting van kapitein Hendrik Lorenz van Reederei Jaegers blijkt, was er een aanzienlijk risico dat het schip op de blacklist terecht zou komen en niet meer kon worden bevracht als het schip met een dergelijke deuk zou doorvaren, aldus steeds Eiltank. 5.25. Met voorgaande toelichting heeft Eiltank naar het oordeel van de rechtbank voldoende weersproken dat de schade bij (latere) gelegenheid kon worden gerepareerd en dienen de gemiste vrachtinkomsten om die reden niet voor haar rekening te blijven. 5.26. Partijen verschillen van mening over het aantal dagen tijdverlet dat mag worden gerekend. 5.26.1. Eiltank stelt dat uit het vaartijdenboek volgt dat de Eiltank 26 op 12 maart 2022 een oponthoud heeft gehad van negen uur (0,375 dag), omdat het schip wegens de nodige onderzoeken en het verhoor door de politie pas om 22.00 uur weer kon vertrekken uit Hansweert. De onduidelijke ‘11-3’ of ‘12-3’ in het vaartijdenboek (Rb: zie de tweede datum in de afbeelding hierna) had volgens Eiltank ‘12-3’ moeten zijn en ‘12-3’ had ‘13-3’ moeten zijn. 5.26.2. Okkupatie betwist dit en voert aan dat uit het vaartijdenboek blijkt dat de vertraging op 12 maart 2022 hoogstens 0,1 dag (2,5 uur) is geweest. Okkupatie betwist bovendien dat Eiltank als gevolg van dit enkele uren durende oponthoud daadwerkelijk vrachtinkomsten heeft gemist; op een reis van Terneuzen naar Meiderich (bij Duisburg, Duitsland) is een dergelijke vertraging verwaarloosbaar en een volgende reis zal er niet door zijn gemist. fragment uit vaartijdenboek Eiltank 26 5.26.3. Gezien de inhoud van het vaartijdenboek stelt de rechtbank vast dat de Eiltank 26 op 12 maart 2022 2,5 uur (van 13:30 tot 16:00) aan oponthoud bij Hansweert heeft gehad. Vast staat immers dat de Eiltank 26 op 12 maart 2022 afkomstig was vanuit de richting van Terneuzen en op weg was naar (de sluis van) Hansweert, hetgeen in het vaartijdenboek achter (de duidelijke) ‘12-3’ staat. De uitleg die Eiltank geeft bij de data die gewijzigd moeten worden sluit niet aan bij de vaarroute van de Eiltank 26. Bovendien heeft Eiltank haar stelling dat met dit oponthoud op 12 maart 2022 daadwerkelijk tijdverlet schade is geleden tegenover de betwisting van Okkupatie onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd. Voor 12 maart 2022 zijn dan ook geen dagen aan tijdverletschade toewijsbaar. 5.26.4. Daarnaast rekent Eiltank 0,250 dag (6 uur) aan tijdverlet op 7 november 2022 voor het ontgassen van het schip. Naar aanleiding van het - onweersproken - standpunt van Okkupatie dat deze tijd nog gehalveerd dient te worden, omdat na het ontgassen ook een andere reparatie aan het schip heeft plaatsgevonden, acht de rechtbank voor 7 november 2022 0,125 dag (3 uur) aan tijdverlet toewijsbaar. 5.26.5. Tussen partijen is niet in geschil dat de reparatie van de aanvaringsschade aan de Eiltank 26 op 8 en 9 november 2022 twee dagen in beslag heeft genomen; deze twee dagen aan tijdverlet zijn dan ook toewijsbaar. Vorenstaande maakt dat de rechtbank in totaal 2,125 dagen aan tijdverlet toewijsbaar acht. 5.27. Ten aanzien van het gemiddelde netto dagbedrag waar Eiltank haar tijdverletschade op baseert heeft Okkupatie terecht opgemerkt dat Eiltank dit bedrag had dienen te berekenen rond de periode